De competitie-indelingen en het wedstrijdprogramma voor het nieuwe seizoen zijn door de bond inmiddels op het internet geplaatst en dat betekent dat bij mij de adrenaline alweer lichtjes stijgt, de inspiratie om zo goed mogelijk mijn best te doen borrelt weer op. Mijn trainingen op eigen houtje gaan alweer wat fanatieker en volgende week, dan begint het voor mij pas echt met het trainingskamp van Anne Vlieg en Bennie Douwes in jullie/ons/mijn mooie Harkstede. Twee weken lang lekker aan de bak.
Ik doe beide weken mee, deels als assistent-trainer/sparring-partner van de deelnemers (waarbij Anne en Bennie mij aansturen want mijn kennis van het spel en de trainingsmethodieken kan nog niet tippen aan dat van hen) waardoor ik terwijl ik anderen help ook tegelijkertijd mijn eigen spel train en de technieken er weer beter in kan krijgen. Een mooie win-win-situatie.
Zulke trainingskampen zijn inhoudelijk en ook qua aantal trainingsuren belangrijk. Want weten hoe je de technieken moet uitvoeren is één, ze goed uitvoeren vergt vooral veel oefenen en dus uren maken. Dat heb ik vorig jaar wel gemerkt, toen ik voor het eerst in Harkstede meedeed. Eigenlijk ben ik pas sinds mei vorig jaar echt en gericht bezig mijn technieken te verbeteren. En pas de laatste tijd zie ik echte verbeteringen. In de trainingen, dus of en hoe het zich gaat vertalen naar de wedstrijden is nog een tweede.
Ook dat is zo interessant aan deze sport, het verschil tussen de ‘kampioen van de training’ en de ‘kampioen van de wedstrijd’. Want je kunt de ballen nog zo fantastisch soepel en geweldig raken op de training, als je dat tijdens de wedstrijden niet kunt herhalen heb je dus nog genoeg om aan te werken. Dat zit dan vooral in het psychische deel van het spel. Ook ik kan daar nog in groeien, alhoewel ik van mezelf denk dat ik daar al redelijk/behoorlijk ver in ben. Maar zoiets van jezelf zeggen is link, want er zijn altijd wedstrijden in een seizoen die ik in het laatste mentale deel verlies. Zoals ik ze soms ook op dat moment juist win. Een honderd procent-score op dat vlak is wellicht een utopie, maar uiteraard blijft het de moeite waard dat na te streven.
De laatste anderhalf jaar werk ik vooral aan mijn techniek, daar viel/valt nog veel aan te verbeteren. Volgens Anne is het mijn belangrijkste te verbeteren onderdeel want volgens hem zit het qua wedstrijdmentaliteit en conditie wel goed. En dus ben ik daarom veel bezig met de techniek van het raken van de bal. Waar veel meer facetten in zitten dan ik ooit had gedacht. En aangezien ik me nog steeds wil (en kan?) verbeteren, maak ik redelijk wat uren om de technieken erin te slijpen die moeten leiden tot een hoger niveau. Omdat zoiets niet vanzelf gaat, moet er worden getraind. ‘Moet’ met een glimlach overigens, het is mogen, het is willen, het is met inspiratie, het is met een doel, het is omdat het me zoveel plezier schenkt me met alle facetten van deze prachtige sport bezig te houden.
En daarom vind ik het zo heerlijk dat het seizoen weer gaat beginnen, dat ik straks vanaf september kan meten of ik progressie heb geboekt en waarom het wel of niet lukt. Dat vind ik altijd weer interessante bespiegelingen, want dergelijke reflecties bieden je weer inzicht in de onderdelen waar je amper aan hoeft te werken en de onderdelen die zeker nog aandacht nodig hebben. Volgens mij is het bijna onmogelijk uitgeleerd te zijn in deze sport. Ook omdat in een wedstrijd de opponent ook altijd weer anders is en niet altijd een standaard-spelpatroon heeft waardoor je moet schakelen en eventueel aanpassen, in elk geval een strategie moet hebben die je desgewenst kunt aanpassen als dat nodig blijkt om de zege te behalen.
Ik heb dus weer volle bak zin in het nieuwe seizoen, voor mij ook nog eens bij een nieuwe club, van FTTC naar Argus overgestapt. Vorig jaar heb ik in de trainingen al aan de sfeer en het clubgevoel kunnen wennen, ben benieuwd hoe het is als ik er ook daadwerkelijk zelf onderdeel van uitmaak. Ben benieuwd of het een goede stap is. De toekomst zal het uitwijzen, ik kan niet anders (of meer) dan mijn best doen. Volgend jaar weet ik waarschijnlijk hoe het mij – en anderen - is bevallen. En dan zien we wel weer verder. Ondertussen maar gewoon mijn best doen en plezier hebben in dat wat ik doe. En zin hebben in de nog te volgen trainingsuren. Plezier in het spelletje. Ik ben zeer nieuwsgierig te zien hoe ikzelf (zo narcistisch ben ik dan uiteraard toch ook nog wel weer) uit de zomerperiode tevoorschijn kom. En hoe zich dat verhoudt tot anderen, want daar gaat het uiteindelijk óók om.
Johan Vogelzang.
25-01-2010
Het Vogelperspectief (5)
Het mooie is dat zoiets geldt voor elk niveau, van de zesde klasse uit de afdeling tot aan de eredivisie, van jeugd tot senioren en veteranen. De landelijke competitie is net weer begonnen, de eerste contouren worden weer duidelijk. Met heren 1 én dames 1 op het hoogste platform van Nederland, werkelijk fantastisch. Nu is het zaak voor de andere teams aan te haken en mee te liften op dit succes. Daag de spelers van deze teams uit voor een partijtje, of als trainingsopponent, en leer van ze. Van hun snelheid, hun techniek en hun tactiek.
Nu heb ik her en der vanuit het verleden (ruim 20 jaar beweeg ik mij inmiddels in tafeltenniscontreien) gezien dat topsport en gezelligheid niet altijd samengaan, dat topsporters vaak juist weer van de lagere competitieteam en recreanten het gezelligheidsaspect kunnen leren. In het ruime half jaar dat ik nu de ins en outs van Argus begin door te krijgen als vrijwilliger, hulptrainer en zelf als tweemaal per week meetrainende tafeltennisser die qua competitie overigens nog de Franeker kleren verdedigd, krijg ik het idee dat – voor een topclub – het wel aardig goed zit met het gezelligheidsaspect.
Uiteraard zijn er altijd grenzen aan wat gezellig en daarnaast ook nog eens prestatief verantwoord is (een biertje drinken terwijl je nog moet tafeltennissen is niet echt prestatief verantwoord) maar zolang je maar met elkaar in gesprek bent en er na de wedstrijden gezellig met een biertje in de hand over kunt praten is er niks aan de hand. Elkaar in je waarde laten, heeft er misschien ook mee te maken. Al is dat uiteraard altijd een lastige grens. Zolang je maar begrip voor elkaars standpunt hebt en elkaar de ruimte gunt jezelf te zijn, dan kom je een heel end.
Daarom hoop ik dat prestaties en gezelligheid nog lang hand in hand, bij Argus, bij FTTC in Franeker, in heel tafeltennissend Nederland. Dat iedereen op zijn en/of haar eigen wijze kan genieten van deze prachtige sport, deze schitterende soms frustrerende en soms heerlijke balsport waar zoveel technische en tactische aspecten aan zitten – en niet te vergeten een supersnelle split-second handelingssnelheid – dat het nog altijd een mooie en zo nu en dan lastige uitdaging is het beste uit jezelf te halen. Met alle bijbehorende ups en downs, want je bent een mens en geen robot.
Heel veel plezier en succes, dat iedereen maar mag winnen
.
23-12-2009
Het Vogelperspectief (4)
Want uiteraard is er geen boek zo goed of er is altijd wel een Maar. Net zoals er geen wedstrijd zo goed is - in welke sport dan ook - of er is altijd wel een Maar te vinden. Sportjournalisten leven daarvan, weet ik uit eigen ervaring als momenteel werkzoekende ex-(sport)journalist. Zoek de Maar en je komt altijd met genoeg stof terug op de redactie om een verhaal van voldoende woorden van te bakken. Succes verzekerd.
Met alle respect voor haar prestaties, want zij was de eerste echte topsporter in Nederlands tafeltennisland en heeft dus heel wat pionierswerk verricht en barrières moeten slechten, maar ik had haar relatie met haar trainer/coach Gerard Bakker graag wat meer uitgediept zien worden. Vooral over dat waar meestal niet over gesproken wordt. Dat wat judocoach Peter Ooms ook wordt verweten met zijn vrouwelijke judoka's te hebben gedaan. Het komt in het boek over Bettine notabene alleen ter sprake wanneer haar blootreportage in de Playboy van juli 1995, weer als pionier overigens, als eerste Nederlandse sportvrouw ooit in dit mannenblad, aan bod komt.
Verder is het boek vooral een mooi document over wat Bettine haar prestaties zijn geweest en welke hindernissen zij heeft moeten overwinnen, met de tafeltennisbond, medespeelsters in de landenteams én niet te vergeten de hindernissen met haarzelf. Haar faalangst en bijbehorende onzekerheden. De schrijver citeert veel uit krantenartikelen, waarin Bettine openlijk over (bijna) alles spreekt en dat is mooi, dat ze zich al die jaren zo kwetsbaar heeft opgesteld.
Toch blijf ik het gevoelsmatig een beetje afstandelijk vinden, met al die citaten uit krantenartikelen. Alje Kamphuis heeft bij haar club Avanti in Hazerswoude veel met haar getraind dus had ik een veel persoonlijker portret verwacht. Een sfeertekening van Hazerswoude aan het begin van het boek deed mijn roman(tische)hart sneller stromen, helaas voor mij wordt het boek daarna vooral een aaneenschakeling van alle praktische zaken die in haar imposante carrière voorbij zijn gekomen. Ook verschillende psychische zaken, al vind ik die ook enigszins praktisch overkomen. Al kan ik niet precies uitleggen waarom. Het is een gevoel. Misschien ben ik wel teveel een romanticus, een dromer. Maar dat terzijde.
Het boek eindigt met het behalen van de Europa Cup, met De Treffers uit Klazienaveen in 2002, het laatste kunststukje van deze prachtige sportvrouw. 'Mama is kampioen' roept haar zoon. Haar zoon van haar enkele jaren daarvoor overleden man. Voor de buitenwacht zet zij zich over dat verlies heen door haar wilskracht te tonen door binnen enkele weken alweer wedstrijden te spelen.
Dat ze toch enkele weken van de kaart is - verwacht had dat de wereld stil zou staan - is iets wat mijn hart wakker maakt. Ook dat had ik graag nóg iets meer uitgediept willen zien. Bij het behalen van de Europa Cup komen uiteindelijk de tranen en dat vind ik mooi. Want het is niet niks, je liefde van je leven verliezen. Je liefde die zijn zoon nooit heeft gezien. Ga daar maar eens mee om.
Ze laat het vooral zien met prestaties en met terugknokken tegen de pijn en het verdriet. De pijn overwinnen, dat is de remedie en het handelsmerk van de (top)sporter. Maar pijn kun je niet altijd wegmeppen. Ze doet dat wel. Én goed trouwens. Alhoewel gelukkig haar plezier in de sport, haar liefde voor die prachtige technische en tactische supersport, haar ook overeind houdt in zware tijden. Gelukkig maar.
Ben benieuwd hoe het Bettine nu vergaat, in het leven na de eigen sportcarrière. Het dagelijks verkeren in de flow van die prachtige sport (zoals in het boek wordt gezegd), door wat voor dagelijkse dingen van de gewone mensen kun je dat vervangen? Ik weet het niet, want ik ben ook verslaafd aan die flow en kan het ook maar moeilijk redden in de 'normale' maatschappij.
Gelukkig kan ik een paar keer week tafeltennissen in Franeker en met de subtoppers van een eredivisieclub uit Harkstede (Wat zeg ik, een? Dé! Want sinds afgelopen weekend zowel bij de heren als bij de dames eredivisieclub!) en een paar keer hardlopen. Want die flow, die is toch wel fijn hoor. Misschien ga ik wel trainer worden, al vind ik het hoogste bereiken in mijn eigen sportieve prestaties ook nog mooi en heerlijk om na te streven. Zeker nu ik weet dat ik absoluut nog beter kan worden sinds ik een half jaar geleden bij oud-international Anne Vlieg ben gaan trainen.
Wat zou Bettine op dit moment doen, hoe redt zij zich in de normale maatschappij? Ik weet het helaas niet, maar ben zeer benieuwd!
Johan Vogelzang
12-11-2009
Het Vogelperspectief (3)
De gemiddelde spanningsboog van een wedstrijd in andere sporten is maximaal zo’n twee uur denk ik, de sporten zo eens overziend. Zelfs een marathon van 42 en een halve kilometer hard lopen gaat al richting twee uur. En de etappes in de tour van Frankrijk worden ook steeds korter.
Het is trouwens wel jammer dat het woord ‘gek’ zoals het in de krant wordt verwoord een negatieve klank heeft. Terwijl je eigenlijk positief gek, prettig gestoord, bent als je het zo lang bij een wedstrijd kunt uithouden. Toch? Mee eens, tafeltennissers aller provinciën?
Dat er zaterdag toch nog tussen de 5 en 10 toeschouwers langs kwamen is voor tafeltennisbegrippen heel wat vind ik, voor Friese tafeltennisbegrippen waar het hoogst spelende niveau momenteel hoofdklasse (Noordelijke eerste divisie) is. Dat er geen barkeeper van dienst was en je zelf je drankjes moest afrekenen zag de verslaggever ook als negatief. Ook dat is maar net hoe je er zelf tegenaan kijkt. Het voordeel voor jou als speler is dat je meteen jouw drankje/hapje kunt pakken zonder dat je moet wachten tot je aan de beurt bent. Elk nadeel heb…inderdaad, z’n voordeel.
Dat er steeds minder toeschouwers naar amateursportwedstrijden gaan kijken is een algehele trend over de hele sportbreedte. Alleen professionals in het voetbal kunnen nog op volle stadions rekenen, verder zijn het bij alle sporten vrienden en familieleden die eventueel komen kijken. Heel af en toe zie je het nog wel eens bij kleine dorpen waar een groot wij-gevoel, ook wel naar Calimero genoemd, heerst waardoor er veel mensen naar een sportduel komen kijken. Ook dat neemt af, mensen gebruiken de quality-time in de weekenden steeds vaker op andere wijze.
Zelf sporten bijvoorbeeld, de loopsport en dan vooral het recreatieve lopen is enorm in opkomst. Maar liefst 4500 lopers ‘afgelopen’ weekend op Terschelling bij de Berenloop, 3300 voor de halve marathon, wat breakfastrunners en ‘gekken’ excuus idolaten van de hele afstand, de 42 hele en één halve kilometer.
Ik zal eens gaan broeden op een leuke combinatie, kijken of er iets is dat meer toeschouwers naar de prachtige sport tafeltennis kan opleveren. Suggesties zijn altijd welkom, reageer gerust en bewust, want allen hebben we hetzelfde doel, die edele balsport behouden en waar mogelijk uitbreiden c.q. populairder maken. Die sport die af en toe enorm frustrerend kan zijn als het niet loopt zoals je wilt en die enorm heerlijk kan zijn als je die flow hebt, dat gevoel alsof je de punten vanzelf scoort, alsof je op wolken loopt en de hele wereld aan kunt.
Die sport waarvan je het gek vindt dat iemand anders zoals bijvoorbeeld een verslaggever die gekte als gek beschouwd en niet als jouw manier van gek. Om gek van te worden. Gek? Doe deze sport en je wordt in alle facetten met jezelf geconfronteerd. Lichamelijk en geestelijk, in alle (tussen)vormen. Als je je er van bewust bent is tafeltennis Gewoon Enorm Konfronterend. Karaktervormend misschien wel, sowieso karakter-tekenend. En dat is gewoon enorm fascinerend, gewoon enorm leuk, Gewoon Enorm Keigaaf.
