Rolgordijntjes dicht
Supporters laten zich te weinig zien en horen
Zondagmiddag moest ik even denken aan de woorden van Martin Khatchanov. Hij had net zijn debuut gemaakt voor Pecos. Hij zei na zijn openingswedstrijd dat ie het leuk vond om voor al dat publiek te spelen. Voor elke speler moet het fantastisch zijn om voor een volle zaal te spelen. Helaas zit het niet bij elke wedstrijd bomvol. Sterker nog: het aantal toeschouwers kan door het scheidsrechtersduo probleemloos tussen de sets door worden geteld en nagenoeg exact op het wedstrijdformulier worden genoteerd. Afgelopen zondag was dat niet anders aan de Brahmslaan in Leiden, waar de plaatselijke damestrots LTTV Scylla de eredivisieouverture mocht beleven. In de speelzaal zat een groepje thuissupporters schuin tegenover mij. Fanatiek hun favorieten steunend met handgeklap en aanmoedigingen. Als je thuis speelt moet dat toch een lekker gevoel geven.
Dat klinkt leuk. Toch was het aanblik niet eredivisiewaardig. Lege rieten stoelen kleuren de overkant. En toch hadden de meiden van coach Wittebrood over publieke belangstelling niet te klagen. Aan de andere kant van het glas stonden en zaten tientallen tafeltennisliefhebbers de wedstrijd te aanschouwen. Waarom zaten die lui niet aan de rand van het centrecourt? Dat had het sfeertje ongetwijfeld leuker en aangenamer gemaakt. Ik zei gekscherend nog tegen de Argusdames dat ze de rolgordijntjes beter maar dicht konden doen, zodat het publiek wellicht wel in de speelzaal hun gezicht zouden laten zien. Toen kreeg ik de bal fijntjes teruggekaatst, want een dag eerder in De Borgstee was het niet anders geweest. En ja, toen zat ook ik een deel van de wedstrijd vanaf de barkruk de wedstrijd te volgen. Weliswaar meelevend, klappend voor mooie rallies (en die waren er!) en met mijn handen tegen de ramen aan rammend om maar te laten merken dat ik er ook was om te supporteren. Ik had natuurlijk beneden op de tribune moeten zitten, daar had ik mij kunnen laten gelden.
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Dat geldt natuurlijk ook voor tafeltenniswedstrijden. Met meerdere supporters wordt het sfeertje alleen maar leuker. Een sfeertje waar je dan ook graag bij wilt gaan horen. Iemand die nu een keertje komt kijken, bedenkt zich wel honderd keer om een volgende wedstrijd nog eens binnen te stappen. Sfeerloos is misschien te sterk uitgedrukt en doe ik er zeker de huidige supporters mee tekort, maar een beter woord kan ik nu niet bedenken. Hoe anders zou het zijn als die persoon zou worden meegesleept door de andere supporters en het idee heeft gehad dat hij of zij het team heeft kunnen steunen? Dat maakt het beleven van wedstrijden nou eenmaal veel leuker, toch? We in plaats van ze, dat gevoel. Het zou leuk zijn als we dat in de speelzalen kunnen bewerkstelligen. Ik hoop dat clubs hun supporters ook gaan bedienen met een simpel programmablaadje, heet ze in ieder geval van harte welkom. Stel de teams voor. Smash Hattem deed dat vorig jaar bijvoorbeeld erg leuk! Een muziekje tussen de sets, verzin het maar. Nu gebeurt dat soort dingen zelden. Men laat het achterwege, omdat het dan toch maar gebeurt voor anderhalve man en een paardenkop. Maar ja, we moeten toch ergens beginnen. En wedden dat het allemaal veel leuker wordt?!
26-08-2010
Stelletje kleuters
Vooravond eredivisie heren verstoord door zoemende olifant
Wat vind jij er nou van? Die vraag is al een aantal keren op mij afgevuurd. En dan heb ik het over het gerommel aan de vooravond van de start van de heren eredivisie. Er is al veel over gezegd en geschreven. Als ik het allemaal nog eens de revue laat passeren dan kan ik niet anders concluderen dan dat de betrokken partijen van een mug een olifant hebben gemaakt. En waar je een irritant zoemende mug met een simpele vliegenmepper uit de weg ruimt, wordt nu een heel leger opgetrommeld om de olifant af te schieten via verschillende en ook ongeoorloofde of onsmakelijke kanalen. Onnodig en onprofessioneel van veel betrokkenen. Persoonlijk vind ik het bijzonder jammer dat er hier en daar op dé man en niet op dé bal wordt gespeeld. Je mag nooit iemand veroordelen op het feit dat hij of zij de regels toepast die we met elkaar hebben afgesproken. En je hoeft je er ook niet steeds achter die regels te verschuilen als je van mening bent dat de competitie achter de tafeltennistafel beslist moet worden.
We hebben iedereen nodig om van de eredivisie een steeds beter product te maken. Als we naar de laatste jaren kijken, dan kunnen we toch niet anders zeggen dan dat er inmiddels een alleraardigste competitie staat! Of zie ik dat verkeerd? Clubs doen er alles aan om jaar in jaar uit goede teams samen te stellen. Ik heb de nodige leuke en spannende wedstrijden gezien in het afgelopen jaar met als absoluut hoogtepunt de finale in Veenendaal. Tafeltennispromotie bij uitstek. Met (weliswaar te) kleine stapjes wordt er door veel personen gewerkt om van de eredivisie nog iets mooiers te maken. Ik hoop dat een ieder het met mij eens is dat we dat proces niet om zeep mogen helpen. Ook niet door een vervelend zzzzzzzzzzzzzoemend mugje. Natuurlijk moet en kan het allemaal beter. Maar het helpt echt niet door steeds maar weer af te geven op de NTTB. Ook ‘Zoetermeer’ weet dat het beter moet! Niet voor niets staat een paragraaf over de eredivisie in het beleidsplan. Er staat onder meer het volgende. De eredivisie zou veel meer hét gezicht van de tafeltennissport kunnen en moeten zijn.
