Zaterdag en zondag heb ik een kijkje genomen bij de Groninger Kampioenschappen in Loppersum. Er was een deelnemersveld wat de tafeltennisburgers weer moed kan geven. Vorig jaar was het namelijk dramatisch. Natuurlijk is het altijd leuk om weer met bepaalde personen te spreken over van alles en nog wat. Vooral tafeltennis is natuurlijk onderwerp van gesprek. Of ik nog competitie speel? Die vraag is mij meerdere keren gesteld. Het antwoord is nog steeds hetzelfde: nee. Dan moet er toch eerst een competitie aangeboden worden waarin ik op normale speeltijden actief kan zijn. Maar toch is mijn onderbouwing van het antwoord niet meer het zelfde. Ik gaf altijd als sprekend voorbeeld dat ik geen zin meer heb om op een dinsdagavond een uitwedstrijd te spelen in Finsterwolde. Eigenlijk wist dan iedereen in mijn buurt wat ik bedoelde. Een glimlach van mijn gesprekspartner was vaak de non-verbale bevestiging.
Een wedstrijd spelen tegen De Finster was voor mij geen pretje. Een half uur rijden naar Oost-Groningen en op de een of andere manier reden we daar in het verleden ook nog eens altijd verkeerd. Het zal de te gemakkelijke voorbereiding wel zijn geweest, want wie verwacht nou dat je in een dorp met een paar straten de sportzaal niet kunt vinden? Tegenwoordig vertelt Tom ons waar we links of rechts moeten gaan. Eenmaal in Finsterwolde mocht je dan spelen in een bunker met een te laag plafond en een rookhol als zogenaamde kantine. Dat was niet mijn ding. Weinig inspirerend en in mijn ogen niet het toneel waarop je als sporter je kunsten wilt vertonen. Er zijn personen die er ook niet graag speelden omdat het materiaal op plankjes van de tegenstanders niet het meest favoriete spelletje oplevert. Dat stemde mij in het verleden op voorhand ook al niet in een al te best humeur, maar dat hoort nou eenmaal bij het spelletje. Kortom: Finsterwolde stond voor mij synoniem voor een avondvullend tafeltennisprogramma waar ik absoluut niet op zat te wachten.
Het sprekende voorbeeld is er niet meer. In Finsterwolde is tegenwoordig alles anders. Reflex Scheemda en De Finster hebben elkaar het ja-woord gegeven en er ontstaat volgens mij een mooi huwelijk. Zo zie je maar weer dat tijd investeren in een goede samenwerking een mooi kindje kan opleveren. TTV Oldambt is de nieuwe parel van Oost-Groningen! In fraai zeeblauwe shirts betraden de spelers en speelsters het strijdtoneel in Loppersum. Als ik het een beetje goed heb ingeschat waren ze met het opkomende Idéfix zelfs hofleverancier. Ze spreken positief over hun nieuwe club: goedbezochte trainingen, enthousiaste kartrekkers, de club straalt zelfvertrouwen uit. De thuiswedstrijden worden gespeeld in De Hardenberg, een fraaie moderne sportaccommodatie waar na afloop van de wedstrijden ook ruimte is voor hapje en een drankje. De bitterballen staan inmiddels standaard op het TTV Oldambt-menu, zo vernam ik van een insider. Er staat bijna niets meer in de weg om naar Finsterwolde af te reizen om daar een lekker avondje te ballen in competitieverband. Ehm… bijna!? In Nederland moeten we blijkbaar eerst alles wetenschappelijk onderbouwen wat iedereen op zijn of haar klompen kan aanvoelen. Kom op mensen, ik wil naar Finsterwolde!
15-12-2011
Wat maakten we ons druk over de niet-nominatie van het Nederlandse damesteam. Natuurlijk was dat een mooie waardering geweest. Vier keer op rij Europees Kampioen is natuurlijk prachtig. Een bijzondere prestatie van de speelsters bovendien. Maar was het niet veel beter geweest als wij zelf wat meer trots hadden uitgestraald? Stel nou dat al die personen, die het absurd (of wat dan ook) vonden dat ze niet genomineerd waren, in Heerlen waren geweest. Dan hadden we het gouden team bij de finale van de ENL massaal kunnen aanmoedigen. Een passende manier om onze kampioenen te huldigen was dan wel gelukt. Ja, dan hadden we ook bij wijze van spreken aan de hele wereld kunnen laten zien dat we trots zijn op onze dames. Dat vind ik veel meer waard als een nominatie waarop we toch geen invloed kunnen uitoefenen. Het bleef helaas bij een er-is-nog-ruimte-zat-opkomst.
De bondscoach Chen Zhibin zal zich er niet druk over hebben gemaakt. Hij koos ondertussen voor het team van de toekomst en gunde zijn routiniers de o zo noodzakelijke rust. Ik vraag me ondertussen nog steeds af of hij ooit wel eens is gepresenteerd aan het ‘grote publiek’. Ja, dat was mooi artikel geweest in “Van tafel tot bat”. Met mooie kop: NTTB haalt met klasbak binnen. Afijn, Linda Creemers, Britt Eerland en Li Jie mochten het rood-wit-blauw in Duitsland verdedigen. En dan deden ze prima. Chapeau. We kunnen de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Het komende jaar zal in het teken staan van Londen. Wat zou het super zijn als Li Jiao daar tot minimaal begin augustus in actie kan blijven! Ik vermoed dat het haar laatste grote toernooi zal zijn. Haar prestaties verdienen een mooi Olympische omlijsting. We nemen dan vast en zeker ook afscheid van de saai ogende Chen Zhibin. Voordat jullie allemaal boos worden, ik heb het niet over zijn kwaliteiten waarvoor hij ongetwijfeld is gehaald… Wel over zijn uitstraling!