Johan Vogelzang
29-10-2009
Het Vogelperspectief (2)
Zodat er voor al die tafeltennisliefhebbers een leuke club is om bij te spelen, de passie te beleven. Daarom ben ik even uit het veld geslagen, moet naar woorden zoeken, want ik vind alleen al de aanwezigheid van Peter vaak een gedreven indruk maken en zorgen voor een goede en actieve sfeer. Voor mij als relatieve buitenstaander.
Afgelopen vrijdag nog stond hij volgens mij toch waarschijnlijk zo’n half of een heel uur te kijken vanaf de tribune naar de selectietraining. Iemand zonder passie voor de sport of vereniging doet dat niet. Daarom hoop ik van harte dat Peter blijft.
Ik hoop dat mensen binnen deze sport in het algemeen en deze club in het bijzonder, elkaar gaan/blijven steunen, in goede en slechte tijden. Dan kun je overleven, dan kun je het leuk hebben met zijn allen en dan kun je het samen ook aan wanneer er eens iets gebeurt wat niet leuk is. Dan los je de foutjes gezamenlijk op, met zijn allen.
Eén voor allen en allen voor één. En alles is voor Bassie. Allememachies Adriaan, het zijn die clown en die acrobaat. Drommels! Drommels! En nog eens Drommels! Om een beroemd citaat van premier Jan Peter Balkenende – richting Tweede Kamer - naar voren te halen: ‘Laten we blij zijn met zijn allen!’ Hij sprak het uit met een toon van verbazing en toch ook met een toon alsof hij het wilde afdwingen.
Nu is afdwingen van vrolijkheid lastig, je kunt anderen blijheid laten zien en hopen dat zij ook blij worden. Je kunt ze een cadeautje geven, een schouderklopje, een lach, een knuffel. Blij komt ook van gezelligheid, blij komt van dat leuke gebaar van die clubgenoot, blij komt van dat prachtige punt wat je hebt gescoord in die ene wedstrijd, en blij zijn kán vanzelf ontstaan.
Al is dat laatste voornamelijk bij optimisten. Van die vervelende lui die altijd lachen en vrolijk zijn. Ik ben het ook echt heus niet altijd, heb ook zeker mijn dips. Helaas. Maar uiteindelijk zijn het toch die leuke momenten waardoor je door gaat. Toch? Of ben ik te optimistisch? Kan ik beter pessimistisch zijn? Of reëel of normaal, als iemand weet wat de norm voor normaal en reëel is? Reëel is bijvoorbeeld de realiteit en het leuke van realiteit is dat je die kunt beïnvloeden. En dus ook de bijpassende norm voor reëel, zelfs de norm voor normaal.
Laten we het daarom met zijn allen voor zorgen dat het weer normaal wordt en weer leuk dat het gezellig is. Dat we blij zijn met elkaar, dat zoveel mensen met zijn allen toch maar even een eredivisieclub neerzetten. Want dat is niet zomaar iets! (Oeps, nu probeer ik het af te dwingen…)
Laten we proberen het weer leuk maken. In het gastenboek wellicht, maar vooral in de harten van iedereen. Want wat je schrijft in zo’n boek komt uit je hart, dus laten we daar beginnen. In je hart. Met een hartelijke groet. En de hartelijke beste wensen voor Peter uitspreken – uiteraard zou ik willen zeggen – en voor jezelf, en voor iedereen. Want: één voor allen en allen voor één.
Johan Vogelzang
14-10-2009
Er zijn zoveel onderwerpen mogelijk om over te schrijven als je het tafeltennisspel onder de loep legt. Technisch gezien leer ik ontiegelijk veel bij in Harkstede, dankzij Anne Vlieg en Bennie Douwes. Dat is echt fantastisch, kicken, heerlijk. Ik zie dat vele tafeltennissers in Harkstede mede door hen over een geweldige techniek beschikken, werkelijk fantastisch en heerlijk om te zien.
Sommigen hebben echter zo’n goede techniek ontwikkeld dat ze vergeten zijn naar het spel van de tegenstander te kijken. Het ‘als mijn forehandtopspin maar loopt dan komt het wel goed’-gevoel. Zo is het mij bijvoorbeeld opgevallen dat velen de forehand topspin technisch fraai en fantastisch uitvoeren, maar wel steeds diagonaal slaan. Vanuit de forehand-hoek en ook als ze omlopen vanuit de backhandhoek.
Dat is heerlijk voor een tegenstander, je weet precies waar de bal gaat komen en waar je je batje moet positioneren voor een doeltreffend blok, een overspin of een kapbal. Omdat de eigen techniek zo goed ontwikkeld is, ontbreekt bij sommigen de wil om te kijken naar de kwaliteiten en vooral zwakke plekken van de tegenstander.
Er wordt mijns inziens te weinig gevarieerd gespind. Ik zie bijvoorbeeld weinig rechtdoor (parallel) geslagen forehands of backhands. Of juist een spin op die lastige plek daar bij dat wisselpunt van de tegenstander, tussen backhand en forehand. Juist daar valt nog een hoop te winnen. En als de tegenstander een half stapje opzij doet, draai dan ook je eigen batje een ‘half stapje’ mee zodat je nog steeds dat wisselpunt pakt.
Ook de lengte van de slag is bij de meesten hetzelfde. Probeer na een lange spin ook eens een kort spinnetje waardoor de tegenstander naar het net moet komen, waardoor hij/zij bovenop de tafel komt en je hem/haar met een bal achterop de tafel in de ontstane vrije hoek (goed kijken, links, rechts óf in het midden) volledig zoek kunt spelen.
Oftewel:de juiste techniek is bij de meesten al fantastisch aanwezig, nu gaat het nog om het inzetten van de techniek op de juiste momenten. Vooral bij jongeren die de overstap naar het seniorentafeltennis maken komt het daar op aan. Het spel wordt wat complexer en het is aan jou, aan jouw inzicht en mogelijkheden daarin te groeien, of je de stap naar een succesvolle carrière bij de senioren kunt maken.
Blijf dus goed nadenken en goed kijken, ontwikkel je tactische vermogens. Zorg daarnaast ook dat je fysiek goed mee kunt, dus doe af en toe ook eens iets aan je conditie met bijvoorbeeld crosstrainen in de sportschool of joggen in de frisse buitenlucht, maar daar zal ik in latere columns wel eens wat tips over geven.
Als jullie mij tips over techniek geven (op dat vlak valt er voor mij nog wel wat te leren), dan wil ik mijn kennis over tactiek, fysiek vermogen en ook – nog vergeten trouwens – mentale kwaliteiten als nooit opgeven bijvoorbeeld (niet blijven hangen in een mis geslagen bal - want let maar eens op: niemand speelt een perfecte partij zonder één fout - maar je telkens opnieuw focussen op de nieuwe rally waar je weer een punt mee kunt scoren) graag met jullie delen.
Samen kom je verder, met praten, kijken én niet te vergeten luisteren naar elkaar.
Fijne dag,
Johan Vogelzang
07-11-2009
Ton Mantoua
26-10-2009
Ton Mantoua
17-10-2009
Ton Mantoua
04-10-2009
Ton Mantoua
27-09-2009
Ton Mantoua
30-08-2009
Ton Mantoua
20-06-2009
Ton Mantoua
11-06-2009
Ton Mantoua
15-05-2009
Ton Mantoua
10-05-2009
Ton Mantoua
24-04-2009
Ton Mantoua
10-04-2009
04-04-2009
Ton Mantoua
27-03-2009
Ton Mantoua
16-03-2009
Wat mij het meeste opvalt, in deze tijd van het jaar, is de ongelijkheid van de agenda's in de tafeltennisbond. Terwijl de achterban halverwege de voorjaarscompetitie is en sommige clubs alweer de eerste
voorbereidingen voor het volgende seizoen treffen, lijkt de landelijke organisatie nu pas zover dat er van alles op de rails kan worden gezet. Ik constateer het elk jaar, rondom het nationale kampioenschap
zijn onze Zoetermeerse functionarissen dan eindelijk uit hun winterslaap ontwaakt. En het maakt mij bezorgd als ik hoor dat het idee bestaat dat "instappen & meedoen" met een paar muisklikken te regelen is.
Welke vrijwilliger gelooft dat? Ook het NK-weekeinde toonde weer eens aan dat de bestuurlijke top bereid is om veel leden en verenigingen (gewapend met belastingvrije spandoeken, concepten en projecten) in
het diepe te gooien, maar het reddend zwemmen door middel van werven, opvangen en behouden, dat moeten we echt zelf doen en daarna mogen we blij zijn als er belangstelling bestaat voor follow-up en evaluatie.
Vooral de nihilistische tafeltennnisclubs onder ons ("verenigingen" die hun leden weinig meer bieden dan deelname aan twee competities en - heel misschien... - het organiseren van een clubkampioenschap)
hebben in deze maand al de indruk dat ze een "druk" bestuurlijk seizoen achter de rug hebben. De schuld ligt gedeeltelijk bij zo'n pseudo-club zelf en ligt gedeeltelijk bij de bondsorganisatie. Ik zie het
jaarlijks gebeuren, ieder najaar komen de bobo's traag op gang, iedereen heeft zijn eigen vrijwilliger-excuus klaar liggen en een dag voor de december-feestdagen verstuurt "Zoetermeer" haar eerste
verenigingsmail van het seizoen.
Als de doorsnee-tafeltennisser op de kalender zoekt wanneer pasen en pinksteren vallen, denken de planners nog tijd genoeg te hebben om (VWS-gesubsidieerde) plannen aan te kondigen. Je hoort vaak de
klacht: NTTB-ers nemen hun sport niet serieus, het is onze eigen schuld dat er generaties talenten verloren gaan, hooguit vijftig clubs werken systematisch met gediplomeerde trainers. Kortom, het gevoel
voor eigenwaarde & eigendunk is slecht ontwikkeld in onze gelederen. Er is, bovendien, sprake van "informatie-gaps" tussen hoofdbestuur, afdelingsbesturen en breedtesporters. Het ontbreken, bijvoorbeeld, van
een digitaal nieuwsmagazine (zoals bij de badmintonbond) of een open discussieforum (zoals bij de tennisbond) is niet bevorderlijk voor de mate van geinformeerdheid en betrokkenheid van het gemiddelde
NTTB-lid. Proef op de som: wie heeft er al gehoord van de nieuwe WOB-slogan "Maak kennis met tafeltennis"?. Inderdaad, klinkt goed, omdat het een mooie & simpele alliteratie bevat.
Al met al, schets ik een somber beeld? Ja en nee. Nee, want er blijven opbeurende geluiden komen, uit alle hoeken van het land, soms van pingpongclubs waar je het niet eens van had verwacht. Ja, want we
worden weliswaar (via de NTTB-website bijvoorbeeld) gebombardeerd met de ene na de andere professionele aankondiging, hoewel de verdeling van gelden tussen topsport en breedtesport van geen kanten klopt en
het ergste doet vrezen. Gelukkig staat een aantal super-klokkeluiders klaar om de ontwikkelingen van nabij te volgen. Dus "chin-up!", zou Elisabeth Regina tegen haar Philip zeggen.
Ton Mantoua
26-01-2009
Met een ouderwets gevoel in mijn buik loop ik richting de speelzaal waar dit jaar de Groninger Kampioenschappen gehouden zullen worden. Als cadet en junior stond juist dit toernooi bovenaan mijn lijstje. Wat was er nou mooier dan het geluid van tafeltennisballetjes op maarliefst 40 tafels tegelijk!? Een keiharde “TSJOEH”, een luide schreeuw en het constante gezeik over die netballetjes. Man, wat kon ik daar van genieten.
En wat wou ik graag winnen, ik vond tafeltennis op de eerste plaats een leuke sport maar oh wat was ik fanatiek. Ik moest en zou met die beker naar huis gaan, met minder was ik niet tevreden. Een beeld wat ik door de loop der jaren heb moeten bij stellen, maar winnen is iets waar ik altijd voor zou gaan.
Ik ben geschrokken vorige week in Harkstede. Nota bene op de Junioren A/B/C tafels werd er op sommige momenten gewoon wat aangekloot. “Ik kan er niets meer van”, “ik heb de eerste game toch al verloren” of “het is gewoon een pruster” waren flarden van teksten die aan mij voorbij kwamen. Ik liep verder en zag wat andere zaken. Jongens die meer met de meisjes aan de kant bezig waren, of spelers die onder de wedstrijd even het mobieltje van hun vriend ‘checkten’. Midden in een game, niets meer dan ongeloof kwam bij mij naar boven. Ik voelde de boosheid langzaam bij mij opkomen, waar is in hemelsnaam de winnaarsmentaliteit?
Het begint allemaal met spelvreugde. Plezier hebben in wat je doet. Elke bal er weer vol voor gaan en genieten van je sport! Iets wat over het algemeen te weinig gedaan wordt door de jeugd van tegenwoordig. Pas als je plezier hebt in wat je doet komen de resultaten, maar ga hier dan ook voor! Hoe is het mogelijk dat je na één verloren wedstrijd bij de pakken neer gaat zitten. FOUT, de tweede wedstrijd ga je er weer net zo hard tegen aan. Ook al verlies je de eerste vijf wedstrijden, de zesde probeer je te winnen!
Het is een cliché maar verliezen hoort erbij! Uithuilen mag, maar daarna ga je er weer vol tegen aan. Het is onzin om te roepen dat je er niets meer van kan en het is nog grotere onzin om de handdoek in de ring te gooien. Kijk naar Maarten van der Weijden, kanker overleven en zich werkelijk kei- en keihard terug knokken! Met als gevolg een gouden medaille op de Olympische Spelen. Ook ik heb regelmatig een wedstrijd verloren, en ook ik heb regelmatig geroepen dat ik er per direct mee stopte. Maar vijf minuten later stond ik er weer, en knokte ik voor de volgende overwinning. Pas als het laatste punt gespeeld is is het over, en niet eerder. Dit knokken mis ik, en dat doet mij pijn als trainer. Waar is de wil om te winnen gebleven?
Het doet mij deugd om positieve uitzonderingen hierop te zien. Zo zag ik een wedstrijd tussen twee blonde welpen achteraan de zaal. Er werd gestreden voor elk punt, en bij een 10-6 achterstand werd er alles aan gedaan om deze om te zetten in winst. De kleinste van de twee verloor en stond sip aan de kant. Al snel veranderde deze verdrietige blik in een strijdlustige. Hij zei tegen z’n moeder: “Ik heb wel goed gespeeld, en de volgende wedstrijd ga ik winnen”!
Motiveer je voor elke wedstrijd, onafhankelijk van je tegenstander en het niveau. En als je je niet voor honderd procent kunt inzetten, vraag je dan af of je wel echt sport beoefent.
Matthijs
16-11-2008
Ton Mantoua
16-10-2008
Ton Mantoua
03-10-2008
Ton Mantoua
02-09-2008
Ton Mantoa
26-08-2008
Langzamerhand beginnen zich vragen op te dringen over voorzitter Edgar Verkooijen. Naar verluidt is hij een amicale Tilburger, met het tafeltennishart op de goede plek, een liefhebber van een goed glas wijn, die die wijn het liefst consumeert in goed gezelschap, tijdens een goed gesprek. Heel mooi, maar ik ben de resultaten eens nagegaan die Edgar heeft geboekt sinds begin april. De pingpong-maarschalk heeft drie stevige plussen gescoord. Dat zou je veel kunnen noemen, dat zou je matig kunnen noemen. Hij glom van trots toen hij de Samen Vooruit-verenigingen te water mocht laten. Verkooijen heeft uitgerekend dat de totale groep voor 644 extra leden gaat zorgen. Het moeilijke punt van zo'n inspanningsverplichting is meestal dat niet is vastgelegd bij wie en wanneer je straks rekening en veranwoording aflegt. Maar goed, het zou de bond onder leiding van Edgar straks een groei van ruim 11% kunnen opleveren. Tweede wapenfeit betreft de NTTB-samenwerking met de tennisbond. Wie bij wie heeft aangeklopt weten we niet. Hoe de rolverdeling tussen een eventuele lamme en een eventuele blinde tot stand kwam, evenmin. Maar de Open Dutch belooft een parallel-evenement te worden, inclusief beeldschermen die de Amersfoortse "man in the street" er op zullen attenderen dat tennis & tafeltennis een interessant paar-apart is. Het schijnt dat de NTTB deze overeenkomst te danken heeft aan de relaties van Edgar met tennisdirecteur Felius. En vorige week schijnt Verkooijen een belangrijke hand te hebben gehad in de Europese Jeugd Top-10-overeenkomst met ETTU en stad Rotterdam, terwijl Edgar zich de komende weken breed verder blijft oriënteren.