Vandaag is dat eredivisiegezicht helaas te vergelijken met een beginnende student die net de ontgroenende nacht achter de rug heeft. En na het uitslapen van zijn roes bijna kokhalzend de eerste boterhammen naar binnen probeert te werken. Onsmakelijk en zeker niet lekker om de competitie mee te beginnen. De eredivisie kent wat mij betreft een brakke vooravond. Niet het beste gevoel om mee vooruit te kijken. En dat mogen een aantal betrokkenen zich aantrekken. Ik hoop van harte dat de verderfelijke lucht snel wordt geklaard. Grote mensen moeten dit toch heel anders met elkaar kunnen oplossen dan de wegen die nu gekozen zijn en worden. Misschien dat deze brakke student na een succesvolle studie cum laude zal afzwaaien. In mijn ogen kan dat zeer zeker! Hij zal dan in ieder geval moeten gaan beseffen dat ie niet elke week in deze gemoedstoestand te werk kan gaan. Misschien moeten de betrokken heren met elkaar maar eens een sterk bakkie koffie gaan drinken. Meestal wel goed na een (te) zware nacht. Maar ja, wie nodigt wie als eerste uit…? Ik vrees dat iedereen zich daar te groot voor voelt. Wat een stelletje kleuters…
19-08-2010
Wie ben ik
NTTB kan niet rechtstreeks communiceren met leden
Zo nu en dan kom je er niet onder uit om een gezelschapspelletje te spelen met het neefje die daar al een aantal keren om had gevraagd. Dinsdagavond was het weer zover. Wie ben ik? Een spel waarbij de ene speler een mannetje of een vrouwtje uit het stapeltje kaarten kiest. De tegenspeler moet dan door middel van gesloten vragen proberen te achterhalen wie er op het kaartje staat. Heeft deze man zwart haar? Mijn neefje had de grootste lol, omdat ik mijn bordjes van personen die het niet konden zijn maar mondjesmaat kon omkieperen. Het leek wel een spel tussen de NTTB en de leden. Wie is nu eigenlijk de allang gecontracteerde herenbondscoach? Ja, ik weet hoe hij heet. Maar ik heb geen idee hoe hij eruit ziet en al helemaal niet wat zijn ideeën en opvattingen over het tafeltennisspelletje zijn. Maar goed, ik weet wel dat ie in september aan de slag gaat bij de NTTB.
Ik hoop meer te horen van de nieuwe bondscoach als alleen maar dat hij met de NTTB wil bouwen aan nieuwe generaties. Een bondscoach is voor een sportbond toch een – en misschien wel hét - gezicht naar de buitenwereld. Daaronder versta ik gemakshalve ook maar even de pakweg 35.000 leden. Hij kan ons het verhaal vertellen waar we met onze talenten en toppers naar toe gaan. Hij kan ons enthousiast maken voor het WK in Rotterdam. Hij kan zijn visie presenteren. Hij kan topsport onder de aandacht brengen van de breedtesporters. Misschien is het beter dat ik het woordje ‘kan’ vervang door het woordje ‘moet’… Natuurlijk is het nog geen september en ben ik misschien te vroeg met dit verhaal. Maar ja, de damesbondscoach is toch ook al weer enkele maanden aan het werk… Weet een gewoon lid van de NTTB de namen op te lepelen van onze nieuwe bondscoaches? Ik denk van niet. En dat is bijzonder jammer. Misschien zien we in Tafel & Bat (1e jaargang, 2e uitgave) wel een boeiende tweeluik over Nikola Vukelja en Chen Zhibin. Dat zou een goede zaak zijn, want het zijn juist personen die onze sport moeten verkopen!
De NTTB kan niet rechtstreeks communiceren met haar leden. Dat is een tekortkoming vanjewelste. De website(s)? Voor actueel korte berichten prima geschikt, maar voor een interview met sprekende foto’s of achtergrondinformatie kunnen we dat toch geen serieus communicatiemiddel noemen? Maar ja, een alternatief hebben we op dit moment simpelweg niet. En dat is eigenlijk bijzonder vervelend. De NTTB moet al jarenlang vechten tegen de negatieve beeldvorming onder haar eigen leden. En dat kost energie. Communiceren met de leden gaat nu vooral omslachtig en stroperig via afdelingen en verenigingsecretariaten. De NTTB is dus overgeleverd aan – en ik gebruik nu de woorden van voorzitter Verkooyen – ‘professionele vrijwilligers’. Te vaak komen boodschappen niet, onvolledig of onjuist terecht bij de leden. En dat komt de beeldvorming en het enthousiasme niet ten goede. Dé doodsteek voor de vele goede dingen die er weldegelijk zijn voor én door de leden van de NTTB. Als m’n neefje zometeen een potje wil Mens-erger-je-niet-en sla ik een rondje over. ’t Is tijd om in beweging te komen!
Nog een column lezen? In aanloop naar de wereldkampioenschappen in Rotterdam schrijft Peter Hanning een aantal columns op www.wktafeltennis.nl.
12-08-2010
Koen, zijn held
Trainen, trainen en nog eens trainen
Maandagavond was ik aandachtig toeschouwer in De Borgstee. De nog steeds te warme thuishaven van Argus was op dat moment het decor voor ruimschoots dertig tafeltennisfanaten uit het hele land. De ongelofelijke drive waarmee onder leiding van Vlieg en Douwes werd getraind belooft veel moois voor het komende jaar. Mooi om die gasten van jong tot oud aan het werk te zien. Het is toch wel bijzonder om starters en eredivisiespelers in één zaal te zien zwoegen. Van jong tot oud… ehmmm… nou ja, oud… er waren enige generatiekloven te constateren zullen we maar zeggen. Op de publieke tribune waren we in ieder geval onder de indruk van ieders knallende honger naar de bal. Het eerste nummer van Tafel & Bat kwam ook nog even voorbij. Toch leuk. Ik had de nodige exemplaren kunnen slijten kan ik u verzekeren.
Ik bleef onbedoeld hangen tot het einde en kreeg de vraag of ik een paar jongens naar het sporthotel wilde brengen. Anne, geen probleem. Wie neem ik mee? Twee uitgebluste jongens van Dedemsvaart met hun sporttas over de schouder werden aan mij toebedeeld. Op weg van de sporthal naar de auto werd ik verblijd met het enthousiasme van de kleinste van het stel. Hij wil een topseizoen gaan draaien. Hij vindt het tafeltennisspelletje helemaal geweldig. En hij vertelde met twinkeling in zijn ogen over een gesprek dat hij had gehad met een andere tafeltennisser. Ze waren met elkaar in gesprek geraakt over de sport waar ze allebei helemaal gek van zijn, sprak hij. Ze kenden elkaar niet. Ze vroegen elkaar natuurlijk in welke klasse ze speelden. Zijn sporttas was inmiddels wat te zwaar geworden en sleurde enigszins over de stoffige straat. Weet je wat hij speelde? vroeg het mannetje aan me. Ik haalde mijn schouders op, terwijl ik mijn glimlachen over zijn getoonde passie nauwelijks kon beheersen. Hij speelt heel hoog in Nederland. Ik wist helemaal niet dat ik op dat moment met Koen Hageraats aan het praten was!
Koen is zijn held, zijn voorbeeld. Dat maakte ik uit alles op. Hij was er trots op dat ie met Koen had zitten praten. Het ventje maakt deze week heel veel trainingsuren, maar dat was geen probleem vertelde hij. De ‘ik-wil-net-zo-goed-worden-als-Koen-mentaliteit’straalde van zijn gezicht. Hij moest eens weten dat Koen elke week deze trainingsuren maakte. En doe jij ook wat in tafeltennis? Ja, ik vertelde dat ik onder meer trainingen geef. Net zo goed als Anne? Nee joh, hoefde ik niet eens te zeggen. Hij wist het antwoord natuurlijk al, want de volgende vraag werd al weer – en wat serieuzer – op mij afgevuurd. En wat nog meer? Ik schrijf zo nu en dan een stukje op TTNieuws, een column noemen ze dat. En aangemoedigd door het ventje dat de deur van de auto dichtsloeg dacht ik aan de volgende uitgave van Tafel & Bat. De grote poster in het midden is wat mij betreft al vergeven. Aan Koen Hageraats. Zijn held.