Wat mij betreft zullen de ogen vanaf nu ook stiekem gericht zijn op het nieuwe Oranje. Het Nederlandse publiek krijgt volop de kans om de nationale dames- en herenteams aan het werk te zien. Vijf keer thuis in 2012. Ik hoop dat er ook iemand gaat opstaan (of wordt aangesteld) die voor wat leven in de brouwerij gaat zorgen. Ik mis oprecht een gezicht, een naam… Natuurlijk weet ik dat we daarmee geen medailles en bekers binnen zullen slepen. Ik hoop echter wel dat die persoon onze toppers wel weet te verkopen aan het Nederlandse tafeltennispubliek. Het hoeft allemaal niet Europese top te zijn. Onze toppers bij zowel de dames en de heren moeten gaan leven bij ons allemaal. En wie weet hebben we dan eens een volle bak bij een interland, zodat we met elkaar als thuispubliek kunnen laten zien dat we trots zijn onze sporters en onze sport. Een mooie basis om ons vervolgens druk te maken over een nominatie…
22-10-2011
Koffie? Ja, lekker. Mijn collega drukt op het apparaat en de koffie plonst in het kartonnen bekertje. De sportpagina van de krant heeft zijn aandacht. Hij vergeet mijn klontje suiker. Zijn favoriete club heeft gewonnen in Europa. Hij is het zichtbaar eens met de kop: Ajax klimt uit de put. Hij is trots op zijn ploeg. Ik heb de wedstrijd niet gezien. Als we voor voetbal op TV thuis moeten blijven, dan komen we immers de deur niet meer uit. Eindelijk weer een overwinning deed hem zichtbaar goed. Het beeld dat hij schetst strookt met het radioverslag tijdens mijn autorit in de regenachtige polder terug naar het noorden. De verslaggever zag eindelijk weer eens een ouderwets spelende landskampioen. Hoewel ik graag naar een radioverslag luister, maakte ik me opnieuw druk over het feit dat het NOS-journaal speciaal voor deze wedstrijd werd uitgesteld. Waarom maak jij je daar nou druk over? Mijn collega snapte er niets van. We liepen van de koffiecorner terug naar het kantoor.
Ik vertelde hem dat ik zondag ook in de auto zat. Ik had zojuist het ranglijsttoernooi in Hoorn achter me gelaten. Het zonnetje begeleidde me over de Afsluitdijk richting Groningen. Arno Vermeulen deed verslag van de finale van Li Jiao tegen Irene Ivancan. Mooi beeldend gesproken werd respectvol verslag gedaan van de spectaculaire balwisselingen. Promotie voor de tafeltennissport. Tussen de voetbalflitsen door kon ik de finale goed volgen. Het zag er eventjes niet goed uit, maar Jiao was even voor drieën in de zesde game de sterkste. 3-3. Ze is op weg naar haar tweede Europese gouden medaille. Maar goed, die zevende game moest nog wel even gespeeld worden. Arno vertelt me dat ze op het punt staat om Bettine Vriesekoop te evenaren. Kortom, er wordt sporthistorie geschreven… Arno en ik waren het eens. Ik maak me op voor de beslissende game. En dan klinkt de tune van Langs de Lijn. ‘We gaan er even uit voor het nieuws…’ Dat zal toch niet waar zijn?!
Mijn collega vindt dat ik niet moet zeuren. Voetbal of tafeltennis, dat is toch een wereld van verschil. Uiteraard waren we het oneens. Ik stelde dat het niet uitstellen van drie minuten wereldnieuws een minachting was voor de sport. Onzin, stelde mijn collega. Waarom zou je aan zo’n kleine sport zoveel aandacht moeten besteden, vroeg hij met een cynische ondertoon. Mag ik ook trots zijn op onze topsporters? Het is fantastisch wat ze heeft gepresteerd. Toch? Hij knikte. Ik wil dat succes mee beleven. Ja, eventueel via een radioverslag. En dat is stukken minder leuk als het niet live wordt gebracht. Nu werd zakelijk gemeld dat Li Jiao de zevende game met 11-6 had gewonnen, om weer snel over te schakelen naar een voetbalwedstrijd waar werd gescoord. Eén van de bijna duizend doelpunten die per jaar worden gemaakt in de eredivisie van het voetbal wint het van de Europees kampioene tafeltennis. Belachelijk. Maar ik was trots. Toen Arno Vermeulen de verlossende woorden sprak na het nieuwsblokje riep ik yes! Mijn rechterhand, argeloos hangend op de versnellingspook veranderde in een krachtige vuist. We zijn kampioen! Dinsdag ga ik onze kampioenen helemaal in Heerlen feliciteren, door er gewoon bij te zijn. Door ze te supporteren. Weer een finale tussen Nederland en Duitsland. Ik heb er zin in. Kampioenen live!
29-09-2011
De thuisblijvers hadden weer eens ongelijk. Dinsdagavond heb ik een presentatie van Jonah Kahn over ledenwerving en ledenbehoud bijgewoond. Ongeveer dertig personen hebben dit mooie initiatief van SKF inhoud gegeven door een nuttige bijdrage te leveren aan de discussies die fraai werden ingeleid door onze spreker. Je kunt gaan werven als je weet dat je ook genoeg in huis hebt om te kunnen behouden. Helemaal waar. In zijn openingswoord had SKF-voorzitter Ronald van Roon al genoemd dat zijn club zich had afgevraagd: wat voor club willen we eigenlijk zijn? Belangrijk! Maar goed, ik ga op deze plaats zeker niet de presentatie van Jonah herhalen. Misschien kunnen andere verenigingen het goede voorbeeld van de club uit Veenendaal volgen. Ik zou het doen als ik u was.
De beste ideeën ontstaan wanneer verschillende personen met elkaar in gesprek gaan over een onderwerp. Aan de bar, langs de kant van een sportwedstrijd of zoals nu : als je een groep mensen met passie voor onze sport bij elkaar zet. Tafeltennistafels aan de kant, stoelen en tafeltjes… Join the table! Als we jeugd willen en kunnen gaan werven, op welke leeftijdscategorie moeten we ons dan gaan richten? Mooie vraag van Jonah. Daar mochten we over na ga denken, om het vervolgens terug te koppelen aan de groep. Na een kwartiertje dat een gezellig half uurtje werd, werden de meningen op tafel gegooid. Als ze in groep 7 van de basisschool zitten, zegt de één. Nee, als ze hun eerste zwemdiploma hebben gehaald, dan kun je ze ook met tafeltennis in het diepe gooien, verkondigt een ander lachend. De meningen verschillen. Op het scherm verschijnt de visie van onze spreker: vanaf vier jaar! En ja, misschien wel drie +. U mag er over na gaan denken. Ik hoop van harte dat van de aanwezigen iedereen onze bevindingen van die avond bij hun club op tafel leggen. Ik geloof absoluut in de opvatting van Jonah.