Uiteraard is het belangrijkste: hoe borrelt straks de bestuurlijke chemie tussen directeur, pr-man en HB? Dat weet je natuurlijk nooit zeker, in dit gezelschap zijn sowieso meerdere belangen, diverse ego's en diverse temperamenten vertegenwoordigd. In de huidige constellatie zitten we met drie afwimpelende HB-formalisten (Luteijn, Van Dalen, Van Haaren), een energieke pr-man (Harald), de Zoetermeerse Algemene Rekenkamer-accountant Matthieu Wegh (als opvolger van penningmeester Brouwer), een nog onbekende secretaris die voorzichting dient te worden geintroduceerd, de sterk debuterende directeur Berteling en Verkooijen, in zijn rol van NTTB-leider. Als we zien langs welke lijnen dit gezelschap tot stand is gekomen, dan krijg je medelijden met experts op het gebied van headhunting, passen en meten. Achter de schermen houden (en hielden) zich diverse bekwame personen gereed die in principe stand-by zijn voor een functie. Mits er een netwerk is opgebouwd, zijn die personen niet zo moeilijk op te sporen, maar het zijn bijna allemaal extreme solisten. Kenmerk van dat type is: ze willen niet met deze persoon, ze willen niet met die persoon, enz., terwijl ze zelf anderen wegjagen.
Voor deze kwesties ziet de NTTB zich gesteld. Achteraf blijkt vaak dat een uitstekend functionerend bestuur gewoon een schot in de roos was, gelukkig en toevallig.
Ton Mantoua.
10-08-2008
Toevallig zit de afdeling West er financieel warmpjes bij. Enkele jaren geleden hebben ze daar het bondsbureau-pand van de voormalige afdeling Den Haag verkocht en sindsdien bestond een plan om een deel van dat geld aan een breedtesport-doel te besteden. Dat is nu dus de minderbedeelde perspectiefloze club geworden. Origineel idee, originele verpakking, analoog aan de tv-show van de Rijdende Rechter. De tafeltennisbond introduceert De Trainer als rondreizend circus-artiest. De trainer als persoon met een bijzondere vaardigheid, zoals een acrobaat, koorddanser of jongleur, die in de vorm van theateramusement langs komt, begeleid en afgewisseld door liedjeszangers en potsenmakers. Mooi, heel mooi.
Maar hoe staat de serieuze belangenorganisatie VVTT tegenover trainers als variété-artiest? Diplomatiek reageerde VVTT-voorzitter Luc Janssen dat hij het "een interessant concept" vond. Hoewel ik al heb begrepen dat er praktische hindernissen opborrelen. Bijvoorbeeld: is de marskramer-trainer beschikbaar op dezelfde tijdstippen dat de club haar zaal huurt? En de VVTT kon niet verhelen dat bij hen niet om enig advies was gevraagd en dat met hen geen enkel overleg had plaatsgevonden. Ook uit andere hoeken werd gewezen op vreemde NTTB-ontwikkelingen op het gebied van Opleiding & Training. Enerzijds worden E-experimenten uit de E-mouw getoverd, anderzijds grijpt men teug op 19e eeuwse tradities van uitventerij. Sinds kort omarmt de NTTB het eigentijdse E-learning, waarbij (schrik niet) de "inrichting en invulling van een elektronische leeromgeving" centraal staat. Vergeet niet, we hebben het over opleidingen voor pingpongtrainers, niet over het klaarstomen van astronauten. En dat in een NTTB die, na de invlieg-Chinees, de invlieg-manager, de invlieg-boekhouder en de invlieg-moderniseerder, nu ook moet leren werken met de invlieg-subsidioloog. Dit is een tijdelijk gestationeerde medewerkster die zich richt op de subsidierelatie met sportkoepels. Met andere woorden: hoe onderwerp je je zo slim mogelijk aan de tien geboden van de NOC*NSF-dirigenten?
Ik verwacht steeds meer van dit soort kunstgrepen, terwijl de NTTB-keuken nog steeds niet op orde is. De bestuurlijke vernieuwing dwingt de bondsraad tot een complete striptease, het NAS-onderdeel van de automatisering is zo ernstig vertraagd dat het kostenaspect een bondsgeheim moet blijven en NTTB-voorzitter Verkooijen gedraagt zich als een pingpong-Napoleon die met sigaar en cognac van zijn sabbatical geniet. Is er een positieve afsluiter? Ja, nog even en het NTTB-hoofdbestuur zal weer compleet zijn. In de coulissen lopen de opvolger-penningmeester (Frijhoff?) en de opvolger-secretaris zich warm, vernam ik uit zeer betrouwbare bron. De eerste weddenschappen zijn al afgesloten...
Ton Mantoua
31-07-2008
Wat is dat toch, met die VVTT? Zijn het rare knakkers, die zichzelf niet serieus nemen en dus ook door hun moeder-organisatie niet voor vol worden aangezien? En dat terwijl de bond ons met allerlei kunstgrepen wil voorbereiden op postmodern pingpong... Want binnenkort zal voor u en uw club worden vastgesteld of u zich mag scharen onder (hou u vast) de hedonistische, post-materialistische, opwaarts-mobiele, kosmopolitische, nieuw-conservatieve, modern-burgerlijke, gemaksgeorienteerde of traditioneel-burgerlijke tafeltennissers. Allerlei figuren zijn op zoek, terwijl de oplossing voor de deur ligt: de modale tafeltennistrainer. En gelukkig, de wederopstanding van 250 georganiseerde coaches, oefenmeesters en trainers is op handen.
Hoe kan het dat een belangengroep als de VVTT zich geheel laat wegmoffelen, doodgezwegen wordt, monddood gemaakt wordt, weggeorganiseerd wordt, geen cent subsidie ontvangt en zelfs niet een keer per jaar voor overleg met het hoofdbestuur in aanmerking komt? Ja, maar onze toptrainers boeken toch maar fraaie internationale resultaten. Inderdaad, hosanna's in Terni, in de O.S.-aanloop, op Papendal, in het Dutch Team-internaat en ten aanschouwe van de Butterfly-vlag. Maar het draait natuurlijk om die ruim 200 modalen die in de zalen tussen de breedtesporters staan en niet half beseffen hoe belangrijk ze zijn voor Behoud en Werving en nastreving van het motto: "Geen tafeltennisvereniging Zonder Trainer/Coach".
Begin juli werd de prangende vraag of de VVTT nog bestond, dus positief beantwoord. Men lijkt zich eindelijk te ontworstelen aan het juk van NFWS (inmiddels opgeheven) en de stramme administratieve indeling bij NL/Coach. De VVTT heeft macht en invloed in de NTTB en macht en invloed zijn allang geen vieze woorden meer. Dat toont de toewijzing van meerdere VVTT-kwaliteitszetels in de bondsraad-nieuwe-stijl nu al aan. Schuldigen aanwijzen voor het onbenut laten van de mogelijkheden is zinloos en niemand is zonder zonden. In eigentijdse taakomschrijvingen staat het omschreven als relatiebeheer en de NTTB-VVTT-contacten dienen al een paar jaar te lopen via HB-lid Piet Luteijn uit Assen. Die Luteijn is inmiddels ook alweer een HB-veteraan, maar het lijkt wel of hij echt bang is voor een didactische beroepsgroep in zijn voortuin en hij put zich uit in omzichtige bureaucratie: "De VVTT is een aan de NTTB gelieerde organisatie, maar wij sturen hen niet aan". Dat soort taal... En ook een gedreven VVTT-bestuurder als penningmeester Hans Waterreus kan moeiteloos een litanie aan excuses, mutaties, vertragingen en misverstanden noemen. Luc Janssen c.s. hebben nu begrepen dat ze het heft echt in eigen hand moeten nemen. Hun aanbod van (bij)scholing en het opnieuw maken van een vaktijdschrift is daarbij de sterkste troef. Andere troeven zijn de inzet van Ellen Klatt en Ed van den Berg. Deze beiden weten als geen ander hoe de praktijk in elkaar steekt. Daarvoor heb je werkelijk geen full-time beleidsmedewerksters, managers en volgers van voorbeelden nodig. Voorzitter Janssen: "Ik heb weliswaar regelmatig informeel contact met Achim Sialino (hoofd topsport), maar het is werkelijk van de gekke dat door het sport-spel-gezwalk van de NTTB subsidies belangrijker zijn dan vakmensen. Tot op heden lukt het niet om NTTB-preses Verkooijen te spreken te krijgen. De NTTB ontkent glashard de bijzonder hoge moeilijkheidsgraad van tafeltennis. Geen enkele sportbond accepteert dat en de resultaten zijn er naar".
Ton Mantoua
Hannix en de terugkeer van de verloren zoon …
Het moet in de tijd geweest zijn dat Julius Ceasar het in zijn platte en langgerekte voorhoofd kreeg om Europa te gaan
veroveren. De Romeinen waren al ver noordwaarts opgetrokken. De lage landen stonden op het punt aan het keizerrijk te worden
toegevoegd. Toch was nog niet iedereen van plan te capituleren.
In de nabijheid van Groningae was een vesting waarachter zich een nijver en goedlachs volkje schuilhield. Rond de Borgmeren hadden zij hun domicilie gekozen. Wanneer de Romeinen de Drentse Aa dreigden te passeren dan stuurde stamhoofd Hannix doorgaans zijn eerste bataljon er op af. Onder leiding van bevelhebber Niemix en met de geroutineerde Tammoniks en Japix en de jonkies Erix en Hollix in de gelederen viel er dikwijls weinig eer voor de vijand te behalen.
Toch voelden Hannix en consorten zich niet meer zo veilig als weleer. Vandaar dat het stamhoofd op zoek ging naar de verloren zoon. Met hem in de gelederen hadden ze al eens het hele land veroverd. Kobelix had als kind te veel van de toverdrank van druïde Vliegmix gesnoept en stond daardoor als schier onoverwinnelijk te boek. Hoe graag Kobelix op dit moment ook van de trainingsformule wil snoepen, Vliegmix staat dat niet meer toe.
Om de verloren zoon een groots onthaal te geven had stamhoofd Hannix niks aan het toeval overgelaten. Kokmix stond aan het spit everzwijnen en bitterballen te braden alsof het een lieve lust was en de Groninger mosterd en wijn vloeiden rijkelijk. Liefde was er ook in het dorp. Na de amoureuze ouverture tussen Erix en Karix, bleken vooral de Karixen populair.
Tijdens het onthaal van Kobelix hoorden de talrijke gasten een geklop. Een blik op zij leerde dat het Mesniks niet kon zijn, die liet het gerstenat onder de huig naar binnen vloeien en nam daarbij de ietwat kiezelige afdronk voor lief. Nee, het was Benniks die gekneveld op een tak van een boom het feestelijke tafereel gade mocht slaan. Hannix had zijn maatregelen al getroffen en zijn beste waakhond Olivix onderaan de boom geposteerd. Hannix was duidelijk, die Benniks zijn speeches en columns dat was niks, is niks en wordt niks, laat dat maar aan het dorpshoofd zelf over.
Een vinger op een zere plek
Verdomd, ik voelde het aan mijn water, het zat er aan te komen. Na lange windstilte is een landmijn in de bond tot ontploffing
gebracht. De Opruimingsdienst is nog steeds aan het onderzoeken met wat voor soort projectiel we van doen hebben, maar
bondsvoorzitter Korevaar wil snel in gesprek met deskundigen...
Een Volkskrant-artikel heeft voor
rep en roer gezorgd bij hoofdbestuursleden, geachte afgevaardigden naar de bondsraad, een select groepje meteropnemers en
sportbond-watchers, en vooral bij oudgediende NTTB-ers die herhaaldelijk hevige nekkramp krijgen van het nee-schudden als er
weer eens iets falikant mis gaat of duister blijft. Zoals ledenberaden, bijvoorbeeld...
De schuld van de tijd van het jaar, dus.
Het is bijna traditie dat de nervositeit toeneemt zodra de aanloop naar de Bondsraad begint. Want de grootscheepse
campagne om (nieuwe) leden te werven, op te vangen & te behouden is de half-way-mark en het point of no return gepasseerd.
Dat betekent: hoog tijd voor effectuering. Waar blijven de zwart op wit resultaten, wie rapporteert wat, en dat maakt
fricties los, dat was de insiders al lang duidelijk. Het Zoetermeerse opperhoofd voor breedtesport meldde zich al twee
maanden voor het aflopen van zijn jaarcontract ziek, zonder rekening, verantwoording en een eindafrekening over te leggen. En
uit de periferie van degenen die het voor het zeggen hebben, sijpelt door dat het wob-project in minstens vier afdelingen
totaal mislukt is en dat van het koppel Koppelman-Eerenberg alleen eerstgenoemde als accountmanager over is.
De tafeltennisbond verliest aan geloofwaardigheid en wordt door de media nauwelijks serieus genomen. We zijn een nobody
in elk sportkatern, tenzij een redactie eens groen licht geeft met de relatieve luxe van "nou vooruit, vijf kolommen voor een
sappig item over de crematoria aan het tafeltennisfront, deze week". Het gevaarlijkste wat je in dat geval kan overkomen, in
deze tijd van verzwijgen en negeren, is prompt gebeurd. Star-reporter Martien Schurink begeeft zich naar een zaal van een
club met een omineuze naam (De Toekomst), wroet even en legt een vinger op een zere plek, kijkt in het vouwblad van NTTB
Nieuws ("Zijn onze topspelers oud, of..."), tsja, wie leverde de perfecte voorzet voor de keus van onderwerp? Good-old
Martien hoefde alleen nog de prak van zijn tekstbestand op te warmen.
Iemand, ergens op een site, beweerde met stelligheid dat er binnen de Korevaar-clan systematisch gerichte afspraken
worden gemaakt om op geen enkele wijze te reageren op kritiek. Dat is de ongebroken code, de doctrine van de NTTB anno Nu. Er
zou intern een ijzeren wet heersen van weglachen en geen commentaar. Veel energie zou het hoogste bestuurscollege besteden
aan het in de doofpot stoppen van onwelgevalligheden en klachten. Dat vind ik ernstig, dat vind ik triest, dat vind ik
desastreus.
Als dit waar is, zullen we tot december 2008 bezig zijn met schaamrood wegpoetsen.
Als dit werkelijk waar is, dan is onze collectieve schaamstreek pijnlijk getroffen door het exploderen van een napalmbom
van Volkskrant-fabrikaat.
Ton Mantoua
We voor ze. We gaan ervoor, ze ook?
De afdeling gaat mij nog steeds aan het hart. Zeker enkele keren per week werp ik dan ook een blik op de inmiddels wat saai
ogende website van ‘Noord’. Ook vanavond – net thuis van het werk – ga ik het gebruikelijke rijtje met onder meer
‘de Brinkie-site’ en natuurlijk onze eigen site - weer langs. Ook de afdeling bezoek ik min of meer vanzelfsprekend. Wederom
constateer ik dat ons persbericht over het Fair Play Toernooi niet is geplaatst. Nee, ik sta er niet meer van te kijken,
balen doe ik natuurlijk nog steeds wel.
Ik blader niettemin nog even door de site. Mijn oog valt op twee berichten, te weten de aankondiging van de Open Dagen en
de oproep voor gelegenheidsteams voor de 6e klasse in de regio Friesland. Met name dat laatste bericht geeft de burger geen
moed. Het doet het ergste vrezen voor tafeltennis in Friesland. Gelegenheidsteams, hoe verzin je het alternatief?