08-08-2010
Openingsnummer
Het laat zien dat tafeltennis lééft in Nederland
Het eerste nummer van ‘Tafel & Bat’ heb ik met veel plezier gelezen. Ik weet niet wat u er mee gaat doen, maar dit is voor mij al een historisch nummer geworden. Bewaren dus! Heel anders dan het nulnummer toont de cover wel één en al tafeltennisvreugde. Onze Britt kreeg nog niet eens de kans om de felicitaties van haar tegenstanders in ontvangst te nemen of onze Europese kampioen werd bedolven onder haar teamgenoten. Wat een ontlading, fijntjes en fraai vastgelegd door Henk Hommes. Super dat de leden van de NTTB nu eindelijk kunnen zien en lezen én kunnen meebeleven wat tafeltennis allemaal teweeg brengt in den lande.
Wat vond u van het artikel ‘Voor een dubbeltje op de eerste rang’ op pagina 6? Ik heb met veel genoegen kennis gemaakt met scheidsrechter Gerard van den Burg. Hij beleeft op zijn manier het spelletje tafeltennis. Zijn ideeën over het werven van scheidsrechters begint al bij de jeugd. Onze jonge jeugdspelertjes zouden we inderdaad bewuster kunnen laten omgaan met het tellen van wedstrijden. Hardop tellen moet standaard zijn. Tijdens trainingen bij clubs een warming-up in de vorm van het Ren-je-tot-spel en dan spelregels behandelen. Goed gezien scheids!
Misschien hebt u het verhaal over de werving van de vrijwilligers voor het WK in Rotterdam overgeslagen. Maar dat is zeker de moeite waard. Het enthousiasme dat Ria Elshof en Hans Waterreus uitstralen, echt helemaal te gek. Elke lezer moet bijna wel gedacht hebben: ‘Er moet zoveel gebeuren, daar wil ik bij zijn!’ Ik weet zeker dat Ton van Happen heeft zitten glunderen toen hij het artikel onder ogen kreeg. Een compliment trouwens ook voor de grafische vormgeving van ‘Tafel & Bat’. Lekker eigentijds. Ook de wijze waarop de foto’s zijn afgebeeld, helemaal te gek.
En het is toch ook fijn om eens in de keuken te kijken van een andere club! In de rubriek ‘Game’ waarin twee clubvoorzitters met elkaar in gesprek zijn, worden op een eenvoudige wijze handvatten gegeven. De voorzitter van Ysbrechtum Oan Slach laat prima zien dat het ook wel goed kan gaan met onze sport in Friesland. Dat is een inspiratiebron voor clubs die een wat mindere periode doormaken. Met hart en ziel werken aan je club en er gaat zeker weten wat gebeuren bij de vereniging. Zijn collega van Tafeltennis Nijmegen vertelt wat er allemaal komt kijken bij nieuwbouw. Nog niet gelezen? Doen hoor!
Afijn, het eerste nummer van ‘Tafel & Bat’ is een feit. Het lachende &-teken hebben we gehandhaafd van het bekritiseerde nulnummer. Dat was op het oog geen tafeltennisblad. Als dit nummer toonbeeld is voor wat komen gaat, dan petje af voor de redactie en vormgevers. Bijna allemaal – als ik het zo inschat – vrijwilligers uit den lande. Veertig pagina’s met ruimte voor 75 jaar historie, de NTTB jeugdselecties, clubs van A tot Z, Europese topspelers, evenementen als het Dag van het Talent en de jeugdmeerkampen, een fraaie poster van onze Europese jeugdkampioen Britt in het midden, een prijsvraag voor de jongsten, spelerspresentatie van de Menereis-eredivisie , overal is aan gedacht. Geen saaie opsomming van feiten, maar een prima aanvulling op de websites. Het laat zien dat tafeltennis lééft op allerlei fronten in Nederland.
15-07-2010
NTTB 75 jaar: ahoi ahoi!
Wat gaan club en afdeling doen aan ons WK?
Daar zat ik dan in mijn fel oranjeshirt met het logo van de Special Olympics 2006. In mijn autootje tussen Hoogkerk en Groningen schakelde ik mijn radio van 1 naar 2. Even geen Jack - ’t is buitenspel!!!’ - van Gelder. Ik was net als 16 miljoen andere Nederlanders aangeslagen na de finale tegen Spanje. Ik kon ook even niet blij zijn met de juiste wereldkampioen die ik had voorspeld in de Argusvoetbalpoule, wat me nog een plaatsje in de subtop opleverde. Vier minuten verwijderd van € 250,= in een andere voetbalpoule. Ik had ingezet op een nul-nulletje. We zouden afrekenen met 1974, 1978 en met het penaltysyndroom. Drie vliegen in één klap voor Oranje… Helemaal niets van dat alles. Piep. Ik baalde. Op Radio 2 zong Frank Boeijen mij rustig toe “Zeg me dat het niet waar is...” En zonder dat ik het door had zong ik hardop mee. Blijkbaar niet om aan te horen. De dame in haar MPV die naast me stond bij de verkeerslichten op het Hoendiep keek me hoofdschuddend aan. Zij was blijkbaar al terug op aarde…
Het normale dagelijkse leven is niettemin weer de realiteit van de dag. We kunnen ons gaan richten op wat komen gaat. Bijvoorbeeld op het volgende WK-feestje. En dan doel ik natuurlijk op het wereldkampioenschap volgend jaar in Rotterdam. De NTTB heeft een mooie promotiecampagne op touw gezet, dat belooft veel. Mooi dat onze bond eindelijk met onze toppers het land in gaat. En ik hoop oprecht dat afdelingen en clubs het gaan oppakken. Alleen dan kunnen we volgend jaar ons eigen Oranjefeestje gaan vieren in Ahoy. Het zou een gemiste kans zijn als we er niet met elkaar iets moois van maken. Nee, ik verwacht geen rondvaartboot door de Amsterdamse grachten of een groots onthaal op de Coolsingel. Maar wat zou het mooi zijn als de NTTB in een paginagrote advertentie in het nieuwe tafeltennisblad ‘Tafel & Bat’ het tafeltennispubliek bedankt voor een geweldig slotakkoord van het 75 jarig-jubileum. Een special editie mag natuurlijk ook...
Tafeltennisland viert nu vakantie. Dat ga ik ook even doen. Mooie gelegenheid om zo nu en dan te brainstormen over van alles en nog wat. Ik hoop dat vereniging- en afdelingbestuurders dat ook gaan doen. Na de vakantie laat ik me graag verrassen door allerlei WK-acties. Een voorproefje… Elke afdeling gaat met een bus vol jonge tafeltennissers hun Jeugd Cup team supporteren. Elke club kiest een vrijwilliger van het jaar en bedankt hem of haar met een finalekaartje. De WK-banner staat op elke homepage van de vereniging- en afdelingwebsite. Een spandoekenwedstrijd met teksten als NTTB 75 jaar: Ahoi ahoi! Beste bestuurders, ik hoop dat uw leden van u horen na de vakantie. Maar gek genoeg – zonder u allen over één kam te willen scheren – vrees ik dat we van de meeste van u weinig gaan horen. En dan ga ik met tegenzin toch nog maar even met u terug naar afgelopen zondagavond. Radio 2, even na elf uur… ‘Zeg me dat het niet waar is…, zeg me (…) dat (…) het (…) niet (…) waar is!’