Zelf vind ik die leeftijd nog te oud… Huh? Kan het nog gekker? Jazeker… We gaan beginnen met werven bij nul jaar. Ik heb het ook tijdens deze bijeenkomst op tafel gegooid. Tafeltennis is een mooie familiesport. Zodra iemand van de club de trotse vader, moeder, opa of oma wordt, staat zijn of haar club met een mooi cadeautje klaar: het lidmaatschap van de vereniging. Natuurlijk hoort daar een mooie pluche knuffel ping-pong-pinguïn bij! Bij elke verjaardag een nieuw cadeautje: een rompertje met bijvoorbeeld de tekst “mijn opa is de beste tafeltennisser van de wereld!”, een slabbetje, een tafeltennis foambal met batje, we kunnen vast mooie dingen bedenken. Als klap op de vuurpijl mag het kind ter gelegenheid van de vijfde verjaardag een heuse ping-pong-party geven voor zijn vriendjes en vriendinnetjes. En dan uit handen van de club je eerste echte batje in ontvangst nemen. Welkom bij de club!
14-09-2011
Mijn deurbel ging. Geen keiharde kort en krachtige zoemer, maar een veel te lange tune met een irritant deuntje. Ik stoorde mij er nog meer aan dan anders, omdat ik op het punt stond om te gaan sporten. Er stonden twee kinderen voor de deur met intekenlijsten van de Grote Clubactie. Ow ja, via een tweet was ik op de hoogte dat de deze nog altijd goed lopende actie weer van start was gegaan. Het ventje was volgens mij een jaar geleden ook al aan de deur geweest. Toen had ik al loten bij mijn eigen club gekocht. Het blonde ventje had een paars blauw voetbalshirtje aan. Barcelona. Ik vroeg hem waarom hij niet een shirt van Groningen droeg. Die zit in de was, zei hij met een ondeugende blik in zijn ogen. Ik wist eigenlijk niet of ik hem moest geloven of dat hij me in de maling nam. Tijd om verder te vragen kreeg ik niet, want hij zou en moest mij een set loten verkopen. Meneer, hebt u hart voor de sport?
Ik had een andere vraag verwacht. Ik knikte. Dan willen wij u graag uitnodigen voor de speciale sportdag van onze vereniging. U bent van harte welkom in de sportzaal van mijn club op vrijdag 25 november. Dan pas? Ja, dat is de dag na de trekking van de Grote Clubactie en die willen wij met u vieren. Met mij? Maar ik ben helemaal geen lid van jullie vereniging! En wie zegt dat ik wat heb gewonnen? Het gesprek werd eigenlijk alleen maar leuker en leuker. Meneer, als u vijf loten koopt dan bent u het komende jaar automatisch lid van onze supportersclub. Alle leden van de supportersclub krijgen een speldje en dat is uw toegangsbewijs voor onze supporterssportdag. Het glimmende speldje werd met trots gepresenteerd. Dat wilt u vast niet missen! Ik vergat dat ik haast had om te gaan sporten. Een glimlach verscheen op mijn gezicht. Het meisje had ondertussen een kleurige flyer van de club uit haar rugzak gehaald en drukte het jochie deze wat ongeduldig in de hand. IJzer smeden als het heet is, moet ze gedacht hebben.
Doe mij maar een setje, zei ik. Meneer, dan geven wij u de vijf. En van beide kids kreeg ik een ferme handdruk (zo waren ze in ieder geval bedoeld) om de koop te bevestigen. Hartelijk dank dat u onze vereniging gaat steunen. En wij feliciteren u dat u automatisch lid bent geworden van onze supportersclub. Nadat ik mijn gegevens in blokletters op de intekenlijst had genoteerd heb ik ze een compliment gegeven voor de wijze waarop ze deze actie invulling geven. Dit doen jullie heel erg leuk! Van wie hebben jullie dit geleerd? Van meneer De Koning, dat is de vader van mijn teamgenootje. We hebben dit tijdens een training geoefend. We moesten een toneelstukje spelen. En meneer De Koning deed dan steeds zogenaamd de deur open. Hij verkleedde zich steeds als iemand anders. Leuk hoor, was gezellig en grappig. We moesten ook nog op de kidswebpagina kijken voor goeie tips. En weet u …. eh … (hij spiekte zichtbaar volgens het protocol van die meneer De Koning op de intekenlijst) … meneer Han….ning, als we met elkaar 500 loten verkopen, dan gaan wij met de bus naar een pretpark! Nou, dat gaat jullie best lukken. Succes en tot 25 november. Die club gaat echt nooit verloren!
02-09-2011
Sport en theater... Kan het samen? Zeker weten. De Squashbond gaat het laten zien. Van 3 t/m 6 november wordt in het Luxor Theater in Rotterdam op het podium een glazen baan neergezet. Ik ga kijken. Mooie belichting, het publiek in comfortabele stoelen, al met al een intieme setting. Ik zie het al helemaal voor me. Het doet me denken aan een jaar of tien geleden. Samen met naar ik meen Herman Haan en Klaas Jan Bos was ik toen aan het brainstormen over een mooie formule om het NK tafeltennis in Groningen een fraai vervolg te geven. We dachten aan een toernooi met zes Europese toppers à la het Sleutelstadtoernooi in Leiden. Een avondvullend programma. Locatie: de Oosterpoort op steenworp afstand van het station en het centrum van Groningen. Normaliter het podium van bijvoorbeeld het Noord Nederlands Orkest. Een fraaie accommodatie met alle faciliteiten om onze sport eens op een andere manier te belichten. Sport in De Oosterpoort? Dat was toch niet echt de bedoeling, aldus de gemeente Groningen.
Het proefballonnetje was dus nog niet eens opgeblazen of het werd al lek geschoten. Nog steeds jammer dat het toen niet lukte. Toch was het leuk om iets anders te proberen. Sowieso is het inspirerend om met andere ogen naar de tafeltennissport te kijken. Of te laten kijken. Als vrijwilliger van het WK in Rotterdam had ik een telefonisch interview met Arno Vermeulen van Studio Sport. Hij keek als een niets wetende televisiekijker naar onze sport. Hoe brengen we de kunst van het beheersen van het celluloid over op die kijkers? Dat is ze aardig gelukt. Mooie vertraagde beelden vanuit diverse cameraposities, geweldig! Ik ben bijvoorbeeld ook erg nieuwsgierig hoe basketbalcoach Ton Boot aankijkt tegen onze sport en dan vooral onze activiteiten op Papendal. Waarom haken die jonge gasten af? Hij heeft er vast een idee over. En hoe zou Joop van den Ende onze sport willen verkopen aan het hooggeëerd publiek? Weet hij het stukje entertainment wat verscholen zit in ons spelletje wel te verzilveren en daarmee de zalen vol te krijgen?