De kans dat er een elfstedentocht wordt verreden de komende jaren is blijkbaar vele malen groter dan een grote toename
van het aantal leden in de noordelijke regionen. We hebben één geluk ten opzichte van de schaatstocht der tochten: op het
ledenaantal hebben we zelf nog enige invloed. Tenminste, we kunnen er alles aan doen om de voorwaarden zo gunstig mogelijk te
laten zijn. Bouwen aan je club, dan kan iedere bestuurder. Bij de bond heet dat werven, opvangen en behouden… dat klinkt
misschien laatdunkend, maar zo zie ik het zeker niet!
Ik betrap me erop dat ik het nog steeds heb over ‘we’. Ze moeten verdorie zelf eens laten zien dat ze graag willen en
vooral doen! Bent u net als ik ook heel benieuwd hoeveel verenigingen in Friesland de Open Dagen zullen aangrijpen om zich te
presenteren aan het Friese volk…? Ze hebben de informatie in huis. Er wordt weer actie van ze verwacht en gevraagd. Of ze het
oppakken…? Ik maak me er nog steeds druk om. Niet meer doen, zeg ik tegen mezelf. Door middel van het kruisje in de
rechterbovenhoek van het beeldscherm sluit ik het internet af.
Ik begin een notitie te schrijven – had al klaar moeten zijn – voor de commissie werving, opvang en behoud. Tja, ben er
maar weer ingestapt… een heuse WOB-er. Ik doe het graag, de afdeling gaat mij immers nog steeds aan het hart. De wobbers
willen verenigingen (nieuwe) handvatten aanbieden om zich te kunnen presenteren. Jezelf in de etalage zetten, steeds maar
weer opnieuw. En dan uiteraard wel met de rolluiken open! We gaan ze daarbij een handje helpen, niet meer en niet minder. Ze
moeten het zelf doen. We gaan ervoor!
Peter Hanning.
Roeien, daar heb je geen dieselolie voor nodig!
Zie daar, een nieuw hoofdbestuurslid topsport. Ik stond niet te juichen, toen ik het hoorde. Ik wacht het persbericht van de
Nederlandse Tafeltennisbond niet af (waarom zou ik?) en ga zitten tikken achter mijn moderne typmachine. Voor de goede orde:
onze kapitein heeft samen met zijn bemanning een topprestatie van formaat geleverd. Het schip is niet gezonken en ligt in de
haven gereed om uit te gaan varen. Complimenten alom! Vanuit het kraaiennest worden verkenningen gefluisterd over de
mogelijke koersen die we kunnen gaan varen. Als je genoeg moeite doet om wat te klimmen, dan hoor je wel es wat… maar ja, ook
haperende motorbootjes en wankelende kanootjes op bijvoorbeeld het Zuidlaardermeer en het Snekermeer moeten het kunnen
aanschouwen. Op het radarscherm blijft het echter onveranderlijk… iedereen vaart of peddelt maar door, zonder dat we weten
waar ons vlaggenschip heen gaat of ronddobbert. We komen elkaar wellicht tegen, misschien botsen we wel… Het grote schip
vaart dan wel door, de kleine bootjes zinken….
Ik dacht dat nu het moment was aangebroken om beleid te maken. Niet dus. Ik had gehoopt op een persoon die durft te
kiezen voor lef om het over een andere boeg te gooien. In ieder geval dat bespreekbaar te maken. De leiding van het
NTTB-schip heeft iemand aan boord gehaald, die weet hoe je kunt roeien met de riemen die je hebt. Zeker. De laatste jaren
hebben we dat in onze wateren kunnen aanschouwen. Een ‘knieperd’ in het goed Gronings. Hoewel, de bootjes voor de grotere
wateren kwamen er meestal goed vanaf, zonder dat er inhoudelijk ook maar iets aan de koers veranderde… Keer op keer valt me
op dat de nadruk gericht is op de riemen in plaats van op het roeien.
Hand in hand, geen woorden maar daden! Vanuit de grootste havenstad van Nederland roept een legioen - dat groter is dan
dat van ons - het keer op keer. En ons legioen roept niet. Sterker nog, we houden onze grote mond totdat het leed geleden is.
Daarom schreeuw ik het nu luidkeels van de wal: er moet wat gebeuren. Onze kapitein houdt stevig het grote stuurwiel in
handen en steekt zijn energie vooral in het manen van iedereen om voorzichtig te zijn met brandstof. Terecht. De matrozen
knikken ja en amen. Naar ik meen onterecht. Maar kapitein, wordt het nu niet eens tijd dat het schip gaat uitvaren? Roeien,
daar heb je geen dieselolie voor nodig. Met de juiste menskracht kom je een heel eind!
Peter Hanning
Cathry: een bindende factor laat de touwtjes even vieren.
Het moet de zomer van 1990 zijn geweest waarin ik Maria Catharina Hof tijdens zo’n befaamd trainingskamp van Jan en Anne
Vlieg voor het eerst beter leerde kennen. Tot die tijd was zij voor ons vooral het jongste zusje van Jan, waarover we
hoofdzakelijk de verhalen kenden van die harde forehand topspin. De kennismaking duurde in eerste instantie niet lang. Na een
dag trainen sloeg in de stilte van het avondeten de heimwee toe. Cathry kreeg geen hap door haar keel en bleef na afloop van
het culinaire intermezzo van maître Ridderbos zachtjes snikkend aan tafel achter. Niets menselijks is een achtjarige vreemd,
ze wilde weer naar de voor haar zo vertrouwde omgeving van haar ouders. De volgende ochtend zat Cathry echter al weer vol
goede moed in Harkstede aan het ontbijt. Een paar opbeurende woorden van vader Homme en moeder Hannie hadden in Ter Apel hun
uitwerking niet gemist. De bevlogenheid voor bat en bal en het verlangen naar het samenzijn met al die andere helden van het
celluloid hadden het ruimschoots gewonnen van het onzekere gevoel.
Toen ik diezelfde dag in de kantine van De Roemte rond de klok van 23.00 uur in mijn linker ooghoek de schim van Cathry
ontwaarde, kreeg ik in de gaten dat zij aan de door de heren Vlieg opgelegde avonddiscipline was ontsnapt. Terwijl de ouderen
opgingen in de onvermijdelijke gezelligheid en de trainers er van uitgingen dat de jongeren al op één oor lagen, zat Cathry
op de puntje van een tafel gebiologeerd naar de televisie te kijken. De VPRO zond op dit late tijdstip een documentaire uit
over de wijze waarop mensen met aanrakingsangst met sex om leerden gaan. De liefde voor trainingskampen en Harkstede was
geboren, deze ervaring had ze in huize Hof in Ter Apel op haar buik kunnen schrijven. Alle sporen die nog enig vermoeden van
heimwee konden verraden, waren als sneeuw voor de zon uitgewist. De volgende dag bleek dat onze youngster niet als enige
onder de indruk van de televisiebeelden was geraakt. Toen Anne de Chinese trainer Li Ji Shu er op attendeerde dat er bloed
aan zijn neus zat, antwoordde deze quasi serieus “ja, Li neus genoken”, waarna hij tot grote hilariteit van iedereen voordeed
wat hij de avond daarvoor had gezien. Cathry was de eerste die het herkende.
Mijn eerste coachervaring met Cathry dateert van een jaar later in het onder de rook van Nijmegen gelegen Malden. Als
welp 1 stond ze in de finale van de nationale jeugdmeerkampen. In de halve finales had ze nog twee tegenstandsters moeten
feliciteren, in die zin kon ze moeilijk als favoriete worden bestempeld. Toch had Cathry iets wat al die anderen nauwelijks
hadden: power en de drang om zelf de punten te maken. Bij het inspelen sloeg echter het noodlot toe. Cathry haar gezicht
vertoonde onophoudelijk trekken van de ziekte van Gaap. Hannie verontschuldigde zich op de tribune nog met een welgemeend
“ze is gisteravond echt op tijd naar bed gegaan”, maar Cathry wist het zeker ze was te moe om goed te kunnen spelen. “Oké,
dat is goed” antwoordde ik, “dan lopen we nu samen naar de wedstrijdtafel daar achter in de zaal en melden dat Cathry Hof van
Olympia ’54 niet mee doet omdat ze te moe is om te spelen.” Dat was natuurlijk ook niet haar bedoeling en plotseling was
Cathry genezen van de ziekte van Gaap.
Als coach heb ik nog nooit zo’n gemakkelijke dag gehad. “Direct spin in de bal brengen, zodat je niet verrast kunt worden,
en elke opening diep met veel rotatie achter op tafel. Gaat het even niet dan eerst weer spin in de bal brengen”, was mijn
devies. Het ging goed, maar bij elk punt voor de tegenstander keek Cathry met een vragende blik achterom, waarna ik steevast
met mijn blik het dak van de sporthal opzocht. Deze komische act voor twee personen hebben we de hele dag volgehouden. Cathry
won al haar partijen zonder ook maar één game te verliezen. Het was voor haar de eerste grote jeugdtitel er zouden er nog een
heleboel volgen. Op een dag vertelde mijn (destijds nieuwe) buurman die in de bouw zat, dat als kinderen tegelijk aan de
ringen zwaaien er een enorme trekkracht op de balken komt te staan. Hij was als uitvoerder verantwoordelijk geweest voor de
totstandkoming van de sporthal in Malden, die een heel lange rij ringen kende. Dat stelde wel heel speciale eisen aan de
balkenconstructie. Buurman Theo was stomverbaasd toen bleek dat ik hem kon vertellen hoe de dakconstructie van de sporthal in
Malden in elkaar zat. Waar een dagje coachen al niet goed voor kan zijn.
Zijn het nu 13 of 14 jaren Argus? Ook ik durfde het in eerste instantie niet te zeggen. Gelukkig bood de ledenlijst
uitkomst, 1 september 1993 staat daar keurig als startdatum op vermeld en zo zal het ongetwijfeld zijn. Annette, Nieske,
Nadine, Kirsten, Lieselot, Trudy, Jantien, Lucie, Suzan, Diana, Kirsten, Li, Zoji, Melisa en Chen zijn de namen van Cathry’s
teamgenotes door de jaren heen. Samen bewerkstelligden ze een opmars waarin er elk half jaar een klasse hoger werd gespeeld.
Zelden of nooit zal er een snellere opmars vanaf de basis naar de eredivisie zijn gerealiseerd. Cathry – met Lieselot lang
aan haar zij – was naar buiten toe het boegbeeld en naar binnen toe de bindende factor die garant stond voor een tweede
periode van tafeltennis op het hoogste nationale niveau in Harkstede. Waarin een klein dorp groot kan zijn. Met zeer beperkte
middelen, maar met veel inventiviteit en inzet schiep het toenmalige bestuur onder leiding van eerst Homme en later Norbert
de randvoorwaarden voor een nieuwe succesperiode. Tussendoor speelde Cathry nog en half jaartje bij de jongens in landelijk A.
De weg naar de eredivisie kende bij de senioren 29 teamoverwinningen op rij, waarin zeker de rol van Jantien niet mag worden
vergeten.
Niets vermoedend reed Ted van der Meer op een warme zondag in juni van het jaar 1997 in zijn bolide van zijn woonplaats
Baarn naar Den Helder. De dag ervoor was daar de eerste dag van de nationale bekerstrijd afgewerkt en was het kaf van het
koren gescheiden. Ted ging voor de NOS verslag doen van de damesfinale tussen de grote favorieten Den Helder en DTK, tenminste
daar was hij van overtuigd. Vanaf Harkstede vertrok een Mondeo waarvan de inzittenden het idee hadden dat zij als verrassende
halve finalist het tegen één van deze beide grootmachten op moesten nemen. Op de Afsluitdijk werd een pitstop uitgevoerd
omdat Cathry bedacht dat het tijd werd om maar eens een lijmlaag van haar rubbers af te trekken. Suzan attendeerde haar er op
dat er aan de rand een klein stukje van haar zwarte rubber af was, waardoor er een minuscuul plekje van de gele onderlaag te
zien was. Cathry doceerde ons dat zoiets voor de scheidsrechters geen probleem is, even bijkleuren met een zwarte stift en
het keurkorps der referees knikt goedkeurend, was haar ervaring bij de laatste Europese Jeugdkampioenschappen. Hoe anders
pakte die prachtige zondagmorgen de loting voor de halve finales uit (Den Helder tegen DTK, Argus tegen Westa) en was de
stemming onder de dienstdoende fluitisten van de NTTB. Blijkbaar werden ze beoordeeld door een super bobo, want ze flipten
aan alle kanten. Cathry haar rubber werd afgekeurd, een in allerijl door Lieselot op de tribunes opgesnorde zwart schrijvende
balpen bracht in de ogen van de tafeltennispolitie ook geen soelaas. Dan maar spelen met het batje van Suzan, dat een
kwartier daarvoor nog goedgekeurd werd, maar eenmaal in de handen van Cathry geen gedogen meer kon vinden. Toch kregen we
Westa op de knieën en stond Argus voor haar eerste nationale bekerfinale. Ted had live voor Langs de Lijn weliswaar een
finale, maar niet die waarvoor hij gekomen was. Onze pret was er niet minder om. Raldee.
Bennie.
Smartcard-pingpongtafel in aantocht
Schrik niet, sportclubs verloederen in toenemende mate. Vorige week bevestigde een VWS-secretaris-generaal, een hoge piet dus,
dit alarmerende nieuws. Op een symposium voor sportbestuurders, wond meneer Breedveld er geen doekjes om, over tien jaar is
het aantal sportclubs gehalveerd. Veel sportminnaars waren gekomen voor het aanhoren van deels goed en deels slecht nieuws.
Want wij vormen een paradoxaal en complex spruitjesluchtland. Meer mensen doen aan sport, sport biedt meer werkgelegenheid,
het economisch belang van sport groeit en de overheid besteedt meer geld aan sport. Maar er treden ook negatieve effecten op.
De traditionele sportclub heeft grote moeite zijn positie te behouden, het verenigingsleven staat op de rand van de afgrond.
En nu is het wachten, zo zei mevrouw de staatssecretaris (ik mag Clemence zeggen) op een sportbond die bereid is om in
zijn totaliteit alle traditionele vormen van competitie overboord te gooien en over te stappen op een chipkaart-stelsel voor
de individuele beoefenaar. Als ik het voor het zeggen had, zou ik dus zonder verder dralen bij Clemence op de stoep staan.
Sommige pingpongers zullen hiervan schrikken. Anderen zullen, bij het horen van dit idee, een paar keer slikken. Weer anderen
werpen tegen dat dit te revolutionair is voor de NTTB--conservatief. Maar sportsocioloog professor Maarten van Bottenburg
heeft al eens aangetoond dat tafeltennis een unieke positie inneemt bij de populariteit van sporten en inmiddels gaan er
stemmen op om het klassieke teamstelsel van drie spelers in alle klassen resoluut op te heffen. Waarom niet? De
vanzelfsprekendheid van het competitiespelen met drie man heeft te lang geduurd en kan zeker niet meer als kurk fungeren. In
de strijd om het voortbestaan zou deze ingreep ons als sport kunnen redden, het zou een ferme stap zijn naar de
vijftigduizend leden en het zou perfect inhaken op eigentijds sportbeleid.
Bovendien, de tijd is rijp. Hoewel wij bekend staan als teamsport voor egotrippende neuroten, kunnen we juist nu snel
overschakelen op ladder-wedstrijden. Dankzij het NAS-raamwerk beschikken de Zoetermeerse ict-ers over een nationaal
automatiseringsprogramma dat we met een paar keer Enter zouden kunnen aanwenden voor individueel loket-tafeltennis. Alle
benodigde gegevens zijn operationeel. Toegesneden op maat, zou elke club zijn pingpongtafel-park, voorzien van plastic
betaalkaart met geheugenchip, kunnen aansluiten op het centrale systeem. Volop gesubsidieerd tafeltennissen op de
smartcard-pingpongtafel, waarom niet?