Prettige vakantie!
30-06-2010
Boksring
Ik weet niet wat er allemaal aan de hand is in ons tafeltenniswereldje. Het lijkt wel alsof iedereen zegt dat ze zich terugtrekken of opstappen. Het dreigement – zo noem ik het gemakshalve maar even – wordt als stok achter de deur gebruikt door het bestuur van de afdeling Noord. Het bestuur van de afdeling West gebruikte onlangs soortgelijke bewoordingen in een brief aan het hoofdbestuur. En nu lees ik dat De Treffers Klazienaveen zich terugtrekt uit de eredivisie als… Ik moet er natuurlijk wel bij vermelden dat men het opstappen en terugtrekken slechts overweegt. Lekker diplomatiek! Maar goed, waarom nu zo hard schreeuwen beste mensen? Het kan toch anders? In de voorbeelden die ik genoemd heb, snap ik trouwens best dat er ongenoegen is of was bij de overwegende opstappers en terugtrekkers. Maar kom op zeg, we zijn toch geen kleine kinderen? Volgens mij is er in alle redelijk met elkaar te praten en komen de betrokken partijen er altijd met elkaar uit.
Komend weekend staat er wat moois op het programma. De NTTB Jeugd Cup! Dat toernooi staat als een huis en is een belevenis voor iedereen die er bij betrokken is. En ook daar hebben we in het verleden bijna letterlijk in de boksring gestaan om ‘anders-doen-we-niet-meer-mee-argumenten’ van tafel te krijgen. Ook hier geldt dat de vijanden op basis van goede argumenten tot goede oplossingen zijn gekomen. De vredespijp werd uiteraard gerookt. En dat is maar goed ook. Ik had het eeuwig zonde gevonden als de Jeugd Cup formule om zee was geholpen door een paar heethoofden die hun emotionele stok achter de deur gebruiken om de knuppel in het hoenderhok te gooien. Stel nou dat we toen niet redelijkerwijs met elkaar in gesprek waren gekomen? Dan had het komende weekend er heel anders uit gezien.
Ik kan inderdaad slecht tegen het dreigen met het diplomatieke overwegen om terug te trekken of om op te stappen. Ons tafeltenniswereldje heeft er namelijk helemaal niets aan, al levert het natuurlijk hier en daar wel smulverhalen op in de sportkantines en lokt het reacties uit op onze tafeltennissite. Discussies prima, maar dan wel met juiste argumenten én op de juiste plaats. Pak gewoon de telefoon! Maar misschien is die boksring op Papendal niet eens zo’n gekke locatie. Je zou er een heuse arenadiscussie van kunnen maken. De discussieleider in de ring en de rest lekker aan de buitenzijde van de ring. Niet letterlijk knokken, maar wel figuurlijk. Alle betrokken personen bij elkaar, lekker daadkrachtig discussiëren en direct met een oplossing komen. En pas dan naar buiten! Neem een voorbeeld aan Bert van Marwijk in de kwestie Van Persie. Grote klasse. Maar goed, er staat wat moois op het programma. Opstappers, terugtrekkers, maar vooral en juist de liefhebbers van het tafeltennispelletje: op naar Papendal!
22-06-2010
Ons WK!
Mijn betrokkenheid bij de wereldkampioenschappen in Rotterdam? Gewoon, tafeltennisliefhebber. En als tafeltennisliefhebber en –fanaat mag je dit evenement simpelweg niet missen. De data staan al gepland in mijn agenda ergens in oktober. Huh, dan al? Ehm.. ja, want dan heb ik mijn nieuwe Succesagenda voor 2011 in huis. En dan mag ik zeker niet vergeten om een paar dagen in de periode 8 tot en met 15 mei vrij te roosteren. En misschien wel een hele week! En mag ik je iets aanraden? Ik zou het ook doen als ik jou was. Waarom ik dat zo zeker weet? Nou, dat ga ik je vertellen… Ongeveer een maand geleden kreeg ik Ton van Happen aan de lijn. Of ik een presentatie wilde geven om clubs in de afdeling Noord alvast op de hoogte te brengen van dit mooie evenement. Natuurlijk Ton, geen enkel probleem.
Diezelfde middag kreeg ik de powerpointpresentatie in mijn digitale brievenbus. Ik was direct verkocht. Nog geen tien sheets waren nodig om direct mijn succesagenda open te klappen. Dit wordt werkelijk een schitterend evenement. Ahoy dat alleen maar tafeltennis ademt. En niet alleen met Nederlandse liefhebbers op de tribune, maar vast en zeker supporters uit veel Europese landen en van ver daarbuiten. En je ziet gegarandeerd de beste tafeltennissers van de wereld. Dat mag je niet missen! Het tafeltenniswereldje een beetje volgend weet ik ook dat er zeker aandacht is voor breedtesport, side-events en allerlei vormen van tafeltennispromotie. Wij tafeltennissers moeten dit toernooi gaan omarmen en Nederland hiermee laten zien dat tafeltennis er echt is voor iedereen. Dit WK wordt óns WK!
Maar goed, ’s avonds dus die presentatie in een vergaderzaal in het mooie Groningen. Ik verontschuldigde me eerst nog bij mijn toehoorders dat ik me nauwelijks had kunnen voorbereiden op deze weliswaar korte presentatie, maar toch. Met wat aantekeningen in de ene hand en een microfoon in de andere ging ik wat onwennig van start. Gezonde spanning zullen we het maar noemen. Maar net als in een echte wedstrijd was die spanning zomaar verdwenen. En dat was ook niet zo gek. Weer kwamen die sheets voorbij. Ik werd opnieuw hartstochtelijk. Wat een evenement… zoveel tafels, zoveel spelers en zoveel van alles! In mijn enthousiasme vergat ik zelfs mijn aantekeningen. Sorry Ton! Maar collega-liefhebbers, kom naar Rotterdam! Het is veel meer dan de slagroom en de kersen op de verjaardagstaart van de 75-jarige NTTB. En u mag dat feestje niet missen. Ik heb erover in de vergaderzaal mogen vertellen. Doet u dat in de tafeltenniszalen? Zo dragen we met elkaar een steentje bij aan ons WK!