Vernieuwing. Is dat het toverwoord? Ik weet het niet. Verandering is niet per definitie beter, maar ik ben wel van mening dat wij hunkeren naar zoiets. We vinden al snel dat we te klein zijn, dat het allemaal niet spectaculair hoeft. We denken maar al te vaak in beperkingen en niet in ambities. Wat gaat zoiets wel niet kosten? En kan dat zomaar allemaal? Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Het is niet genoeg! Wanneer gaan we denken in ambities? Wanneer gaat lef het winnen van ambities? Wanneer pakken we echt eens door en durven we te gaan roepen wat voor club, evenement of bond we eigenlijk willen zijn? Het kan groter, beter, mooier… in allerlei opzichten. Ik geloof in de 20-60-20-regel. Twintig procent gelooft er in en gaat er voor. Zestig procent weten we absoluut te enthousiasmeren. En over de laatste twintig, ik ga er niets meer over zeggen. Ik ga eerst maar weer eens bellen met de gemeente Groningen. In Rotterdam kan het immers ook...
23-08-2011
Onthaasten, genieten, wandelen tussen eb en vloed… Vier het leven op Texel. Echt een aanrader! Ik heb een heerlijk lang en vooral zonnig weekendje achter de rug. Ik ondervind nog wel de naweeën van de brandende zon. Ik ben zeg maar lekker verkleurd, maar ik heb nog steeds het idee dat ik op mijn voorhoofd (en ja, ook bovenop..) een eitje kan bakken. En dat voelt minder fijn kan ik u verzekeren. Dat mag de pret echter niet drukken. Sportief de nodige kilometers gemaakt met de benenwagen en op de fiets (ik was het nog niet verleerd), heerlijk uitgewaaid op het strand, alle dagen lekker gegeten en de cocktailbar op de laatste avond maakte het feest compleet. Voor even het eilandgevoel. Geen werk, geen tafeltennis, geen voetbal, geen e-mail… Af en toe moet de kop even leeg hè? Weg van alles en iedereen…
Dat laatste is me niet echt gelukt. En dat heb ik geheel aan mezelf te danken. Ik betrap mezelf dat ik toch even teletekst raadpleeg op het moment dat ik het vakantiehuisje binnenstap. Het dagelijkse riedeltje.. 101, 801 en 601… ’s Ochtends bij de kiosk ben ik nieuwsgierig naar de krantenkoppen en ik blader zelfs ook even snel naar de sportpagina’s. De man achter de toonbank maakt me met een “kijken-kijken-niet-kopen”-blik duidelijk dat hij zich aan me stoort. Het krantje ging terug op de stapel. Geen idee waarom ik het niet gewoon gekocht heb. Gelukkig ligt de krant van wakker Nederland die middag op het terras waar Karin, Roy en ik een welverdiend ijsje bestellen. Karin zonder, Roy en ik natuurlijk met slagroom. Ik lees de krantenkoppen van de sportpagina hardop voor, in de veronderstelling dat ook de anderen het interessant vinden. Mijn reisgenoten roepen bijna in koor: oud nieuws! Huh? Ik had het kunnen weten, Twitter…
Twitteren, dat moet jij ook gaan doen Peter! Dat had ik al vaker gehoord. Afwimpelen kwam ik nu niet meer aan toe. Binnen enkele momenten was ik overtuigd van dit medium. Anderen vertellen wat er allemaal gebeurt in de wereld. Social media, noemen we dat. Het vertelt veel meer dan teletekstpagina 648 hoor! Die opmerking was raak. Ik ben ouderwets, nou ja… laten we er het op houden dat ik geen trendsetter ben… Ik ben opeens nog nieuwsgieriger naar het wel en wee in tafeltennisland van dat moment. Ik word op m’n wenken bediend. Seizoenopeningen, uitslagen, transfers, open dagen, voorbeschouwingen op een Europees weekend en nieuwe websites vliegen me om de oren. Het nieuwe seizoen staat op punt van beginnen. Door al die berichten (tweets noemen we dat toch?) krijg ik er nog meer zin in. Ik ga het nieuwe seizoen dan ook in met een eigen twitter-account. Laten we het maar proberen. Waar een weekendje “weg van alles en iedereen” wel niet goed voor is..
11-08-2011
Omkleden voor een avondje tafeltennis. De veters in mijn nieuwe schoenen hadden mijn eerste aandacht. Die zaten nog niet zo in mijn schoenen zoals ik dat wilde. Peter, schiet je op? Er is nu een tafel vrij! Mijn trainingsmaatje stond te popelen. Moest hij zelfvertrouwen tanken voor het nieuwe seizoen door een paar potjes van mij te winnen? Ik was ook wat later dan aangekondigd en moest dan ook niet zeuren, sprak ik mezelf toe. Mijn nieuw plankje voorzien van gave rubbers pakte ik uit de blauwzwarte sporttas voorzien van het Arguslogo. Het zal een jaar of twee geleden geweest zijn dat ik een avondvullend programma tafeltennis op het menu had staan. Ik had er echt weer zin in, de honger naar de bal was er weer. Ik raapte wat balletjes van de vloer en begaf me naar de laatste tafel.
Op voorhand verontschuldigde ik me voor de vastheid die ik zeker niet meer zou hebben. De eerste paar ballen met de forehand gingen best aardig. Hanning, niet te vroeg juichen! Mijn zwabberhand was al weer in de lucht voor ik er erg in had. Op het moment dat ik de bal raak, lijkt het alsof mijn hand de bal nog een tik na wil geven. Bijna komisch, maar ja. De backhand ging gelukkig best aardig. Mijn lichaam vertelde me fijntjes dat ik spieren had waarvan ik inmiddels niet meer wist dat ze bestonden. Even doorbijten. Partijtje? Ik stemde in. Mezelf dwingend om deze gamepjes vooral als oefening te spelen begon ik aan de strijd. We speelden vier partijen, met een heleboel games. De 20-18 na de pauze was zelfs voor die ene liefhebber aan de kant een heerlijke pot om te beleven. Ik pakte een set, dat was mooi meegenomen. Het spelletje was ik nog niet verleerd. Heerlijk om weer achter die tafel te staan!