De Zoetermeerse sectie Breedtesport kan de formele status verlenen en de administratie bijhouden. Het werkt zoals bij elk
boekingskantoor. Het individuele bondslid maakt gebruik van speelrecht en sportpas, op dagdelen dat het schikt en op de
locatie van een vereniging die tafels voor zijn licentieprofiel toegankelijk stelt. Last minutes, strippenkaartgebruik en
blind dating zijn eveneens mogelijk. Ter meerdere eer en glorie van de tafeltennissport, het nationale boodschappenmandje en
de saldoverhogende consumentengeest. Leve de wehkamp-bond, leve het airmiles-pingpong.
Ton Mantoua
20-05-06
Lang leve de NOS
Vind je de NOS Finalemaand ook een verademing. Plotseling is de sportwereld in de maand mei voor de publieke omroep breder
dan de trits voetbal – wielrennen - schaatsen. Je zou bijna zeggen, wil een topsporter als Trinko Keen in Nederland op de
televisie komen dan kan hij beter een racefiets pakken in plaats van zijn vertrouwde batje. Onze voorzitter heeft al gezegd
dat we niet moeten mopperen dat tafeltennis geen onderdeel uitmaakt van de NOS Finalemaand en hij heeft gelijk. Laten we
zorgen dat we ons richten op die dingen waar we wel grip op hebben, namelijk dat de tafeltenniswedstrijden in een prachtige
ambiance plaatsvinden. Doen we dat beter dan bijvoorbeeld de waterpoloërs dan krijgen we vanzelf onze kans.
Uiteraard moeten we het professioneel en positief presenteren. Laat alle Frank Niemeijer’s in tafeltennisland dus opstaan,
zodat we Joep Schreuder in toekomstige Finalemaanden steevast aan de rand van een sfeervol center court zien staan. Joep en
niet Ted hoor ik de lezers denken. Ja, de vriendelijke en beschaafde Joep doet de interviews, wijdt op een leuke manier de
sport ook voor de niet kenners in, wordt bijgestaan door een icoon uit de sport en geeft vervolgens over aan de commentator.
Dat zou Ted kunnen zijn, maar tafeltennissend Nederland staat volgens de berichtjes op de Brinkie-site al lang niet meer te
juichen als de tafeltennisverslaggever van de NOS orakelt. Los van het inhoudelijk commentaar, heb ik moeite met zijn
tendentieuze opmerkingen richting de NTTB. Daar dient hij de door hem beoogde nieuwe of moeten we juist zeggen oude
bondstrainer niet mee en zeker niet de Nederlandse tafeltennissport, waarvan hij ook nog af en toe eet. Het zorgt er alleen
maar voor dat in Zoetermeer de hakken nog steviger in het zand worden gezet.
Ik volg op televisie geboeid alle wedstrijden, behalve dan die van onze waterpoloërs. Het beeld van kikkers met een
badmuts die elkaar in een kluwen van benen en broekjes onder water duwen en boven het wateroppervlak de bal van hand tot hand
proberen te laten gaan, is niet mijn meest favoriete schouwspel. Wel dat van de volleyballers, de basketballers, de
korfballers en de handballers. Meer dan bij een voetbalwedstrijd krijg je mee wat er met de coaching etc. gebeurt. Deze
sporten en de NOS begrijpen dat je daarvoor open moet staan om de sport bij het publiek te brengen. Het geeft een extra
dimensie aan het geheel. De kijkers zien verschillende coachstijlen en –methoden (waarom hebben onze tafeltenniscoaches geen
bord om zaken visueel te maken, net als basketballridder Ton Boot en zijn collega’s) en kunnen vervolgens beoordelen of de
woorden en beelden op het veld ook zoden aan de dijk zetten.
Dat deed ik afgelopen zaterdag ook bij het aanschouwen van de handbalwedstrijd Tachos tegen E&O. De thuisploeg uit
Waalwijk zat bijna de hele wedstrijd aan de positieve kant van de score. Toen de Emmenaren dichterbij maar nog niet langszij
kwamen, nam Tachos coach Pjotr Konitz een time-out. De man zal ongetwijfeld veel verstand van handbal hebben maar zijn
coaching had dit keer een desastreuze uitwerking. “We verliezen de wedstrijd (ze stonden nog voor) in de aanval. Het kan op
dit niveau niet dat we vier aanvallen achter elkaar niet scoren. Dit moet anders”. Als je wijst op verliezen en niet scoren,
dan zet je de spelers nog meer in de denkstand. Ze horen alleen wat er niet moet gebeuren, maar daaraan heb je geen enkel
houvast, sterker nog het doet ze alleen maar twijfelen. Nog erger is dat ze geen aanwijzing mee kregen die hun aandacht wel
op de oplossing richtte. Als speler kun je het zelf door de spanning even niet meer weten, maar als de coach het dan ook niet
weet dan ben je zelfs in een thuiswedstrijd heel ver van huis. In de resterende speeltijd was dankzij de ene na de andere
break-out de score 9-2 voor Emmen en omstreken, de Waalwijkers lieten de ene na de andere bal klunzig als een te hete kroket
uit hun handen vallen en verlengden hun record tot een tijdsbestek van 10 minuten waarin ze het doel niet wisten te treffen.
Ik realiseer me nu dat ik de coaching bij voetbalwedstrijden ook graag live zou willen meekrijgen. Tegelijk weet ik dat
ze daar geen toestemming voor zullen geven, die laten niet in hun keuken kijken als het recept wordt voorgedragen, de
televisie komt toch wel. Media-aandacht en sponsoren genoeg ook al dreigen zelfs de samenvattingen van veel clubs saai te
worden. Jan Vlieg vergeleek de covering van een tafeltennispartij eens met die van het voetballen. Hoe interessant zou het
zijn als in de voetbalsamenvatting in navolging tot de reportages over tafeltennis alleen de ingooiballen, de corners en het
laatste fluitsignaal worden uitgezonden. Soms zie ik de meetikkende klok vijfentwintig minuten verspringen en komt er een
onschadelijk aanvalletje. Is dat alles wat er in de tussentijd is gebeurd?
Nee, neem dan de teksten van een aantal topcoaches in zaalsporten. Ik heb o.a. de volleybal-coaches Peter Blangé en
Avital Selinger hoog zitten, elk woord snijdt hout. Ze hebben de praktijk op internationaal topniveau in de vingers en zijn
groot en goed geworden in samenwerking met en dankzij de kennis en kunde van goeroes als Arie Selinger, Joop Alberda en Toon
Gerbrands. Dan heb je een perfecte leerlijn. Dankzij Peter Blangé kan ik Ewold ook uitleggen dat zijn percentagetheorie niet
altijd op hoeft te gaan. De ene ploeg mag op zaterdag wel dik gewonnen hebben, maar als de andere ploeg een dag later veel
meer risico in zijn spel legt en een paar cruciale ballen vallen net goed (of verkeerd) dan kan er mentaal iets veranderen in
de hoofden van de spelers en kun je een ander wedstrijdbeeld en –verloop verwachten. Cheyenne won tijdens de Top 12 toch ook
van iemand waar ze in de competitie en een paar uur eerder nog van had verloren.
De NOS Finalemaand laat ook zien dat kleine plaatsen door sport een grote uitstraling kunnen krijgen. Landstitels gingen
nu naar Kwintsheul en Nijeveen. Waar Nijeveen ligt? In de achtertuin van huize Zimmerman te Meppel bevindt zich een
korfbalgek dorp. Elke competitiewedstrijd een bomvolle sporthal met meer dan duizend enthousiaste bezoekers. We moeten er
alles aan doen om in Harkstede een vergelijkbare situatie te krijgen. TTV Tabak Bouwmaterialen heeft, als het om de
ingrediënten gaat, de potentie om op termijn uit te groeien tot een Dos ’46 van de tafeltennissport. Ik droom er wel eens van
dat we voor de derde keer in een landelijke seniorenfinale staan. Vanzelfsprekend is de NOS present om live verslag te doen
in De Finalemaand. Harkstede is uitgelopen om mee te genieten van de kunsten van hun favorieten (een mix van ervaring en
talent), buiten staat Jo van Dam tevreden op de oprit van zijn boerderij om gade te slaan hoe de mensen vrolijk uitgedost en
met spandoeken in de hand als een schaats- of korfbalpubliek rond zijn Tafeltenniscentrum in rijen in de richting van de
ingang schuifelen. Binnen spreekt Anne zijn team nog een paar bemoedigende woorden toe, staat broer en tafeltennisicoon Jan
met raad en daad Joep Schreuder bij en geeft Joep straks het woord aan Klaas Jan Bos, die door de NOS als
tafeltennisverslaggever is aangetrokken. Klaas Jan kent als ex-Argus-speler de weg in Harkstede. Dat doen de bondscoaches
Danny Heister en Li Jao inmiddels ook. Een blik op het ereterras leert dat dit keer Danny de patat moet halen. In navolging
tot het duo Marco van Basten en John van ’t Schip, hebben ze afgesproken dat degene die als eerste over patat begint ook moet
halen en betalen. Leuke dromen leiden tot gemotiveerd handelen, durf je met me mee te dromen en te handelen!
Bennie Douwes.
Wittemans effectservice
Ik ben sinds kort een groot fan van anchorman Paul Witteman. Op muziekgebied bleek de Buitenhof-presentator een ideale
geestelijke reisgenoot tijdens de buitenlandse trip die ik vorige maand maakte.
Ik volg Wittemans media-activiteiten toch al met belangstelling. Een mengsel van afgunst en bewondering doortrekt me als
ik hem op televisie met onschuldig-blauwe ogen de geraffineerdste strikvragen zie stellen. Bovendien weet ik toevallig dat
Paul in zijn studententijd fanatiek tafeltenniste. Men beweert dat hij zich vrij arrogant en onsportief gedroeg, maar dat
blijft onder ons.
Neem weinig bagage mee als u op reis gaat, "travel lightly", luidt het Engelse advies. Ik duwde dus twee T-shirts, twee
Cardin-jeans, sokken, een Arrow-overhemd, vier verschoningen, tandenborstel, scheerapparaat, nachtgewaad, discman en een stuk
of tien schijfjes in mijn reistas, waaronder de cd Wittemans Muziekkeus, alsmede het bijbehorende "In hoger sferen", waarin
de beeldbuiscoryfee tekst en uitleg geeft, puttend uit zijn rijke ervaring. Van boek noch klassieke cd heb ik spijt gekregen,
want weet u wat het toppunt is van naargeestigheid? Moederziel alleen op een hotelkamer je niet helemaal kits voelen en zo
dicht mogelijk bij de wc verblijven. Koptelefoon op en onder de dekens onderging ik evenwel de heilzame werking van het
luisteren naar Pauls selectie van de juweeltjes van schoonheid die de muziek te bieden heeft.
Opbeurend was het parallel lezen van zijn toelichtende stukjes en verrassend vond ik zijn bespreking van een optreden van
Esther Apituley, altvioliste. Witteman vertelt hoe hij Esther aanvankelijk in een andere setting had leren kennen, op een
tafeltennistoernooi voor omroepmedewerkers. Omdat hij in dezelfde poule was ingedeeld, speelde hij een heuse wedstrijd tegen
"de beste altvioliste van Nederland, een prachtige Molukse", aldus Paul. Maar het zal al Wittemans voormalige
competitietegenstanders deugd doen ook te lezen dat de Bekende Nederlander nu opbiecht dat hij zich bedient van een
oneerlijke effectservice. Hij geeft toe dat hij een onsportief tafeltennisser is, zelfs als hij speelt tegen een bloedmooie
vrouw...
Iedere tafeltennisser heeft recht op minstens een jeugdzonde, vind ik. Des te meer, als het achteraf een probaat recept
tegen buikgriep is. Wat mij betreft schenken we Paul de absolutie, een vergiffenis-privilege voor de prominente pingponger
van roomsen huize.
Ton Mantoua
Peter Hanning is de komende vier keer onze gastcolumnist. Gezien zijn inmiddels al rijke ervaring als bestuurder van o.a.
de vereniging Tornado uit Ten Boer, de afdeling Groningen en Noord en als huidige voorzitter van onze club, is het ook niet
verwonderlijk dat zijn columns zullen gaan over clubbestuurders.
07-03-06
Adverteren kost geld, nou en?
Zaterdagochtend. Het Dagblad van het Noorden sla ik open. Na het wereldnieuws en het politieke debat door de landelijke kopstukken in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen lees ik vluchtig door. Net als de andere delen van de krant overigens. Het is meer koppen lezen, dan echt inhoudelijk de berichten lezen. Mijn oog valt op een tekst dat wel eens terugkeert op de advertentiepagina's: adverteren kost geld, niet adverteren kost meer. Op dat moment vroeg ik me af of ik deze leus niet groot op een spandoek moest zetten, om deze vervolgens te tonen bij de ingang van de komende algemene ledenvergadering. Want het is wel iets om over na te denken, zeker door ons verenigingbestuurders.
Clubbestuurders passen op de huishouding. Vooral geen gekke dingen doen. Maar je moet wel eens wat durven ondernemen, nietwaar?! Bedrijven geven ook geld uit om hun producten en diensten te verkopen. Ja, ze geven daar veel geld voor uit. Reclame maken moet! Vaak wordt er ook gezegd dat het eigenlijk wel voor de helft zou kunnen, alleen weten ze niet welke helft. In het tafeltenniswereldje houden we dus onze portefeuille gesloten en het liefst achter slot en grendel verborgen. Want stel dat je als verenigingsbestuurder op je bek gaat, om het maar eens plat te zeggen. Zelfs ook al hebben we een grote reserve achter de hand, dan zijn we heel behoudend. Lekker oppotten! Nee, durf eens te investeren in het verkopen van onze sport, dames en heren bestuurders!
Natuurlijk hebben sommige verenigingen het moeilijk, moeten de touwtjes aan elkaar geknoopt worden. Maar niemand lijkt het besef te hebben dat we de vaste lasten met steeds minder mensen dragen. Daar kunnen we echt verandering in aanbrengen! Ook kleine verenigingen moeten eens initiatieven nemen, en niet zeuren. Met onder meer de hulp van onze afdeling moeten ledenwervingsacties van de grond kunnen komen. Daar is geld genoeg voor. Kijk nog maar eens goed op de balans dames en heren. Het is echt onvoorstelbaar dat er geen enkel verzoek voor een bijdrage is gedaan aan het afdelingsbestuur. Kom eens op voor uzelf! Een begroting hoeft niet altijd sluitend te zijn! Een tekort op de begroting, betekent dat we wat interen op spaarcentjes, nou en?
Ik leg de krant maar eventjes aan de kant, want ik wil op tijd van huis om toch nog op tijd in Eindhoven te zijn die dag. Wat gaat hij daar nou weer doen? De Nederlandse Kampioenschappen werden daar gespeeld. Ik neem het u niet kwalijk hoor, maar wat zou het mooi geweest zijn als er vanuit elke windstreek van Nederland een bus vol liefhebbers naar Eindhoven was vertrokken. Nu stond ik om pakweg een uur of twaalf in de ontvangsthal, met het uitzicht op een zaal vol tafeltennistafels waar toekomstige toppers en ook “toekomstige-spelers-van-het-kaliber-Hanning” werden voorzien van een training door de bondstrainers. Zij dropen na de training af en hadden nauwelijks oog voor hun eigenlijke voorbeelden aan de andere kant van het zwarte gordijn. Daar werd het NK gespeeld. De zes centrecourts verzuipen in de enorm grote hal. Supporters (of zijn het vooral begeleiders en pauzerende spelers?) zijn er wel, maar ook zij kunnen niet voorkomen dat het al met al een lege sfeerloze zooi is. Ik zie mogelijkheden. Dit is veel leuker in De Borgstee… Over verkopen van je sport gesproken…
We hebben dus best wat in huis. De verenigingen, de afdelingen en de landelijke bond evenzeer. Maar wanneer gaan we dat nou eens verkopen? Het begint met ideetjes… en dan vervolgens gewoon doen. Ik denk dat ik mijn collega bestuursleden maar eens moet polsen of we als vereniging de organisatie van het Nederlands Kampioenschap niet moeten gaan binnenhalen. Wat een mooie mogelijkheid om de club te promoten. Dat biedt kansen! Misschien – of beter: ongetwijfeld – zullen ze me wel met beide benen op de grond terug zetten en min of meer terugfluiten. Dat mag. Maar het promoten van de club en de tafeltennissport staat dan in ieder geval op de agenda van het bestuur. Ik hoop dan ook dat bestuursleden van de andere verenigingen hetzelfde initiatief nemen. Ja, inderdaad: het NK binnenslepen! En ach, dan mogen zij best de Nederlandse Kampioenschappen gaan organiseren.