10-06-2010
Ouwe zemelaars
Passie ontbreekt bij te veel clubbestuurders
Volgende week zaterdag komt de bondsraad van de Nederlandse Tafeltennisbond bijeen in Utrecht. De voorbereidingen zijn in volle gang. Het belooft een leuke vergadering te worden. Leuk? Hoe kan dat nou? Ik hoor jullie allemaal denken, haha… Ik kijk er oprecht naar uit. Te meer ook omdat de bondsraad in een vernieuwde samenstelling bijeen komt. Vanuit elke afdeling twee vertegenwoordigers en zes zogenaamde functiezetelhouders. Ik heb steeds meer het idee dat de waarde van de bondsraad toeneemt. En dat is belangrijk voor iedereen die bij de tafeltennissport betrokken is. Het beeld dat bestaat van een stelletje ouwe zemelaars dat twee keer per jaar het hoofdbestuur komt plagen, is absoluut niet (meer…) van toepassing. Ja, dat durf zelfs ik – kalend en grijzend- te roepen. De bondsraad is op de goede weg, zonder nu direct te willen stellen dat we dynamisch zijn en alles goed voor elkaar hebben.
Er moet namelijk nog wel wat verbeteren wat mij betreft. Onder meer het contact met de achterban. Want die weet ons nog nauwelijks te vinden. Of wil het simpelweg niet. Dat vind ik zeer teleurstellend, omdat iedereen met wie ik een discussie aan ga over tafeltennis in Nederland wel een mening heeft over de NTTB. Of beter, ze hebben kritiek. En dat mag! En dat moet ook kunnen, zeker. Maar wat was het mooi geweest als je inhoudelijk had meegepraat in de voorbereiding op en besluitvorming van de plannen. Het meerjarenbeleidplan 2010-2016 staat bijvoorbeeld al weken op de site van de NTTB en ik zie, hoor of lees nauwelijks reacties. Ook niet van clubbestuurders uit Noord die opgeroepen zijn om mee te denken. Slechts één reactie leverde dat op! En straks maar weer zeuren dat het allemaal anders had gekund of zelfs anders had gemoeten. En ondertussen maar lekker achterover leunend in je luie zetel blijven zitten. Tja.
Dit is voor mij weer een mooi voorbeeld van de slaapverwekkende houding van veel clubbestuurders. Er gebeurt nauwelijks iets, er wordt weinig ondernomen en keer op keer is dat een gemiste kans. Clubbestuurders moeten in actie komen, moeten zich gaan bemoeien met de toekomst van de tafeltennissport en moeten als de wiedeweerga hun eigen club in hun regio op de kaart zetten. En dan komt het best goed! Je ziet het bij clubs waar wel wordt nagedacht en waar wel de handen uit de mouwen gestoken worden. Daar groeit vaak iets moois. Maar bij (te) veel clubs gaat het langzamerhand naar z’n malle moer. En niemand schudt ze wakker of daagt ze uit. En laat dat nou net mijn inzet zijn volgende week zaterdag. De NTTB moet clubs gaan uitdagen om uit die diepe slaap te komen. Ik zeg wel eens dat veel clubs een ouderwetse schop onder hun kont moeten krijgen. Wellicht – nee ik weet het zeker- moet de nieuwe lichting de voorzitterhamer (durven) overnemen van de ouwe garde. Tafeltennis moet gaan leven bij de clubs en dat begint met passie. En dat ontbreekt hier en daar nog wel eens…
01-06-2010
Strijd, passie en vechtlust is wel het minste
WK 2011 Rotterdam: applaus, afrekenen en opnieuw beginnen?
Op 19 juni zal Paul Haldan worden gekozen als hoofdbestuurslid topsport van de Nederlandse Tafeltennisbond. Een mooi moment om in te stappen, want ik ben van mening dat de bond in meerdere opzichten aan het groeien is. Het hoofdbestuur heeft in mijn optiek een realistisch meerjarenbeleidplan 2010-2016 op tafel gelegd en de organisatie staat steeds meer als een huis. Bovendien staan de wereldkampioenschappen in Rotterdam voor de deur. Een unieke mogelijkheid om de tafeltennissport in ons land te presenteren aan het grote publiek. Wat is er nou mooier dan dat Nederlandse sterren gaan schitteren in Ahoy? Met de dames vanzelfsprekend en ik reken er eigenlijk ook op dat de huidige herenselectie zich in Rotterdam wil gaan revancheren van de teleurstellende verrichtingen in Moskou. Ik verwacht niet dat de volgende generatie er al aan toe is om te acteren op het WK. Maar wie weet… ik zie Ewout en Koen graag spelen!
Onze nieuwe topsportbestuurder komt niet binnen op een gespreid topsportbedje, zoveel is wel duidelijk. Zijn we op de goede weg? Moet ik als een olifant door de Papendalporseleinkast denderen? Zomaar een paar vragen, die oneindig aangevuld kunnen worden. Het zal hem behoorlijk bezighouden. Ik hoop dat hij en zijn collega’s van het hoofdbestuur de weg die zij hebben gevolgd ten aanzien van het meerjarenbeleidsplan nog een keer willen bewandelen. Ga wederom het land in en luister naar clubs die bewijzen talenten te kunnen ontwikkelen, personen die verstand hebben van topsport en de intentie hebben om Oranje te denken. Daarmee zou Haldan een goede start maken. Niet alleen Papendal, maar zeer zeker ook Zoetermeer moet het land in.
Terug naar Rotterdam. Ik hoop van harte dat het een spektakel gaat worden. De voortekenen zijn veelbelovend. Iedereen die hier bij betrokken is verdiend een mooi en succesvol evenement. En wat mij betreft hoeven onze Nederlandse selectiespelers en –speelsters niet te gaan voor het erepodium, dat is misschien wat teveel gevraagd. Maar het zijn wel zij die de meeste invloed kunnen uitoefenen op de krantenkoppen en alles er omheen. Zij bepalen grotendeels of het WK inderdaad een promotiemiddel bij uitstek blijkt te zijn. Het Nederlandse publiek moet zich kunnen identificeren met jullie. Strijd, passie en vechtlust is wel het minste wat we mogen verwachten. Niet alleen dan, maar zeer zeker ook in de aanloop naar Rotterdam. Er volledig voor willen en kunnen gaan. En voor zover je er nog niet mee bezig was, dat begint nu! Kun je dat niet opbrengen, dan moet je bedanken voor Oranje. Dan ben je niet geschikt als topsporter én als rolmodel voor de toekomstige tafeltennissers. Maar ga je ervoor dan sta ik als Oranjefan achter je! Mocht uiteindelijk blijken dat onze helden het niet aan kunnen dan is dat ontzettend jammer. Dan zal ik met de wetenschap dat ze er alles aan hebben gedaan hen met een welgemeend applaus bedanken voor hun strijd, passie en vechtlust. Om vervolgens kritisch te zijn naar onze beleidsbepalers en bestuurders. Omdat je op resultaten moet kunnen worden afgerekend. Ben nieuwsgierig wat Paul Haldan er allemaal van vindt...
26-05-2010
‘Eens zullen wij kampioen zijn...’