Na de ‘high five’ pakten we een welverdiend drankje in de tot kantine omgetoverde materialenruimte. Lekker gezellig nazitten, praten over koetjes en kalfjes, een warme douche en vervolgens rond kwart voor elf naar huis. Was dit nou het ideale doordeweekse avondje tafeltennis waar we ’s middags nog over spraken? Ik was toen in Harkstede bij de trainingsstages. Wedstrijdzaken was al snel onderwerp van gesprek. Wat ga je allemaal doen? Veel, antwoordde ik met een grijns. In rap tempo worden wensen uitgesproken, klachten geuit en ideeën aangedragen. Ik geniet er van, er is uitdagend werk aan de winkel. Ik heb er zin in. Een discussie over de opzet van de competitie volgde. Eredivisiesysteem overal toepassen, gooide ik uitdagend op tafel. Nee man, het moet dynamischer. Meer wedstrijden in een kortere tijd! Kop koffie, rond een uurtje of acht de speelvloer op, een pauze, vier partijen spelen, gezellig nazitten en op een normale tijd gedoucht en wel huiswaarts. Niet verkeerd toch?
29-07-2011
Eén van de doelgroepen heeft de NTTB absoluut weten te bereiken. Duizenden jonge kinderen kennen via Tablestars nu tafeltennis als leuke sport. Via veel basisscholen is geprobeerd om kinderen te binden aan het batje en balletje. En dat lijkt te zijn gelukt. Kinderen van dezelfde leeftijdsgroep bij elkaar zetten vinden ze gaaf en bepaalt volgens mij mede het succes. Ik hoor goede geluiden over het concept en mijn eigen ervaringen zijn louter positief. Af en toe hoor je wat pingpongbestuurders morren, omdat ze niet wisten of de school om de hoek ook een mailing had ontvangen. Tja, dan pak je een pakketje onder je arm en stap erop af denk ik dan. Maar nee, hakken in het zand is natuurlijk veel gemakkelijker en klagen is blijkbaar een kick. Hoe goed de bond ook producten ontwikkelt, de succesfactor wordt grotendeels bepaald door de motivatie bij de clubs. Ooit eens vrij vertaald door een clubgenoot van me door de formule: (kennis + kunde + kwaliteit) x motivatie = succesfactor. Het bierviltje met zijn geschreven formule heb ik nog steeds. Misschien een inspirerende tekst voor een fraai wandtegeltje als relatiegeschenk voor mijn grote vrienden van de hakken-in-het-zand-fanclub…
Maar goed. We hebben de werving in orde als mijn indrukken en gevoel niet bedriegen. En nu dan? Die vraag zal nu gaan opduiken. Bij mij wel. Hoe zit het met de opvang en behoud? U merkt het, de WOB-er komt weer in mij naar boven. Dat zal Jan van Dalen – oud-bestuurslid van de NTTB – goed doen. Dé bindende factor is de competitie. Menigeen van u denkt nu: die kinderen kunnen nog niet eens een bal op tafel zetten, hoezo competitie?! Ja, ik pleit voor een Tablestarscompetitie. Leeftijdsgenoten onder elkaar. Meer spel dan sport. Ze mogen absoluut nog niet in aanraking komen met tegenstanders die twee koppen groter zijn en wel even willen laten zien dat ze de beste zijn. Dat is voor niemand leuk. We moeten aansluiten bij de beleving van deze kinderen. “Aansluiten bij” beste mensen!
Hoe dan? Ik geef graag een voorzetje. Ieder kind krijgt per speeldag de kans om zijn persoonlijke records te verbreken. Balletje hoog houden, sparren, raken en dat soort dingen. Natuurlijk ook een wedstrijdje met een heus telbord! Landelijk houden Timo en Mila natuurlijk een ranglijst bij op de website van Tablestars. We beginnen met een gezamenlijke warming-up, een ren-je-rot-vragenquiz, het spel ballenregen dat de kinderen spelen tegen de trainers mag niet ontbreken en uiteraard mogen de kinderen zich het apelazarus lopen bij het wereldberoemde rondje om de tafel. Elke week komen de kinderen van twee of drie clubs bij elkaar als overbrugging naar de echte competitie. Een competitie die dan hopelijk wel dynamisch is opgebouwd en niet je hele zaterdag in beslag neemt. De Tablestars van nu hebben er nog maling aan. Die willen bij de club nu wat gaan leren in een omgeving die ze leuk vinden. Ze zijn er nu! En dat is wel eens anders geweest. Wees zuinig op ze! Voor je het weet is de vakantie voorbij en moet je als club laten zien wat je ze te bieden hebt. En dat is dus niet die “twee-koppen-groter-groep”…
18-07-2011
Ooit is gesteld dat de afdelingen verantwoordelijk zijn voor de opleiding van pupillen en welpen. In ieder geval voor de herkenning van de talenten. Als ik bijvoorbeeld de laatste edities van de NTTB Jeugd Cup als graadmeter mag gebruiken dan is er in het noorden van Nederland nog heel wat werk te verzetten. En niet alleen in “Noord”. Maar moeten we dat werk eigenlijk wel door de afdelingen laten uitvoeren? (Wie zijn dat dan eigenlijk?) Nee, dat moeten we niet meer willen. De talenten die komen boven drijven zijn eigenlijk allemaal opgeleid bij de clubs. Of de afdelingstraining die toegevoegde waarde heeft gehad als we graag zien, acht ik net zo waarschijnlijk als dat Argus het komende jaar landskampioen wordt. Geen oordeel over de afdelingstrainers hoor, maar wel kritiek op de bestaande structuur. Nee, ik ben daar geen aanhanger van.