Het kost geld, maar dan heb je ook wat! En als je niets doet, blijft er uiteindelijk ook heel weinig over…
22-02-06
De boegbeelden moeten gaan staken
Wat een mooi wereldje dat tafeltennis. Heerlijke discussies kun je voeren. En natuurlijk gaat het vaak over de tafeltennissport, over talentontwikkeling, over resultaat, over randvoorwaarden. Is er een rode draad te herkennen in al deze discussies? Jazeker! Het verkopen van de sport. We zijn het met elkaar eens, daar gaat het vaak fout. Jammer, want daar begint het mee….
Kijkend naar verenigingen om ons heen, dan zien we clubs die afhankelijk zijn van hun boegbeeld. Niet meer weg te denken zijn ze. U kent ze vast allemaal. Het alom bekende boegbeeld doet alles en regelt heel veel. Waar zouden we zijn zonder hen? Die vraag is door henzelf al heel vaak beantwoord, alleen ze doen er zo weinig mee. De vraag is zeker niet beantwoord door de anderen, anders waren deze boegbeelden geen boegbeelden meer. Die anderen kijken maar toe, want het gaat lekker toch zo…we houden de boel toch mooi draaiende…?
Paar weken geleden was ik bij een sponsorbijeenkomst in de afdeling Oost. Opvallend dat veel verenigingen blijkbaar tevreden zijn met hun status als tweede of derde sport. In ‘Noord’ is het al niet anders. Hun leden zijn vooral lid van de voetbalvereniging, van de tennisvereniging en als het uitkomt ook nog eens van de tafeltennisvereniging. En dus mogen we niet te duur zijn, sterker nog: we moeten eigenlijk nog goedkoper zijn dan ze al zijn… Onzin! Durf je sport te verkopen, of kunnen we de competitie niet aan met die andere sporten. Zeker wel! Maar ja, het gaat lekker toch zo.. we houden de boel toch mooi draaiende…?
Vacatures op afdelingsniveau en op landelijk niveau zijn nog steeds een probleem. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar ons huidige afdelingsbestuur. Regelmatig wordt er aandacht voor gevraagd door het bestuur. En de meeste sportbestuurders kijken achteroverleunend toe. Af en toe maken ze zich druk over het verloop van de competitie, want is in hun ogen het enige dat telt (en vooral dus niets daaraan wijzigen).. de kurk waar alles op drijft… Nee, waarom zouden we de helpende hand moeten uitsteken, want het gaat toch lekker zo… we houden de boel toch mooi draaiende…?
De boegbeelden moeten gaan staken. Misschien gaat er dan eens iemand opstaat die het besef krijgt dat we onze sport moeten gaan verkopen. En kwaliteit mag best wat kosten! En met meerdere handen wordt het opeens makkelijker om er wat van te maken. Wedden dat de verenigingen opbloeien? Een bloeiende vereniging, daar wil je graag bijhoren… En dan kruipen we met elkaar uit die benarde positie waarin we ons als ‘dat zogenaamde mooie wereldje’ bevinden. En dan maken we weer plannen, willen we het eindelijk met elkaar doen, het besef dat het besturen van de afdeling meer is dan alleen een competitie is terug. Het kan! Bijna te mooi om waar te zijn…
Het is zo makkelijk, het is een kwestie van willen en durven opstaan. Het voortouw nemen. Het gewoon doen. En ja, af en toe ook keihard op je bek gaan. Maar ja, iedereen blijft zitten, want het gaat toch lekker zo… we houden de boel toch mooi draaiende…?
Tja… Lekker makkelijk.
Peter Hanning
15-02-06
Stemvee, nog één keertje dan!
Ik ben altijd een grote tegenstander geweest van het opheffen van het verplicht bijwonen van de algemene ledenvergadering van onze afdeling. Op dit moment is het zo dat alle verenigingen die niet aanwezig zijn een boete ontvangen. We willen daarmee bereiken dat het quorum – het aantal leden dat minstens vereist is om wettig een besluit te kunnen nemen – wordt bereikt. Ik weet niet of ik nog wel zo’n voorstander ben.
Het grote voordeel is natuurlijk ook dat er besluiten genomen worden die breed gedragen worden. Dat is een heerlijk gevoel voor de indiener van dat voorstel. Maar het gaat dan ook vaak om hele logische besluiten, hamerstukken worden ze in het jargon wel genoemd. Maar oh wee als het gaat om veranderingen (noodzakelijke veranderingen om onze sport verder te kunnen ontwikkelen aan de eisen van deze tijd), dan veranderen de meeste jaknikkers in krachtige touwtrekkers die zich verenigen om het touw vast te houden en nooit meer los te laten. De kisten uit de vroegere dienstplichtperiode worden uit de kast gehaald en de hakken worden in het zand gezet. Want veranderen van iets dat we al jaren doen, ja dat kan toch zomaar niet...?
Ik overweeg een voorstel in te dienen om het verplicht bijwonen van een vergadering gewoon maar af te schaffen. Misschien is dat wel een noodzakelijk verandering waar ik het zojuist over had. Het lijkt een hamerstuk en tegelijkertijd een wezenlijke en noodzakelijke verandering. Makkelijker kan het niet, zou je zeggen. Was het maar waar! Als ik mijn ogen even sluit dan zie ik de mensen die normaal gesproken de rol vertolken van het stemvee (jaknikken of hakken in het zand) opeens onwennig op hun stoelen schuifelen. Ze moeten opeens nadenken. En nog wel over zichzelf. Er zijn twee mogelijkheden.
Ze stemmen voor het voorstel en dat betekent dat ze een volgende keer mogen, maar niet hoeven op te draven. Dan is de boete die opgelegd wordt niet meer hun drijfveer om de vergadering te gaan bezoeken. Ik heb de overtuiging dat een groot deel van het stemvee dan thuis zal blijven en daarmee lijkt de rol van deze groep uitgespeeld. Immers de aanwezige verenigingen – en dat zullen met name de actieve verenigingen zijn – krijgen het dan voor het zeggen. Of ze stemmen tegen. Wat dan? Dan bewijzen ze de tafeltennissport een slechte dienst en laten ze zien dat ze inderdaad de veranderingen blijven barricaderen. Het niet willen veranderen zit nou eenmaal in de aard van dat beessie.
Ze zullen wel tegen stemmen. Daar lijkt nauwelijks twijfel over te bestaan. Ik kan een gokje wagen door het voorstel gewoon in te dienen. Wonderen, misschien bestaan ze toch? spookt het door mijn hoofd. Ik kan ook op mijn gevoel afgaan en er vanuit gaan dat het gaat zoals het altijd gaat: zeuren over details, alleen maar conservatief gedoe... al is dat misschien zelfs te positief uitgedrukt. De ja-maar-cultuur, heb ik daar nog wel zin in? Nee, eigenlijk niet.
Maar tegelijkertijd weet ik ook dat we het met elkaar moeten doen. We hebben alle verenigingen nodig om het tij te keren. Maar waar hebben we ze dan bij nodig… we hebben ze nodig bij de uitvoering. De algemene ledenvergadering bepaalt in nauwe samenspraak met het goedwillende bestuur van de afdeling het beleid en de uitvoering is mede de verantwoordelijkheid van de verenigingsbestuurders. Of ze het doen weet ik niet, daar mag u zelf een oordeel over vellen. Oordeel hard en rechtvaardig!
Ik ben eruit: de afschaffing van de boete bij het niet opkomen gaat het winnen van het jaknikken en hakken-in-het-zand-gedrag. Het voorstel moet er komen. Bij het besluiten over veranderingen hebben we ze niet meer nodig. Nou ja, nog één keertje dan...
Peter Hanning
08-02-06
Open brief aan collega verenigingbestuurders
Geef kleur aan uw grijze leden!
Beste mensen, beste collega-bestuurders,
Natuurlijk, net als u heb ik ook even mijn wenkbrauwen gefronst toen ik las dat de voorzitter van de Nederlandse Tafeltennisbond had geroepen dat we met elkaar hard moeten werken om weer terug te komen op een ledenaantal van 50.000. Hoe moeten we dat in vredesnaam doen? Dat lukt toch nooit!
Maar toen ik mijn negatieve benadering overboord had gegooid begon de zon te schijnen aan de horizon. We beoefenen met elkaar een sport die altijd én overal én door iedereen gespeeld kan worden. Als olympische sportbond hebben we bovendien de mogelijkheden om bijvoorbeeld technisch kader op te leiden, een goede competitie aan te kunnen bieden en zelfs toernooien in allerlei vormen te organiseren. Als we om ons heen kijken hebben we bovendien voldoende kaderleden om er iets van te maken. Ja, het komt wel goed. Tenminste, als we met elkaar de schouders eronder zetten.
Opeens te optimistisch, tja… ik hoor het u denken, toch? We kunnen het ons heel wat makkelijker maken. Grijze leden. Maar wat zijn eigenlijk grijze leden? Nee, niet doelend op de grijze haren en kalende koppies…. Grijze leden zijn leden die wel lid zijn van de vereniging maar door de vereniging niet worden opgegeven bij de overkoepelende sportbond. De basiscontributie van de afdeling en de NTTB is voor verenigingen niet meer of minder dan een doorgeeffunctie. Met andere woorden: de vereniging hoeft alleen maar een bedrag te innen bij dit grijze lid en dit vervolgens weer af te dragen aan de NTTB. Nogmaals, niet meer en niet minder. Hoewel, sommige verenigingsbestuurders hebben het lef om wel de bondscontributie te innen van de grijze leden, maar vervolgens niet af te dragen aan de NTTB. Diefstal. Verdere woorden zijn overbodig.
De eerste ledenwinst hebben we te pakken. Door inderdaad die grijze leden gewoon eens aan te melden als basislid van de Nederlandse Tafeltennisbond. Ik schat dat we er dan 10.000 bij hebben in 2006. Dus geef ze op! En ga jij me nu maar eens vertellen waarom? Dat denkt u nu toch? Ik ga het u proberen uit te leggen… U heeft zich als vereniging aangesloten bij de NTTB. Daarmee conformeert u zich aan de spelregels die we met elkaar hebben afgesproken. Bovendien maakt u als vereniging gebruik van een of meerdere diensten en producten van de NTTB of van onze afdeling. Met elkaar hebben we de lusten, dan is het toch ook heel normaal dat we met elkaar ook de lasten dragen? Het getuigt overigens van weinig loyaliteit ten opzichte van uw mede-verenigingsbestuurders en de kaderleden die op afdelingsniveau hun beste beentje voor zetten als u grijze leden heeft. Kortom, geef kleur aan uw grijze leden!
Het is heel simpel en slechts een eenmalige actie. U geeft uw grijze leden vanaf nu op bij de NTTB en dat kan tegenwoordig heel eenvoudig via het nieuwe administratiesysteem van onze bond. Het heeft even geduurd, maar het is er! U brengt bij de volgende contributienota het basisbedrag in rekening. En wat moet ik dan zeggen tegen een dergelijk lid als ie begint te roepen…? Pfff…tja…eh… nou nog een keertje dan:
| • | Loyaliteit van de (leden van) sportvereniging onderling |
| • | U sport binnen een vereniging die het product tafeltennis mede kan aanbieden dankzij faciliteiten van de NTTB en haar afdelingcommissies. |
| • | U bent dan (aanvullend) verzekerd tijdens de sportwedstrijden. |
| • | We houden ons aan de regels die we hebben afgesproken. Heeft dat niet ook te maken met de normen en waarden van Jan-Peter?! Af en toe ben ik het van harte met ‘m eens. |
| • | Met een beetje goede wil kunt u zelf ook een aantal argumenten noemen. |
Met uw overredingskracht en uw enthousiasme, maar vooral ook door de sfeer binnen uw club, mag het geen probleem om met een handvol argumenten uw bestaande lid te overtuigen? Of laat u de grijze leden er maar een beetje hangen… Is er eigenlijk wel sprake van overtuigen, of gaat u het gewoon doen?!
Geef ze op! En u hoeft het maar één keer te doen!
Hoezo, weer een vraag die in uw hoofd voor het nodige gekraak zorgt. Welnu. Een voorbeeld. U hanteert een contributie van Euro 107,50 exclusief de afdrachten aan de NTTB en uw afdeling voor een basislid van de vereniging. Iemand wil lid worden van de vereniging. Hij of zij heeft al een paar keer meegespeeld en is enthousiast. Hij vraagt om een informatiefolder en de hoogte van de contributie. U vertelt hem dat hij gebruik kan maken van de trainingen van de vereniging en op jaarbasis betaalt hij pak-m-beet Euro 121,00. Dit bedrag noemt u in één keer. U kunt hem op dat moment ongetwijfeld overtuigen dat hij lid moet worden van de club. Indien hij op dat moment vraagt om een specificatie kunt u dat haarfijn uitleggen. Uw vereniging is dat toch waard! Of niet soms?!
En als u dat kunt, hoeven we nooit meer zo’n onzinnige brief als deze op te stellen en te lezen. Dan kunnen we met steeds meer leden steeds meer leden gaan werven. En genieten van alles wat onze tafeltennissport zo leuk maakt, nietwaar?
Zo, en dan nu aan het werk. Op weg naar de 50.000!
Met vriendelijke groet,
Peter Hanning
De grap van Ab
Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen. De stoel heeft in huize Douwes de afgelopen weken pal voor de kijkbuis gestaan.
Om de eerste wet van de bekende 21ste eeuwse tafeltennisfilosoof Hamminga aan te halen, sport boeit ongeacht het niveau
altijd, als er maar sprake is van spanning, inzet en emotie. De Olympische Winterspelen van 2006 hadden die ingrediënten
volop in zich. Achter elke favoriet of outsider zat wel een bijzonder verhaal, een motief of een revanchegedachte. Bij de één
maakte dat bijzondere krachten los, de ander zakte juist figuurlijk door het ijs. Als met die achtergronden de beste
wintersporters ter wereld samenkomen om op de vierkante decimeter van de Oval Lingotto te strijden om enkele honderdsten van
een tel voorsprong, dan wil je wel even op je stoel blijven zitten. Extase en ontreddering liggen soms heel dicht bij elkaar.
Turijn werd voor ons uiteindelijk het mondiale feestje van de ijskoninginnen Marianne en Ireen, koning Bob en toch ook wel
van de kroonprinsen Sven en Willem Alexander.
Ik raakte echter nog meer gefascineerd door heel iets anders. Deze column gaat dan ook over Ab, Renate en de wisseltruc.
Het leek ons op het lijf geschreven, de ploegenachtervolging. Schaatsen is immers in ons koude kikkerlandje een wereldsport
en in het buitenland vooral een Nederlandse sport. Waar anders is de sponsoring, de media-aandacht, de dichtheid van de
kunstijsbanen en de schaatscultuur zo groot? In de breedte waanden we ons superieur en leken twee medailles ons - door de
beslissing van het IOC om de ploegenachtervolging tot een olympische discipline te promoveren - te worden toegeworpen. Alleen
voor de kleur moest nog worden gereden. Dat moet de verantwoordelijk bondscoach ook gedacht hebben, toen de gekozen strategie
aan zijn brein ontsproot.