Eredivisieplek moet je verdienen en niet kunnen kopen
Ik weet niet hoe uw verjaardagpartijtjes verlopen, maar bij mij komen steevast een aantal onderwerpen naast de plakjes worst en blokjes kaas ter tafel. Gelukkig ook veel sport. Voetbal, de hockeytaferelen van m’n nichtje en natuurlijk tafeltennis met mij erbij. Daags na de finalewedstrijden om het landskampioenschap was er weer zo’n feestje. Mijn tante vierde haar verjaardag. Vol huis met familie en vrienden. De grijns van mijn neef Ronald uit Enschede staat mij nog scherp op het netvlies. Zijn Twente was – voor zover we het nog niet wisten - kampioen van Nederland geworden! En dat hebben we geweten en gehoord… Al was het alleen maar door het neuriende deuntje van het clublied van zijn FC dat die avond als een overslaande langspeelplaat steeds maar terugkeerde. Eens zullen wij kampioen zijn… Ik kon desgevraagd met gepaste trots vertellen dat we ons weer hadden gehandhaafd op het hoogste niveau. Ten koste van sterk en strijdend Tafeltennis Zwolle, dat liet zien graag die volgende stap te willen maken naar de eredivisie.
We kregen het over de weg die clubs moeten bewandelen om daadwerkelijk het hoogst haalbare in Nederland te kunnen bereiken. Stap voor stap, daar waren we het wel over eens. Clubs moeten ook ergens naar toe groeien. Het gedurende die periode sportief en organisatorisch steeds weer moeten en willen onderscheiden ten opzichte van de concurrentie maakt sport mooi. Dan zie je winnaars en verliezers, vreugde en verdriet, verrassingen en teleurstellingen. Lovende woorden waren er ook die avond voor de Tukkers. Ook van mij als aanhanger van Groningen. Jaren bouwen en dan zo’n klinkend resultaat. Respect voor FC Twente. Maar voordat je überhaupt iets hebt bereikt, bijvoorbeeld promotie naar de eredivisie, moet er wel wat gebeuren, zei ik. Is de kloof tussen ere- en eerste divisie bij jullie net zo groot als bij het voetbal? Tja, wat moest ik daar op antwoorden. Denk het wel. Maar goed, je kunt bij ons ook een eredivisieplek kopen, zei ik gekscherend. Toen viel het stil. Ik voelde mij opeens het wielrennertje uit de Brand-bier-reclame… ‘Je gelooft nooit wat die man zegt...’ Alle ogen op mij gericht…
Ik noemde ‘de verhuizing’ van onze landskampioen bij de heren. Ze spelen met ingang van het komende seizoen hun thuiswedstrijden 220 kilometer verderop. Omdat de stichting waarin het topsportteam is ondergebracht haar middelen vooral genereert uit de regio Zoetermeer speelt de club uit Heerlen de thuiswedstrijden in Zoetermeer. Hahaha, zie je het al voor je dat Twente de thuiswedstrijden in de Kuip gaat spelen? grapte Ronald. Ik besefte mij dat deze toverformule eigenlijk wel heel mooi is verpakt en met stille trom is geaccepteerd in tafeltennisland. Maar eigenlijk vind ik het wel heel erg raar. Met – laat dat duidelijk zijn - respect voor de wijze waarop tafeltennis wordt bedreven bij beide verenigingen moet ik vaststellen dat ik dit eigenlijk niet vind kunnen. Eredivisieplekken moet je verdienen en niet kunnen kopen. Mijn neef was het met me eens. Peter, dat is iets voor één van je volgende columns! Waarvan acte. Eens zullen wij kampioen zijn…
20-05-2010
ABC-tje in Noord
Verbouwing competitie verdringt plannen die echt aandacht verdienen
Geen hamertikken, maar tromgeroffel wat de klok sloeg in Groningen. Op de agenda van de algemene ledenvergadering stond de opzet van de jeugdcompetitie. Voorafgaand aan de halfjaarlijkse zandzakken-voor-de-deur-party kwam het bestuur tot de conclusie dat niet alleen de jeugdcompetitie moest veranderen, maar dat de gehele competitie op de schop moet. Inleidend stelde de voorzitter dat hij 25 jaar geleden een betoog van Jan Vlieg had mogen aanschouwen. Daarin werd gesteld dat het niet meer van deze tijd is dat we onze potjes spelen en tegen twaalven huiswaarts keren. Tafeltennis is een sociale aangelegenheid. Toen stelde Vlieg al dat wedstrijdavonden niet meer tot middernacht mogen duren. Een kwart eeuw geleden en sindsdien is er nauwelijks wat veranderd. En daar gaat dit afdelingsbestuur wat aan doen! Niet schaven en plamuren, maar een complete verbouwing. De mensen in de zaal schrokken wakker, waren als waakzame hertjes opeens op hun hoede, de oortjes werden gespitst en de blik in de ogen sprak boekdelen.
De hakken-in-het-zand-mentaliteit werd dus maar weer eens van stal gehaald. Moet ik voor twee potjes naar Tafeltennnisclub Veertigkilometerverderop? Terug naar de 21! Het bestuur is stellig: er moet wat veranderen. En dus werd aangekondigd dat in het najaar de ledenvergadering een keuze wordt voorgelegd. Het is voorstel A of B, en dus niet wel of niet veranderen. Kiezen de leden niet voor A of B, dan treedt optie C in werking. En dat betekent einde oefening voor dit AB, aldus het college. We gaan kortom een hete zomer en herfst tegemoet in de noordelijke regionen, zoveel is wel duidelijk. In plaats van draagvlak creëren, werden de tegengestelde meningen nog eens vet onderstreept. Misschien moeten we er voor zorgen dat meer mensen gaan tafeltennissen! En dat begint met kwaliteit van clubs, met goede werving, opvang en behoud. Een meer dan terechte opmerking van één van de aanwezigen.
En het bestuur heeft daar gelukkig al aandacht voor. Maar weten ze dat eigenlijk zelf al wel, vroeg ik me af. Want gek genoeg werd er niet of nauwelijks aandacht aan besteed. In de toelichting op de aanbevelingen in het topsportjaarverslag werden niettemin mooie woorden gesproken. Er wordt gewerkt aan een plan waarin breedtesport en topsport met elkaar worden verweven, waar regionale talentontwikkeling hand in hand gaan met clubtrainingen en wat onder meer als doel heeft om de kwaliteit van de verenigingen naar een hoger platform te tillen. Althans, zo heb ik het maar tussen de regels door aangehoord. En eerlijk is eerlijk, dat klinkt als muziek in de oren! Met de breedtesportcampagne van onze bond als werve(le)nde steun in de rug weten we misschien toch nog de juiste prioriteiten te stellen. Maar ja, vooralsnog is dit plan in de steigers nu al helemaal ondergesneeuwd geraakt door de eigen verbouwingsplannen. En dat vind ik eeuwig zonde…
17-05-2010
Herenfinales, ware tafeltennispromotie!
clubs laten het jammerlijk afweten bij hun damesfinales
Een keiharde tsjoooaahhh met een vleugje zachte g, een gebalde vuist, het batje gaat van de rechter naar de linkerhand. Daan Sliepen scoort weer eens een fantastisch punt, het Westa-publiek gaat uit zijn dak en scandeert de naam van hun favoriet. Het publiek uit Heerlen gaat in het tegenoffensief en schreeuwt hun topspeelster bemoedigend toe. Het is een heksenketel in de tafeltennisarena van SKF aan de Wageningselaan in Veenendaal. Er wordt een fantastisch tafeltennisgevecht geserveerd aan het publiek dat zicht- en hoorbaar geniet van de spanning en sensatie in het centrecourt. Een centrecourt overigens, zoals dat er eigenlijk bij elke eredivisiewedstrijd uit moet zien! Dat zou een mooie volgende stap zijn en moeten de NTTB en de clubs gewoon met elkaar gaan regelen, maar dit terzijde. De herenfinale is werkelijk om te smullen. Al huppelend maakt Daan zich op voor de volgende rally, het publiek zit op het puntje van de stoel… Sssssst!