We moeten de kwaliteit van de jeugdopleiding in kaart gaan brengen. Van alle clubs als het even kan. Talenten, hun ouders en hun trainers moeten op in één oogopslag kunnen zien welke club in de regio de boel goed voor elkaar heeft. Ja, we moeten daarmee de sterktes en zwaktes van onze verenigingen in kaart brengen door middel van een certificering. Net als bijvoorbeeld de KNVB. Dan kunnen we gericht geld steken in talentontwikkeling in plaats van in een bodemloze afdelingsput. Een club die kan aantonen dat ze een goede jeugdopleiding heeft, kan daarmee ook de boer op richting sponsoren en scholen. Verenigingen die voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen kunnen dan beschouwd worden als regionaal steunpunt van de NTTB. Het opzetten van een certificeringsysteem is vast en zeker geen makkelijke klus. Maar wel een mooie… NTTB en clubs, sla de handen ineen, maak elkaar sterker!
11-07-2011
Het komt met bakken uit de hemel in Groningen. Een terrasje op de Grote Markt zit er niet in. Chagrijnig word ik er van. Ik besluit om met een kop thee op de bank lekker lui voor de televisie naar de 8e etappe van de Tour de France te gaan kijken. Een schrale troost, ook daar is het weer niet al te best. De renners kronkelen door het landschap. Ze zijn net op weg, er gebeurt nog niet veel. Mijn aandacht voor de beeldbuis verslapt. Op tafel ligt Score Magazine, een alleraardigst blad voor kaatsend Nederland. Op de cover aandacht voor jeugdopleiding, de professionalisering van de sport en een prachtige foto van een fanatieke dame die passie uitstraalt. Het nodigt uit om verder te lezen. Nooit gedacht dat kaatsen het bij mij zo winnen van het wielrennen. Kaatsend Nederland kijkt terug. Hadden wij tafeltennissers ook kunnen doen… Sorry, Tafel & Bat heb ik nog niet uit mijn hoofd gezet.
Het wereldkampioenschap in Rotterdam, de zinderende finale om het landskampioenschap… Met artikelen daarover had je elke tafeltennisser een plezier mee gedaan. Nee, niet alleen puur een verslag van die dagen. Maar wel laten zien dat tafeltennis leeft. Nu blijven die succesverhalen achter slot en grendel, waar ik mee wil zeggen dat we er veel te weinig mee doen. En de verhalen liggen op straat. Kijk nou eens naar de landskampioenen van Westa. Twee dagen nadat ze in Veenendaal op spectaculaire wijze de titel hadden binnen gesleept stonden Daan Sliepen en Martijn de Vries al weer de Westa-jeugd te coachen tijdens het finaleweekend van de Nationale Jeugdmeerkampen in Panningen. Het kan toch niet anders dat daar een verhaal achter schuil gaat waar we allemaal van kunnen genieten en ook van kunnen leren?
De wereldkampioenschappen in Rotterdam hebben indruk gemaakt. Dat weten we allemaal. We zijn er zelf bij geweest, we hebben er over gelezen of we hebben het gezien op TV. We moeten verdorie er alles doen om te blijven laten zien dat er mooie dingen gebeuren. Echt waar, die zijn er zat. Westa begrijpt dat. Kijk maar eens op wé wé wé Westa. Rechts op de pagina “diedei, revanche & ontlading”. Laat je meeslepen en geniet van wat sport zo mooi maakt. Kijk naar de posters, lees de teksten… klasse! Zou het niet mooi zijn dat we dit heel Nederland kunnen laten zien? Ik daag besturend tafeltennissend Nederland uit om ruimte vrij te maken op de begroting. Laat zien dat we één bond zijn met één doel: een tafeltennisbond met blijvende WK-allure. Het klettert hier nog steeds tegen de ramen. Maar de zon schijnt in mijn gedachten. Succes werkt aanstekelijk. Met dank aan Westa. NTTB, doe er wat mee!
22-06-2011
De bondsraad was zaterdag een feestje. Ik heb me prima vermaakt. Dat de bondsraad nu mijn kandidatuur toejuicht vind ik overigens sterk overtrokken en zeker niet een kop boven een artikel waard. En ik heb – afdelingsbestuurders let op! – niet voorgesteld om de acht afdelingen af te schaffen. De (achterhaalde) rol van de afdelingen staat nadrukkelijker dan ooit op de agenda en dat was precies wel mijn bedoeling. Nee, het feestje werd ingeluid met een fraaie terugblik op het WK in Rotterdam. Iedereen was het er over eens dat dit fantastische evenement een vervolg verdient en moet krijgen. En kan krijgen, want we hebben volop gezaaid in het land en zelfs ver over onze landsgrenzen. Wat mij betreft gaan we nu met elkaar voor een NTTB met een blijvende WK-allure.
De man die op mij de meeste indruk maakte was meneer Cor du Buy. Wat een prachtige man, gevoel voor humor, nog steeds een goed voetenwerk en een spreker van heb ik jou daar. De 90-jarige “Speler van de 20e eeuw” kreeg de hoogste NTTB-onderscheiding. Bovendien mocht hij zijn eigen I-Pong Cor du Buy tafeltennistafel in ontvangst nemen. Het deed hem stralen. Het tafeltje met historische foto’s staat vast en zeker te pronken in zijn appartement. Hij vertelde dat hij enige jaren geleden op zoek was gegaan naar een tafeltennistafel, zodat zijn familie ook eens een balletje kon slaan. Via Marktplaats wist hij een alleraardigste “Cor du Buy” op de kop te tikken voor 150 euro.
Nadat hij alle aanwezigen een visitekaartje met de tekst “Cor du Buy – Bondsridder” had gegeven en persoonlijk de hand had geschud keek hij nog even terug op de start van zijn indrukwekkende tafeltenniscarrière. Hij begon in het tijdperk dat er nog muntstukken van een halve cent waren (ca. € 0,0022689…). Hij had er één altijd bij zich gedragen als een soort van geluksmuntje. Die besloot hij al snel weg te gooien. Cor wilde zijn toekomstig succes niet laten afhangen van geluk en toevalligheden. Hij had nagedacht over zijn toekomst. Wat moet ik doen en wat moet ik laten? Hoe creëer ik de meest ideale voorwaarden om mijn succes te verzekeren? Meneer Du Buy, dank voor uw wijze en mooie woorden. We knopen ze goed in onze oren. Op naar een NTTB met een blijvende WK-allure!