Laat ik het meteen voorop stellen, hij lijkt mij een zeer aimabele, bevlogen en overijverige man. Ik heb het over
schaatsprofessor Ab Krook, de man die de regeltjes kent, de uitzonderingen daarop tot wetenschap heeft verheven, zonodig met
de officials in discussie gaat en bovenal de organisatorische regelneef en Kofi Anan is van alles wat op de langebaan voor de
KNSB uitkomt. Als ik hem zo op het middenterrein gadesla, word ik altijd een beetje zenuwachtig van Ab. Die nervositeit neemt
toe als ik zijn teksten tot mij laat doordringen. Het is alsof zijn bevlogenheid een vliegwiel in gang heeft gezet, die elk
relativeringsvermogen heeft weggenomen. Hij lijkt mij een zeer adequate organisator voor achter de schermen, maar men had
bedacht dat hij in zijn laatste jaar als topsportcoördinator voor de KNSB de ploegenachtervolging voor ons land tot een
succes moest maken.
Zeker de Hollandse heren waren favoriet, maar in de halve finale kwam de Italiaanse trein wel heel angstvallig dichtbij,
boekte al een paar ronden de betere splittijden, en was een versnelling van de Nederlandse ploeg nodig om de op drift geraakte
Azzurri te pareren. Tja, bij schaatsen hoort ook vallen. Overconcentratie bestaat niet, de aandacht ontglipt onder de grootste
druk op het allesbeslissende moment net een tikkeltje naar iets waar het niet heen moet. Mij zul je over de valpartij van
Sven Kramer in de halve finale geen kwaad woord horen zeggen. Wel was ik verbaasd over de uitspraak van Krook dat de
Nederlandse herenploeg toch gewoon de beste was. Net alsof de Italianen de oranjemannen niet onder grote druk plaatsten en
Fabris en Anesi juist excelleerden door hun formidabele slotronden. Ik vind het te weinig eer en respect voor de geweldige
prestatie die de Italianen in hun eigen Turijn leverden.
Bonter maakte onze Ab het bij de dames. Het leek zo slim om in de plaatsingsronde twee sterke rijdsters te sparen, omdat
het in de kwartfinales zou moeten gebeuren. Maar hoe pakt de opstelling uit? Een coach in de Europa Cup tafeltennis staat
voor een soortgelijk dilemma. Ik had altijd maar één motto, als je denkt dat je ploeg kwaliteit heeft, laat je bij het maken
van de opstelling dan alleen door middel van logica leiden. Als je gaat gokken, terwijl de tegenstander ook kan gaan gokken,
dan kun je net zo goed poker gaan spelen in plaats van gaan tafeltennissen of schaatsen. Krook vindt terecht dat de Nederlandse
dames kwaliteit hebben, ga dan geen poker spelen met de opstelling! Ab was zichtbaar aangedaan toen hij door kreeg dat de
Nederlandse meiden in de kwartfinales op de favoriete Duitse troeven zouden stuiten. We kregen voor de kijkbuis een koddig
beeld te zien waarop hij op het middenterrein chaotisch met twee mobiele telefoons tegelijk aan het bellen was. Alsof Mr.
Bean himself plotseling de Oval Lingotto binnen was geslopen. De ene tv-commentator meldde gewichtig dat Ab wetenschappers
van de Vrije Universiteit van Amsterdam aan de lijn had, die aan de buis gekluisterd eventueel nog een advies hadden, zijn
collega had meer gevoel voor humor en suggereerde quasi serieus dat Krook met zichzelf aan het bellen was. Hoe het ook mag
zijn, een paniekerig ogende coach is één van de slechtste dingen die een sporter kan overkomen.
Voor mij was de opstellingsfout van Ab Krook van eenzelfde kaliber als de Arjen Robben wissel die Dick Advocaat op het
laatste EK tegen Tsjechië pleegde. Waar de vaderlandse pers en analytici over de kleine generaal vielen als waren de dijken
doorgebroken, zo stil was het rondom de merkwaardige rol van Krook. Hij die nota bene gewaarschuwd door zijn meest ervaren
rijdster – Renate Groenewold – toch Monique Kleinsman opstelde, terwijl half Nederland zag dat Kleinsman het die dagen niet
had. Mart Smeets probeerde een dag later in Studio Sportwinter nog even te prikken, maar de schaatsprofessor gaf zo’n
verwarrend en ontwijkend antwoord, dat zelfs de meest ervaren sportpresentator er geen chocola van kon maken. Krook had het
er over “dat we hier over vijftien jaar blij mee zullen zijn”. Duurt het zo lang voordat hij van een fout leert of zijn we
over vijftien jaar als schaatsland al blij met een zesde plaats? Niemand kon er een touw aan vastknopen. Lang leve de
foutenmakers! Een welgemeend advies voor de opvolger van Ab, ga niet pokeren, zorg er voor dat je beste rijd(st)ers in de
plaatsingsronde één van de scherpste tijden neerzetten. De echte concurrenten zullen toch nooit zo gokken dat ze zich als
zevende of achtste plaatsen. Vervolgens heb je in de kwartfinale normaliter altijd over. Het hoeft toch geen vijftien jaar
te duren om dit te begrijpen.
Voor de Nederlandse ploeg duurden de Olympische Winterspelen net een dag te lang. Alom werd de onderlinge sfeer geroemd,
totdat op het laatste moment toch nog twee gele kaarten getrokken moesten worden. De eerste is voor chef d’ equipe Eddy
Verheijen, die al dan niet off the record, stelde dat bobpionier Arend Glas niet kan sturen en beter vervangen zou kunnen
worden door Rintje Ritsma. Hoewel hij inhoudelijk wellicht de spijker op de kop slaat, lijkt mij dit nu typisch een uitspraak
van de verkeerde man, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. En was het niet de werkgever van Verheijen, NOC*NSF,
die Arend Glas had genomineerd. Ach, aan het eind van zo’n evenement heffen de bobo’s het glas, en vaak een keer of wat te
veel, en dan komen er uitspraken die ongepast zijn. Glas zal op de terugreis wel achter in de trein hebben gezeten, de chef
d’ equipe zag in hem in ieder geval niet de Bob die iedereen weer veilig naar huis kon sturen.
De tweede gele kaart is voor Ingrid Paul, die na het goud van de echte Bob te veel zelfvertrouwen kreeg. Hoe durf je na
al die afgesproken selectieprocedures suggestief aan Gerard Kemkers te vragen of Renate Groenewold wel fit genoeg is de 5.000
meter te rijden. Alsof daar geen eigen belang achter schuil ging. Ja, het is een sneu seizoen geweest voor Gretha Smit, maar
als trainer dien je in de sport ook grote pech als een volwassen mens te benaderen en niet in te breken op de voorbereiding
van een andere trainer en sporter. Gelukkig is Ab goed achter de schermen en werd het brandje voor de buitenwacht geblust,
maar echt lekker zal het niet zitten.
Renate Groenewold, die nota bene zilver won op de 3.000 meter en daar niet zo blij mee was als menigeen had gedacht. Voor
velen onbegrijpelijk, maar in het hoofd van een topsporter werkt het zo. Bij het stellen van doelen voor een nieuwe olympische
cyclus leg je het accent op uitdaging. Met andere woorden wat is het motief of de beweegreden om in de voorbereiding vier
jaar lang het allerbeste uit jezelf te halen. Met het zilver van Salt Lake City op zak kan de uitdaging vervolgens alleen
maar goud zijn, alle favorietenrollen voor en records van Anni Friesinger en Cindy Klassen ten spijt. Wanneer je dit tweetal
dan op het moment suprème klopt en je eigen maatje, slaapie voor winterse dagen, duikt er vervolgens nog net onderdoor, mag
je dan na al die inspanningen in eerste instantie vooral balen? Gelukkig waren de vrolijk tintelende ogen ’s avonds in Studio
Sportwinter al even terug. Een opmerkzame lezer heeft al lang ontdekt dat de naam van Renate in de eerste alinea van deze
column ontbreekt. Ze ziet haar zelf deze Spelen niet als kroonprinses, dus is het niet aan mij om haar zo te betitelen. En
wat zei Renate na de grap van Ab: “we moeten nog veel leren”. Ik denk dat Renate niet meer zo veel hoeft te leren, het wordt
tijd dat we haar voor gaan dragen voor de Nobelprijs voor Nuchterheid en Realiteitszin.
Bennie Douwes.
Niet alleen in het schaatsen,maar in de hele marketingstrategie van bedrijven heeft sportsponsoring een enorme toevlucht genomen. Denk maar aan het schaatsen, voetbal en zelfs het darten. Waar sportsponsoring vroeger gebeurde uit oogpunt van goodwill heeft er een verschuiving plaats gevonden naar professionele (sport)sponsoring. Uit onderzoek is gebleken dat het relatief goedkoper is dan traditionele advertenties en het past in het beeld dat bedrijven steeds meer hun maatschappelijke betrokkenheid willen tonen. Sportclubs krijgen daardoor echter wel geduchte concurrentie van cultuur en maatschappelijk betrokken instellingen die meer en meer gebruikt worden als sponsorobjecten in de marketingstrategie van bedrijven. De laatste trend op het gebied van sportsponsoring is de associatieve sponsoring. Sponsoring moet geloofwaardig zijn in de ogen van de consument. Een voorbeeld hoe het niet moet? De Keurslager die op dit moment optreedt als sponsor van turnster Verona van der Leur. Als consument wil je wel weten wat voor vlees je in de kuip hebt. De elegantie van Verona associeer ik nu niet direct met een kilo speklappen.
Terug naar de sport zelf. Vandaag het bericht dat Furst Manderveld de Chinese Nederlandse speelster Li Jao heeft aangetrokken. Wie de uitslagen in de eredivisie de laatste jaren heeft gevolgd weet dat deze competitie nauwelijks meer geloofwaardig is. De sterke teams spelen met zoveel Chinezen dat de uitslagen van te voren vaststaan. Volgens coach Hans Lingen is de Nederlandse competitie dan ook bepaald. Iemand die een dergelijke uitspraak doet heeft duidelijk maar één doel voor ogen, eigen en europees succes en maalt er niet om het Nederlands damestafeltennis een dolksteek in de rug te geven.
Betekent dit het einde van de eredivisie dames? Waarschijnlijk niet, want sport blijft onvoorspelbaar en de winnaar van vandaag is de verliezer van morgen. Zoals het een kleine sport betaamt loopt deze zoals gewoonlijk weer ver achter de trends aan. Waar Furst zich bedient van louter buitenlandse spelers zien we in het voetbal een trend terug naar spelers van eigen nationaliteit. Ajax en Feijenoord wijzigen hun beleid en passen voornamelijk eigen jeugd of goede Nederlandse spelers in. Op deze manier zorg je voor de toekomst van je eigen club, het Nederlandse voetbal en houd je binding met de eigen achterban. Deze ontwikkelingen zouden ook ingezet moeten worden in het Nederlands tafeltennis door bijvoorbeeld de verplichting op te nemen minsten met één eigen opgeleide of bijvoorbeeld Nederlandse speler te moeten spelen. Op die manier verplicht je de clubs de jeugdopleiding niet te verwaarlozen en de toekomst van het Nederlandse tafeltennis te waarborgen.
Terug naar het schaatsen, waar men wel heeft begrepen dat de sport alleen kan bestaan bij voldoende concurrentie en een sponsor als DSB bijvoorbeeld investeert in buitenlandse schaatsers en schaatsbonden. Het is te hopen dat de clubs in het Nederlandse tafeltennis niet de fout maken om voor kortstondig succes te gaan, maar ook denken aan het algemene tafeltennis belang.
Ik kijk er naar uit om naar de prestaties te gaan kijken van de Nederlandse schaatsers, kan Gerard Kemkers Erben Wennemars op tijd op de rails krijgen om eindelijk zijn verdiende olympische succes te behalen? Zou Marianne het nog één keer kunnen flikken? Kan Sven Kramer de verwachtingen waarmaken? We zullen moeten afwachten, maar één ding is zeker en dat is dat de pionier van het commerciële schaatsen en de man met de meeste olympische medailles er niet meer bij zal zijn op de individuele nummers. Dat is toch even slikken……
Jaap Schuurman
Na Ton Mantoua had het bestuur Bennie Douwes bereid gevonden om vier weken achtereen een column voor de
website van TTV Tabak Bouwmaterialen te verzorgen. Bennie heeft noodgedwongen een tijd van afstand de club moeten
gadeslaan, maar is ons zeker niet uit het oog en hart verloren. Zijn columns gaan, hoe kan het ook anders, over sport,
tafeltennis en onze club en dikwijls met een knipoog naar mentale aspecten.
20-01-06
Help de NTTB ...
Het hoofdbestuur van onze bond heeft de lat op 50.000 leden in 2008 gelegd. Voor het goede begrip, de teller staat nu op ongeveer 36.000. De rekenkundigen onder ons becijferen een stijging van netto 14.000 leden oftewel meer dan 9 % per jaar. Ik zal het jullie alvast maar verklappen, het gaat het hoofdbestuur niet lukken. Het hoofdbestuur kan namelijk helemaal geen leden winnen, dat doen de vrijwilligers en trainers van de verenigingen. Wij dus.
Nu was ik van plan een nieuwe poging te doen om grappig te worden gevonden. Ooit kreeg Toon Hermans de lage landen aan zijn voeten door een gortdroge verhandeling over de gehaktbal. Ik wilde datzelfde proberen met de meest besproken bal in het reservaat van de celluloidtijgers: de mazzelbal. En om preciezer te zijn, de mazzelbal tegen, dat wel natuurlijk. Maar jullie raden het al, de mazzelbal komt deze week niet op tafel, die blijft nog even in de diepvries. Onze plicht roept.
Maar eerst nog even dit. Heb je ook naar het OKT gekeken en Sven Kramer op de 10 kilometer een halve ronde teveel zien rijden. Dat was pas klasse. Helemaal geen oog en oor voor het rondebord en de bel, laat staan voor dat mannetje met het rondetijdenbord. Eén en al in de staat van volledige concentratie, de aandacht volledig vastgezet op die dingen die hem het hardst doen schaatsen. Het gaat dus goed met de visie van Bobo’s Mental Business. Nu jullie nog in de voorjaarscompetitie. Welke Tabacco speelt in een echte cocon van concentratie gewoon door terwijl de teller al op 11 staat? Sven houdt ondertussen zijn rug goed in de gaten en gaat dan samen met Carl op jacht om die vermaledijde Sjaakie Polak op schaatsen van over de grote plas op het moment suprème een poepie te laten ruiken. Die jatte laatst opnieuw een wereldrecord. Er is maar één Sjaakie en die zet wekelijks de noppen van zijn voetbalschoenen in de klei van het Kasteel. Laat Hedrick dat goed begrijpen. Ik zal er bij zijn. In mijn huiskamer staat de stoel al op pole position voor de buis, klaar voor een shot vaderlandse trots. Het is gelukkig een draaistoel, want ik heb er nog niet alle vertrouwen in dat onze mannen en vrouwen in de strakke pakken in hun jacht naar olympische roem zullen slagen.
Tafeltennissend Nederland is ondertussen al druk bezig om de snelweg naar de 50.000 leden te plaveien, maar niet heus. Het vakblad Visie had een themanummer dat begrijpelijkerwijze ging over ... de organisatie van de topsport. Het maakt duidelijk wat we al wisten, de vakbroeders hollen doorgaans vele malen harder als ze talentontwikkeling of topsport ruiken, dan wanneer de plicht aan de basis roept. Op zich een belangrijke constatering, waar we straks ons voordeel mee gaan doen. Dat de topsport ook over de begroting in Zoetermeer regeert, was al langer bekend. Er gaat jaarlijks minimaal een bepaald percentage van de contributieopbrengsten naar toptafeltennis en talentontwikkeling. Ja, je leest het goed minimaal. Het gaat mij even niet om het feit dat, maar om de methodiek. Wanneer de meerjarenramingen van de NTTB tekorten laten zien, gaan de contributies omhoog en kan topsport ondanks de tekorten haar activiteiten uitbreiden. Ik zou graag de hand willen schudden van de topeconoom die dit heeft bedacht. Het vak management accounting heeft er een nieuwe dimensie bij gekregen: hoe stimuleer ik dat de boel uit de klauwen loopt. Want de leden zullen uiteindelijk de portemonnee moeten trekken.