Enkele meters verderop is er sprake van een oorverdovende stilte zo nu en dan doorbroken met wat handgeklap. Daar wordt ook gestreden om de voorjaarstitel. Speelsters van Europees topniveau moeten het doen met een gewone tafel (beetje jammer!) en met (erger nog) slechts een handjevol toeschouwers. Ik heb ze even geteld, 24 toeschouwers hadden aandacht voor de dames… De rest van de 300/400 man had er niet of nauwelijks oog voor. Die waren bezig met het aanmoedigen van hun favorieten. En dat is natuurlijk logisch. De vraag (of beter de kritiek) die rond zoemde was of de damesfinale wel gelijktijdig gespeeld moest worden. Nu speelden de dames in de schaduw van de heren… Wat je er ook van vindt, dit contrast geeft maar weer eens aan dat spanning wel een belangrijk element is wat ertoe bijdraagt dat publiek graag naar tafeltennis komt kijken.
Spanning en veel publiek gaan dus blijkbaar hand in hand. Bij de damesfinale was nauwelijks sprake van spanning, wat dat betreft zitten we paradoxaal met die Europese toppers in onze maag. Maar is spanning het enige wat telt? Nee! ’s Ochtends bij de promotie/degradatiewedstrijden was het beeld precies hetzelfde. Veel publiek bij de heren, maar bij de dames – waar wel degelijk sprake was van een spannende strijd - waren ze op één hand te tellen. Bij wijze van spreken dan. Waar was het publiek van De Treffers, Scylla en Den Helder? Als clubs zelf al niet iets proberen te maken van zo’n wedstrijd dan wordt het nooit wat met het damestafeltennis in ons land. Leeft het damestafeltennis wel bij die clubs? Die vraag moeten we – en vooral die clubs zelf (inclusief Heerlen) - eerst maar eens durven te beantwoorden. Want als het had geleefd, dan hadden de tribunes ook bij de dames vol gezeten. En dat maakt het toch allemaal veel leuker. Dat hebben de wedstrijden Zwolle-Argus en Heerlen-Westa zaterdag maar weer eens dubbel en dwars bewezen. Wat een spanning, sensatie en spektakel… Heren, bedankt voor een heerlijke pot tafeltennis!
06-05-2010
Afdelingen eigenlijk al voltooid verleden tijd
Hartslag bond beter voelbaar bij clubs en leden zonder tussenkomst afdelingen
Over een paar weken staat de Algemene Ledenvergadering van de afdeling Noord op het programma. Als de voortekenen ons niet bedriegen beginnen we omstreeks acht uur en kunnen we rond negen uur huiswaarts keren. En hoewel vergaderingen die pas tegen twaalven zijn afgelopen ook niet het einde zijn, zitten we ook niet te wachten op een hamertje tik voorstelling van onze alom geprezen voorzitter.
Zo langzamerhand kunnen én moeten we ons gaan afvragen of we er wel mee moeten doorgaan. Wordt het niet eens tijd dat de schakel tussen enerzijds hoofdbestuur/bondsbureau en anderzijds verenigingen/leden gewoon voltooid verleden tijd gaat worden? Of is dat – zonder dat we het hardop roepen – eigenlijk al zo?
Ik had het over de voortekenen. In Drenthe, Friesland en Groningen organiseert het afdelingsbestuur regiobijeenkomsten waar verenigingen de mogelijkheid hebben om te laten weten wat er bij hen leeft en welke rol de afdeling daarin kan hebben. Natuurlijk geldt ook de omgekeerde weg: het afdelingsbestuur wil laten weten wat zij voor plannen hebben. Het resultaat? Dat moeten we natuurlijk nog zien, maar vooralsnog heeft het niet geleid tot ook maar één voorstel op de komende algemene ledenvergadering. Ze zaten in ieder geval niet bij de stukken. Misschien ook niet zo gek als je bedenkt dat nog geen kwart van de verenigingen aanwezig was! De voorzitter sprak zijn teleurstelling er onlangs over uit op de Noord website met de twee veelzeggende woorden: Jammer! Jammer!
De komende jaren moet wat mij betreft serieus onderzocht gaan worden wat de meerwaarde is van de afdeling. De competitie moet via de nieuwe modules toch redelijk eenvoudig landelijk georganiseerd kunnen worden? Activiteiten als pupillen/welpentoernooien kunnen we uitbesteden aan verenigingen die dat kunnen en willen. Ach en dan blijft er niet zoveel over van de huidige rol van de afdeling. Daar hebben we geen goede vrijwillige professionele bestuurders voor nodig. Natuurlijk gebeurt er her en der ook veel goeds. Maar die personen kunnen vast en zeker ook dat goede werk doen ‘in dienst van de vereniging’ en/of ‘onder auspiciën van de NTTB’.
Rechtstreekse en korte lijnen van bond naar u en mij. Wat ik graag zou zien is dat er per afdeling een bondstrainer wordt aangesteld voor de sporttechnische zaken en een verenigingsmanager voor de niet-technische zaken. Zij hebben een ondersteunende, organiserende en initiërende functie. We willen graag dat de hartslag van het bondsbureau voelbaar wordt bij de verenigingen en leden van onze bond. Een ontwikkeling die daar in past is het opheffen van afdelingen. Volgens mij is het slechts een kwestie van tijd. Maar misschien heb ik het totaal mis en hebben de voortekenen mij zand in de ogen gestrooid. We zullen het zien op woensdag 19 mei. Het aftellen is begonnen…
30-04-2010
Pappie Papendal moet het land in
Club met goede jeugdopleiding moet rol afdelingstraining overnemen
Tijdens de Nederlandse jeugdkampioenschappen zag ik bijna in elke categorie een smalle top, vervolgens even helemaal niets en dan een grote groep liefhebbers. Want ach, zo’n NK is toch wel een heel leuk toernooi. Ik heb me prima vermaakt. Op zo’n dag praat je met wat mensen en dus hoor je wel eens wat. Zo gaat dat. En ja… dan word ik aan het denken gezet. En ik wil u daar graag in betrekken. Ik wil mijn pijlen nu es richten op de taken en beleidsmatige verantwoordelijkheden van talentontwikkeling. Want de vraag ‘hoe kan het beter?’ is in mijn ogen altijd gerechtvaardigd. Het beeld dat ik heb zegt mij dat het beter kan én moet.