12-04-2011
Maar goed, ik ben dus nieuwsgierig wat het toernooi ons gaat brengen. En dan doel ik op wat het de clubs oplevert. Gaat het grote Nederlandse publiek meegenieten van ons WK? En worden ze dan bevangen door alles en iedereen wat ons favoriete spelletje zo leuk maakt? Ik hoop het van harte. En wat zou het helpen als journalisten en verslaggevers tafeltennisgekke fanaten zouden zijn. Gisteravond hoorde ik nog een radiofragment van wijlen Theo Koomen, de legendarische radioverslaggever die ons aan de radio deed kluisteren en ons de Tour de France als het ware verkocht. Tijdens de Tour de France kreeg hij vanuit Hilversum door dat de regering van Pompidou was gevallen. Wereldnieuws was het dat de Franse president was gevallen. Koomen antwoordde dat hij niets had aan namen, hij moest rugnummers weten. Wat een fragment! Bezeten van de sport. Theo Koomen stond synoniem aan wielrennen. Een mooie ambassadeur.
Ik mag hopen dat tafeltennis via de nodige televisie-uren de Nederlandse huiskamers op een mooie manier wordt geserveerd. Wat zou het mooi zijn als tafeltennisgoeroes als Jan Vlieg, broertje Anne, Bettine Vriesekoop, Trinko Keen en Danny Heister naast Mart Smeets of Dione de Graaf de wedstrijden op een deskundige manier van commentaar gaan voorzien. Schakelen tussen Rotterdam en Hilversum. Op de laatste dag het slot van de Nederlandse voetbalcompetitie op Nederland 1 en de finale van ons WK op het derde net. Ik vrees echter dat we dat niet zullen meemaken. En nee, we hebben ook geen ‘tafeltennis-Koomen’ in ons midden. Een klein beetje Koomen zou al mooi zijn. Maar ja… We zullen het moeten hebben van journalisten en verslaggevers die het hebben over een dropshot, die niets snappen van ons spelletje en die opzichtig laten merken dat ze balen van het feit dat ze niet in één van de beslissende voetbalstadions zitten. Misschien moet we allemaal een Theo Koomen-pet op zetten, mensen om ons heen enthousiast maken en ze overtuigen dat campingpingpong in ’t echie nog veel leuker is. Eerst maar es genieten van het WK, misschien gaat het daarna allemaal wel vanzelf…
12-03-2011
Après-ski in Ahoy!
Hoewel je tijdens een heerlijke wintersportvakantie in Oostenrijk je druk behoort te maken over de groene pistes ging het bij mij toch ook weer over tafeltennis. Het kwam ter sprake tijdens een heerlijke après-ski discussie onder het genot van mijn favoriete drankje. Juist, met een schijfje citroen, een stampertje en zonder die blokken bevroren water. We kwamen in gesprek met een stel Oostenrijkers. Het ging over voetbalstadions in Europa. We spraken over de mooie ontwikkeling dat het publiek steeds dichter op het veld kan zitten, zonder hekken, grachten en sintelbanen. Opeens begon één van die gekke Oostenrijker over zijn sport. Tafeltennis! Haha, het moet niet gekker worden. Mijn neef en ik wisselden van barkruk, zodat die pingpongers met elkaar het gesprek konden voortzetten. De Oostenrijker - met een irritant felgekleurd skipak aan- had zich geërgerd aan de afstand tussen het publiek en het centrecourt in Luik. Hij feliciteerde mij overigens heel netjes met de overwinning van Li Jiao op Viktoria Pavlovitsj uit Wit-Rusland. Zozo, dacht ik nog… hij kent de namen wel…
Ik kon me wel vinden in zijn kritiek. Het was me ook opgevallen tijdens Studio Sport. De NOS had natuurlijk enkele minuten ingeruimd voor de vierde Top-12 overwinning van onze nationale trots. Afgezien van een klappende coach had ik geen enkele supporter op een tribune zien zitten. De camera’s waren steeds gericht op het enorme en misschien wel te grote speelveld. Spelen ze wel voor publiek, zal Tv-kijkend Nederland zich hebben afgevraagd. Hij was er het hele weekend geweest. Desgevraagd vertelde hij lachend dat hij daar in een wat minder uitbundige outfit op de tribune had gezeten. Gekscherend zei ik hem dat ‘wij tafeltennissupporters’ best wat meer mogen laten zien en horen voor wie we supporter zijn. Komt het Oranjelegioen dan op klompen, met tulpen in het haar en volledig gekleed in allerlei kleuren oranje naar Rotterdam, vroeg hij gekscherend. Hij had het meegemaakt tijdens het EK voetbal in zijn land een paar jaar geleden. Hij vond het een belevenis op zich, die knotsgekke Hollanders! Hij beloofde mij een vlag van Oostenrijk mee te nemen naar het WK. En misschien zou hij ook nog de nationale vlag op zijn gezicht laten schilderen.
Maar de afstand tussen spelers en publiek zat hem hoog. Hij had zich er aan gestoord. Speelhallen waar tribunes per definitie al meters boven het speelveld zijn gesitueerd mogen van ons niet meer worden uitgekozen als locaties voor de grote toernooien. Onze overeenstemming beklonken wij met het tikken van mijn bacootje tegen zijn half litertje Heinekenbier. Na een paar flinke slokken (wat kon hij zuipen zeg!) keken we vooruit naar het grote evenement in het sportpaleis. Hij had zich kennelijk al goed op de hoogte gesteld van de speellocatie. Hij wees op de foto van die enorme hal met het dak eraf. De showcourts lijken omringd door publiek dat ook daadwerkelijk zichtbaar is voor televisiecamera’s. Dat gaat toch ook echt gebeuren? Hij kon zich er nu al op verheugen. Lekker dicht op het speelveld. De emoties van het gezicht van de spelers kunnen aflezen, ook dat is sport en dat mag je supporters niet onthouden. Na afloop handtekeningen kunnen vragen aan de rand van het speelveld en niet achteraf in een hoekje van de betonnen kille hal. Weg met die verschrikkelijke afstanden tussen spelers en publiek. Letterlijk en figuurlijk!
05-02-2011
Stemadvies
Komende donderdag staat een extra algemene ledenvergadering van de afdeling Noord op de agenda. De opkomst zal enorm zijn, want het zou best eens zo kunnen zijn dat ook meer dan alleen de hakken-in-het-zand-bestuurders van weleer naar Assen ten strijde zullen trekken. Immers, de competitie van de NTTB afdeling Noord staat op het spel. Gaan we goed onderbouwd de competitie aantrekkelijker maken voor de juiste doelgroepen, of gaan we zomaar een keuze maken uit de veertien voorstellen (nou ja…) die door diverse verenigingen zijn ingediend? Ik vrees dat we alleen maar kunnen vaststellen dat het laatste van toepassing is. Bestuurders staan nu eenmaal niet bekend als personen die ALV’s goed voorbereiden. Zullen ze nu echt op dit moment al die voorstellen terugkoppelen aan hun achterban om tot een zorgvuldige keuze te komen? Ik geloof er helemaal niets van.