Menige vereniging komt niet uit de vicieuze cirkel van een stagnerend en zelfs dalend ledenaantal. Daar waar enthousiast aan de weg wordt getimmerd, zie je doorgaans dat die vicieuze cirkel wordt doorbroken. Clubs zien dan opeens een toename van aantal leden en kunnen bouwen aan een serieuze trainingsgroep voor jeugd, of men slaagt er zelfs in om een mooie jeugdopleiding neer te zetten. Breedtesport en topsport vermengen zich daar met elkaar! Talenten ontwikkelen zich daar doorgaans goed en komen boven drijven. Een aantal mooie voorbeelden in het land kunnen u en ik zo opnoemen.
Clubs zien hun beloften grotere stappen maken. Misschien is het wel een nieuwe Trinko of een Bettine… Als dat zo is – en dat willen we toch zo graag – dan moet de NTTB zo vroeg mogelijk met dat talent in aanraking komen zodat we die talenten ook alle aandacht kunnen geven. Of zie ik dat verkeerd? Dan moet Pappie Papendal toch op de stoep staan om het talent uit te leggen wat het talent moet doen en laten om echt een topper te worden in de visie van de NTTB? Nee hoor, we hebben het nu zo ingericht dat ze eerst in de trechter komen van afdelingstrainingen. Een afdelingstrainer met vaak een geheel eigen beleid, met eigen doelstellingen en een eigen visie gaat zich nog enkele jaren bemoeien met het talent en wie weet mag (of misschien beter: moet) je naar Papendal.
Zo’n afdelingstrainer is aangesteld door een afdelingbestuur dat niet of nauwelijks enige feeling heeft met het topsportbeleid van de NTTB, zo bleek onder meer uit een rondje dat ons hoofdbestuur maakte langs de afdelingsbesturen. Sterker nog: topsport wordt vaak vertaald als geldverspillende onzin. Wel eens naar een ledenvergadering van uw afdeling geweest? Hakken in het zand is daar vaak het motto… De afdelingen zijn ontwikkelingstrajecten – denk ik – eigenlijk liever kwijt dan rijk. Laten we dat dan ook maar doen! Wat mij betreft kan dat niet snel genoeg gaan. Het kan toch niet zo zijn dat een belangrijk deel van het ontwikkelen van onze talenten in handen wordt gegeven van een goedwillende afdelingsbestuurder die ‘topsport’ er ook nog eventjes bij doet?
Kortom: de afstand tussen talent/club en Pappie Papendal is groot, veel te groot. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de NTTB de clubs amper kent. Sterker nog: ik heb zelden – eigenlijk nooit - een afdelingstrainer bij mijn clubs gezien door de jaren heen, laat staan een bondstrainer. Wordt het niet eens tijd dat ‘Papendal’ rechtstreekse lijnen aangaat met die verenigingen die een jeugdopleiding hebben waar je u tegen zegt of dat in ieder geval kunnen en willen waarmaken? Ik beantwoord deze vraag met een volmondig ja. Clubs met een uitstekende jeugdopleiding kunnen de rol van de afdelingstraining prima overnemen. Zij kunnen de regionale aanjagers worden van een goede trainingstructuur. Zij verdienen het om beloond en gewaardeerd te worden. Bij de KNVB worden jeugdopleidingen gewaardeerd met sterren. Misschien moeten wij tafeltennissers ook maar een licentiesysteem gaan opzetten. Clubs moeten worden uitgedaagd om het steeds beter voor elkaar te hebben. En het talent zal uiteindelijk zegevieren. Ja, Pappie Papendal moet het land in!
26-04-2010
Speeltijd
Het is eind april en een heleboel tafeltennisverenigingen doen er alles aan om hun leden op zomervakantie te sturen. Om ze hopelijk over een maand of drie vier weer te mogen begroeten… Te belachelijk voor woorden, maar het is al zo vanzelfsprekend geworden dat niemand zich druk lijkt te maken over deze wel erg lange competitieloze maanden. Of nog erger, er gebeurt helemaal niets meer… Afgelopen zaterdag werd de laatste ronde van de jeugdcompetitie in de afdeling Noord alweer afgewerkt. Omdat ik met ‘mijn’ jeugdteam speelde tegen de club waar ik als trainer voor de groep sta had ik mezelf een coachverbod opgelegd. Mijn spelers konden het prima zonder mij, want voor het eerst werd een overwinning geboekt. Of ik mij ga bezinnen op mijn coachpositie? Nee hoor, want ik ontving van mijn jeugdspelers een heerlijk flesje van mijn favoriete drank als dank voor een leuk tafeltennisjaar.
Maar goed, afgelopen zaterdag had ik dus tijd genoeg om eens rond te kijken… De drie wedstrijden begonnen keurig op tijd. Ben eens gaan letten op de effectieve speeltijd van zo’n middag, want al met al is het een hele zit. Bijna drie uur duurden de wedstrijden. Spelers zijn meer niet dan wel aan het spelen… Hier en daar slaat zelfs de verveling hard toe. En dat geeft te denken! Ik kreeg gelijk een praktijkvoorbeeld in de schoot geworpen. Een moeder van één van de thuisspelende jochies kwam de zaal binnen toen haar zoontje net was uitgespeeld. Hij had goed gespeeld, maar wel verloren. En daar baalde hij van. Misschien gaat het goede spel straks wel winst opleveren, waren de opbeurende woorden van moeders. Ik moedig je wel aan… Het ventje was er zichtbaar blij mee. Het ventje speelde en verloor zijn laatste wedstrijd overigens zonder moeders… Die had het wel gezien na een uurtje wachten waarin haar zoontje niet in actie kwam. En ik kon het me ook nog eens goed voorstellen ook, hoe jammer ik het ook vond voor het beteuterde kereltje.
In Noord is er alweer (of nog steeds) een discussie gaande over de opzet van de jeugdcompetitie. Hoewel ik tegenstander ben van de ideeën die er nu leven, ben ik ook van mening dat er wat moet gaan veranderen. Zo’n middag duurt echt veel te lang. Mijn voorstel? Gewoon het eredivisiesysteem er op los laten. En wat mij betreft neemt het hoofdbestuur gewoon dit besluit. Immers, als je dit soort besluiten wilt laten nemen tijdens en door ledenvergaderingen van afdelingen… vergeet het dan maar. Dan spelen we over 25 jaar nog steeds op deze manier… En ‘we’ zijn dan vast niet meer met 30.000, maar zullen wel gehalveerd zijn. Zolang we alleen maar naar onszelf blijven kijken en niet naar het potentieel dan wordt het nooit wat. Maar ja, wat hebben we nu aan deze woorden…. Het is eind april en de meeste doen hard hun best om schaapjes te tellen. Welterusten dan maar..?
Peter Hanning.
Klik hier
voor eerder gepubliceerde woensdagcolumns van Peter Hanning.
Klik hier
voor eerder gepubliceerde columns van Gert Brink, Bennie Douwes, Jaap Schuurman, Peter Hanning, Ton Mantoua en Johan Vogelzang.