Eerlijk is eerlijk, het bestuur van Noord heeft wel wat losgemaakt… Het had een zeer goed geschreven column kunnen zijn, want het maakt enorm veel los bij heel veel personen. Waar je ook komt, er wordt over gesproken. Maar ja, overal worden ook kanttekeningen gemaakt, vraagt men zich af of alles wel goed onderbouwd is (nee dus), zegt men dat het initiatief is gebaseerd op aannames en zijn zelfs her en der al geluiden te horen dat – indien er echt veranderd moet worden – we er een bedrijfscompetitie bij hebben. De discussie is dus volop aan de gang en komt er ook best het besef dat de competitie inderdaad (voor bepaalde doelgroepen) aantrekkelijker gemaakt moet worden. Maar nu al een besluit nemen om de huidige competitie op de schop te gooien? Dat is simpelweg een brug te ver.
Het bestuur houdt echter hardnekkig vol. Donderdag zal hoe dan ook in Assen een belangrijke stap gezet moeten worden in de tafeltennisgeschiedenis. Daar moet historie geschreven worden! De competitie moet veranderen, want als dat niet gebeurt dan is het tafeltennis in Noord ten dode opgeschreven. Ik onderstreep dat we inderdaad kritisch moeten kijken naar de competitie, maar dat zullen we zorgvuldig moeten doen. Niet door wat te roepen op een ALV, een sinterklaasbijeenkomst met gele brainstormbriefjes en een keuzemoment met veertien voorstellen… Het lijkt wel een voorronde van het songfestival waarin de keuze van de vakjury buitenspel wordt gezet. Met een nietszeggend liedje als resultaat… Misschien mag ik u een stemadvies geven. Stem hoe dan ook blanco. Dan blijft alles zoals het is. En dat is op dit moment (helaas) misschien wel het allerbeste…
16-12-2010
Radio 1-journaal, maandag 9 mei 2011
Elke werkdag rijd ik ‘s ochtends van Groningen richting Sneek. Er moet al wat raars gebeuren wil ik niet luisteren naar het Radio1-journaal. Zo rond twintig voor acht is er een sportblokje, bijna altijd gepresenteerd door Tom van het Hek. Hij wordt dan zogezegd geinterviewd door het duo Marcel Oosten en Lara Rense of het andere tendem Lucella Carasso en Bert van Sloten. Of een combinatie ervan, maar dit terzijde. Ik vertel u geen nieuws als ik zeg dat er niet of nauwelijks aandacht is voor ons geliefde spelletje tafeltennis. Meestal gaat het over - hoe kan het ook anders - voetbal. Volkssport nummer één in Nederland en weet ik niet waar op deze aardbol. Tom heeft het dan vaak over het al dan niet uitkomen van zijn voorspellingen van de uitslagen. En bijna in elk blokje van pak ‘m beet drie minuten komt wel de zinsnede ‘zoals dat men dat zo mooi noemt’ of ‘zoals dat heet in de volksmond’ voorbij. Tot irritatie aan toe. U moet er maar eens op gaan letten.
Vanochtend was er ook weer zo’n rit. Ik reed vlak voor Drachten nog net niet bumperklevend achter een autootje die keurig onnodig links bleef rijden. Gelukkig schakelt Hilversum met Tom. Nieuwsgierig was ik natuurlijk of hij nu wel een paar seconden vrij zou maken voor de tafeltennisinterland van gisteravond in het zuiden van het land. Uiteraard was mijn nieuwsgierigheid bij voorbaat al geheel onterecht. Het zal de optimist wel in mij zijn, die steeds maar weer denkt dat we wel die aandacht krijgen die we ook eigenlijk wel verdienen. Maar ja… Tafeltennis krijgt – als we geluk hebben - nog net een plaatsje op pagina zoveel van het sportkatern en dan waarschijnlijk weeggestopt in een paar regels ergens op een linkerpagina. Dat is nu eenmaal zo. Ik rijd inmiddels ter hoogte van Beetsterzwaag. Ik heb afscheid genomen van Tom en overigens ook van het iets te langzame karretje voor me. Die pakte de afslag Drachten centrum. Mijn gedachten dwalen af naar mei 2011…
Wat gaan onze wereldkampioenschappen teweeg brengen in Nederland. Halen we het Radio 1 Journaal? Staan we paginabreed met foto en al op de hoofdpagina’s van de sportkaternen van onze landelijke dagbladen? Wereldwijd – en natuurlijk in China – zal Rotterdam veelvuldig in beeld komen. Maar in Nederland? Ik weet het niet. Ik denk dat ze pas in actie komen als mijn held Koen gaat stunten. Eén keer zal niet genoeg zijn, hij zal vaker moeten stunten. Hij moet zich gaan plaatsen voor het hoofdtoernooi. Gaat hij de Nederlandse bevolking laten zien dat tafeltennis ook door nedelanders met een blonde kuif op topniveau gespeeld kan worden? Ik hoop het van harte. Als het aan mij zou liggen had hij nu al een wildcard te pakken. In de schaduw van onder meer Li Jiao kon hij zich dan voorbereiden op zijn debuut bij de heren op wereldniveau. In Rotterdam. Hoe zou Tom het gaan noemen….? Dat blonde ventje speelde – zoals ze dat zo mooi noemen – zich helemaal de longen uit het lijf. Hij flikte het toch maar even en sloeg het celluloid
zijn opponent aan alle kanten voorbij. Beste sportvrienden, tafeltennis is een serieuze sport aan het worden in ons landje. Morgen zijn we er weer, es kijken wat Koen er van gebakken heeft. Zelfs Lucella is enthousiast. Tom, tot morgen! Zou het dan toch gaan gebeuren?
Klik hier
voor eerder gepubliceerde columns van Peter Hanning.
Klik hier
voor eerder gepubliceerde columns van Gert Brink, Bennie Douwes, Jaap Schuurman, Peter Hanning, Ton Mantoua en Johan Vogelzang.