Praten over topsport binnen de NTTB is als slagroom spuiten op een appeltaart die nog de oven in moet. De slagroom druipt weldra alle kanten op en we hebben een basis met de elasticiteit van een plumpudding. Ik heb het even nagekeken, de NTTB had eind 2005 over het gehele land precies 240 jeugdleden in de leeftijdscategorie 6 tot en met 9 jaar. Vier modale voetbalclubs hebben in die categorie samen al meer leden. Jawel, de elastische basis voor weer een nieuwe topsportlichting is geboren. Hoe dun wil je in de breedtesport zijn, of noemen we dit smaltesport.
Laten we eens een uitstapje maken naar een meer volwassen sportbond, die van de volleyballers. Hun voormalig bondscoach Toon Gerbrands vertelde mij ooit eens dat de twaalf spelers van het nationale team in de pauze tussen twee trainingen bij elkaar stonden en de kring rondkeken. Ze kwamen tot de ontdekking dat op Bas van der Goor na, niemand de vertegenwoordigende jeugdteams had doorlopen. Een ook voor deze mondiale toppers opvallende constatering. Aan laatbloeiers worden, zeker als het om doorzettingsvermogen gaat, vaak bijzondere mentale kwaliteiten toegedicht. Bij Dirkie Kuijt is het niet anders en ook onze Sven keek in zijn jeugdraces meer dan hem lief was tegen wegschaatsende achterwerken aan. Waar de topsport in andere takken op deze manier gedijt, schiet mij - na een inspanning met flink rammelende cellen onder het linker deel van mijn hersenpan - in tafeltennisland slechts de naam van Michel de Boer te binnen.
Er is zo blijkt uit Visie een grote roep om een centraal bepaalde visie op toptafeltennis. Dat is gewaagd en ook niet zo’n klein beetje ook. De meest succesvolle NTTB bondscoach aller tijden deed twintig jaar geleden al een goed onderbouwde aanzet daartoe, maar werd op aandrang van het trainerslegioen prompt verbannen naar Klazienaveen. Hoe zal het zijn om twintig jaar te vroeg te zijn geboren? Vraag het hem eens op maandagavond in Harkstede.
Vrijwel iedereen – en vooral ook de groep beleidsbepalers in Zoetermeer – zal het met de slotzin van mijn openingsalinea eens zijn. Investeer dan ook eens echt in de regio’s, zou ik ze willen influisteren. Zonder ovens blijft het immers slecht taarten bakken. Nu zullen ze meteen terugroepen, dat doen we toch al, we hebben onze accountmanagers. Elke zichzelf respecterende provincie heeft dankzij o.a. eerst de BSI- en nu de BOS-gelden echter al een regionaal netwerk dat ondersteuning biedt aan sportverenigingen. Daar hoeven we dus zeker niet de slag te missen, het gaat om de kwaliteit van het sportaanbod in de zaal. Daarin moet je als bond regionaal investeren.
Zoals onze zuiderburen zouden zeggen ‘een menneke met de oefenjas aan, de turnpantoffels om de voeten, het pallet in de hand en tuffend met een bakske met pingpongkogels op de achterbank door de regio’. Ja, zo’n Lambiek of nog liever zo’n Jerommeke. In de cultuurwereld heet zo iemand een intendant, een man of vrouw die door zijn of haar inhoudelijke inbreng plaatselijke initiatieven stimuleert, krachten mobiliseert en met voldoende vakmanschap bestuift. In mijn beleving is dat in elke afdeling zo veel mogelijk dezelfde trainer die ook verantwoordelijk is voor de talentontwikkeling en de topsport. De NTTB ziet er op toe dat hij of zij minimaal de helft van zijn betaalde uren functioneel inzet ten behoeve van de breedtesport. Spreek af dat van de opbrengst van elk nieuw lid eenderde centraal naar de NTTB gaat en tweederde naar de regio, dat laatste gelijkelijk te verdelen over topsport/talentontwikkeling en breedtesport. De vakbroeders gaan dan even hard hollen voor de breedtesport als voor de topsport. Je zult zien dat er een veel gezondere basis gaat ontstaan, juist ook voor de toekomstige topsport. Om maar een bescheiden variant op een slogan van een verantwoordelijk voetbaltrainer in Alkmaarse dienst te hanteren: “ben ik nu zo dom, of zijn zij zo slim”.
Geen van de deskundigen heeft ook maar enige fiducie in de capaciteiten van vereniging- en afdelingbestuurders. Vrijwel alles moet centraal worden bepaald. Hoe kan het dan dat ik in mijn omgeving legio capabele mensen aantref? Het antwoord is even eenvoudig als verrassend: capabele mensen gaan nu eenmaal geen taart bakken als er geen oven in de buurt staat. Wil je dat er in de regio’s iets gebeurt, dan moet je als NTTB eerst fundamenteel in de afdelingen investeren. Pas dan kan tafeltennis structureel een plaats krijgen in relevante regionale netwerken en haar creativiteit aanspreken om ook voor het bedrijfsleven een serieuze partner te worden. Ja, als je aan positiebepaling doet en een lange termijn visie hebt, hoort er het nodige te veranderen, desnoods tijdelijk ten koste van de topsport.
Een grote ledenwinst in drie jaar kan zeker. Per slot van rekening is golfen ook niets meer dan wandelen in combinatie met knikkeren met een stok. Of om dichter bij huis te blijven, TTV Tabak Bouwmaterialen haalde in het laatste half jaar een ledenwinst van 12 %. Maar ja, het bestuur doet ook aan positiebepaling, kent haar levenscyclus, durft fundamentele keuzes te maken, zorgt voor een integraal beleid, investeert echt in de breedtesport en ... heeft klasbakken zoals Edwin, Karin, Ton en al die anderen die geregeld hun steentje bijdragen aan allerlei ledenwervingprojecten. Help de NTTB dus appeltaarten bakken, anders wordt het ‘help de NTTB verzuipt ... maar helaas niet in het aantal leden’.
Sorry dat ik zo serieus ben. Er is geen ruimte meer voor de door mij beoogde verhandeling over de mazzelbal. Nou, eentje wil ik jullie niet onthouden. De afgelopen zomer liep ik langs de tennisbaan en zag iemand, die klaarblijkelijk een dorpsgenoot is, de behaarde grote broer van onze pingpongbal gruwelijk missen. Na een quasi verbaasde blik naar het gravel, klonk het enigszins brallerig uit zijn keel: “non de jus, een bad bounch, het is hier bij de baseline toch wel lichtelijk geaccidenteerd terrein”. Kijk, zo kun je een mazzelbal ook presenteren.
De weg van de NTTB naar de 50.000 leden zal ook over geaccidenteerd terrein gaan. Ze hebben in ieder geval flink wat mazzelballen nodig. Mazzelballen met slagroom, ... hoe zal dat smaken. Misschien aanstaande zaterdag even proberen bij de Hark Town Table Tennis Classics. Jij doet toch ook mee. Veel succes en ... de mazzel.
Bennie.
06-01-2006
Voer voor psychologen ...
Als Drent ben ik opgegroeid met de gedachte dat een brink een plaats midden in het dorp is. Aan zo’n brink bevindt zich steevast een plaatselijk café, waar de lokale bevolking vrijwel dagelijks samenkomt. In de dorpskroeg zijn nieuwtjes, humor, roddels en een enkele intrige aan de orde van de dag. De Noordelijke tafeltenniswereld heeft sinds kort ook zo’n café, een digitale wel te verstaan. Kroegbaas Gert heeft altijd wel iets actueels te melden en de celluloidtijgers verdringen zich om de tap om er een graantje van mee te pikken. Als fan ben ik ook dagelijks te gast op wat ik liefkozend de Brinkie-site noem.
Degenen die mijn drinkgedrag kennen, zullen het zich moeilijk voor kunnen stellen, maar vanuit de familie heb ik iets met dorpscafés. Oom Max was in de vijftiger en zestiger jaren de geestelijk vader, regisseur en vertolker van het veelbeluisterde radioprogramma Mans Tierelier, dat op de vroege zaterdagavond in Noord- en Oost-Nederland via de toenmalige R.O.N.O. de huiskamers binnenkwam. Hij creëerde aansprekende personages zoals de onzekere maar met een grote geldingsdrang behepte Klein Rieksie, zijn bedachtzame alter ego Ol’Domnee en Zwiene Geert. Het dorpsleven weerspiegelde zich in het plaatselijk café, waar Jans Druppien als kroegbaas de scepter zwaaide. Ik waardeerde oom Max vooral om zijn fijnzinnige humor. Hij was bijzonder vermakelijk zonder anderen te kwetsen. Die waardering groeide later tot respect toen hij als regisseur van het destijds populaire tv-programma Stiefbeen en Zoon de TelevizierRing weigerde. In zijn beleving lever je niet als persoon een dergelijke prestatie, maar geldt dat voor het hele team dat daaraan bijdraagt. Zou het daarom zijn dat ik mij zo thuis voel in de Argus cultuur.
Er was de afgelopen maanden veel gespreksstof op de Brinkie-site. Zo werd Nathan een keer aangevallen omdat hij ooit zijn droomdoel heeft uitgesproken. Alsof dat niet mag. Je kunt blijkbaar in het noordelijke tafeltenniswereldje je hoofd niet meer boven het maaiveld uitsteken, zonder daarop kritisch te worden aangesproken. Droomdoelen vormen de basis voor gemotiveerd handelen en juist gemotiveerd handelen kan Nathan niet worden ontzegd. Vraag het maar aan Ron Zwerver waartoe het uitspreken van een droomdoel kan leiden: tot niet voor mogelijk gehouden olympisch goud. Niet dat de allerhoogste mondiale eer nu direct voor Nathan in het verschiet ligt, maar ook al realiseert hij vijfentwintig procent van zijn droomdoel, dan heeft hij voor mij nog steeds een geweldige prestatie geleverd. Nu al mag hij de hand schudden van Jantien van Dijken-Jansma en Diana Bakker die hem als enige noorderlingen voor gingen met een individuele medaille op de EJK. In onze contreien heeft alleen Sir John als coach een internationale palmares die echt een paar ladders hoger moet worden aangeslagen.
Dan de verontwaardiging die af en toe in de richting van Gert de kop opsteekt. Alsof hij, die op louter vrijwillige basis de web-log runt, voor de persberichten van clubs zorg zou moeten dragen. Er zit een verschil tussen persberichten en redactionele bijdragen. Wat gezegd mag worden is dat TTV Tabak Bouwmaterialen haar p.r. zeer goed voor elkaar heeft. Verwijten aan Brinkie over het voortrekken van Argus? En ik maar denken, dat als hij op één club soms onterecht kritisch is, dat dat het bolwerk uit Harkstede is. Gert kan wellicht de vergelijking met de vroege jaren negentig nog moeilijk loslaten, toen de club onder de naam VSB.Bank furore maakte. Maar ook een sportvereniging heeft een levenscyclus, die constant nieuwe impulsen nodig heeft en van tijd tot tijd voor drastische vernieuwingen staat. In Harkstede wordt daar – zo weet ik uit eigen ervaring - keihard aan gewerkt.
Over dromen gesproken. De NTTB gaf bij monde van de competitieleider toe dat het op de bewuste slotdag van de najaarscompetitie zowel letterlijk als figuurlijk niet goed wakker was. Nu heb ik wel vaker het idee dat het hoofdbestuur van de NTTB niet helemaal wakker is. In ieder geval kun je moeilijk van een lerende organisatie spreken. Daartoe blaast de bond zelfs arbitragezaken af, die eindelijk de gewenste helderheid zouden moeten verschaffen. Alsof het zelf geen behoefte heeft aan ... duidelijkheid.
Dat bleek ook maar weer eens uit de vraag die velen van ons het afgelopen jaar zo bezig hield: wanneer speelt Sigrid waar? Of is het waar speelt Sigrid wanneer. In ieder geval is het geen publiek geheim dat het bondsbestuur in deze zaak flink met zichzelf aan het worstelen was. Het nieuwe Hb-lid Topsport beseft dat de damescompetitie al een tijd op slot zit en zeker voor de echte talenten weinig soelaas biedt. Zijn mening deed blijkbaar de oren van de rest van het zittende bestuur flink op tilt slaan, zij gingen immers voor een zo sterk mogelijke damescompetitie. De tweespalt leidde uiteindelijk tot een compromis met weinig ... duidelijkheid.
Nu had DTK maar één woord nodig om de situatie naar zijn hand te zetten, het woord ‘performance’. Het bedenken van deze meesterzet, kan zonder twijfel alleen aan het brein van Lord Fly zijn ontsproten. Het begrip performance is veel breder dan de directe prestatie van het eerste herenteam van DTK op de betreffende zaterdag. Het heeft ook te maken met de toekomstige prestaties, de uitstraling van het team, al dan geen competitievervalsing, het inbouwen van rust i.v.m. overbelasting, etc. Kortom Sigrid speelt alleen voor GTTC/Assen als het in haar schema past en als het DTK niet direct of indirect schaadt. En terecht, de club investeert in de sportcarrière van Sigrid en loopt ook risico’s, mag je daarover dan ook iets te zeggen hebben?
Een nieuw voorjaar, een nieuwe lente, biedt nieuwe kansen, moet het Hoofdbestuur van de NTTB gedacht hebben. Sigrid moet in ieder geval tegen de top drie meedoen in de eredivisie dames. Schoenmaker blijf bij je leest, bezint eer gij begint, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald en nog veel meer van dit soort gezegdes zou ik de beleidsbepalers in Zoetermeer willen toeroepen. Sinds wanneer bemoeit een sportbond zich met de teamopstelling van een club? In pingpongland kan blijkbaar alles. Stel je eens het volgende tafereel vlakbij de Arena voor. “Wij zijn van de KNVB, u bent BLIND, dus wij gaan ons met de opstelling van Ajax bemoeien. Ronaldinho doet mee tegen PSV, Feijenoord en AZ, om de eredivisie meer glans te geven”. Veel anders is het niet. We hoeven echter niet ongerust te zijn, mocht het nodig zijn dan voorzie ik dat Sir John opnieuw slechts één woord nodig heeft voor een nieuwe schaakmat. Het lijkt mij een leuke poll voor Gert om op zijn weblog dat woord al te voorspellen.
Het gedrag van enkele bezoekers van Café Gert vormt pas echt voer voor psychologen. Met schuilnamen die fungeerden als bivakmutsen, terroriseerden zij de gangbare etiquette. Beschadigende teksten die op de schaal van fijnzinnige humor van oom Max de wijzer aan het verkeerde uiteinde op tilt doen slaan, waren plotsklaps aan de orde van de dag. Nog voordat de nieuwe Burkawet door het parlement was aangenomen, had Gert zijn maatregelen om de omgangsvormen weer te normaliseren al getroffen. Een uitsmijter bij de deur. De bivakmutsen komen er niet meer in. Maar ook zonder bivakmuts moet je op je woorden passen. De uitsmijter is niet alleen portier, maar ook ... echt uitsmijter. Ik juich die stappen toe. Laten we het leuk houden en onze sport goed verkopen. Net als SC Heerenveen. Als daar rotzooi was dan gingen Riemer en Foppe even op huisbezoek om met de raddraaier en diens ouders te praten. Het kwaad in de kiem smoren heet dat. Overigens verdient de Burkawet een bredere toepassing. Zowel Sinterklaas als de kerstman betrap ik op een vrijgevig imago dat de werkelijkheid fors geweld aan doet. Slechts een paar pepernoten kunnen er bij de Sint af, om over de vrijgevigheid van de kerstman maar te zwijgen. Die heb ik nog nooit zijn portemonnee zien trekken. Het wordt tijd dat ze hun ware gezicht laten zien. Dat geldt niet voor de Rijmpiet, zolang die met fijnzinnige humor blijft bijdragen aan ons cultuurhistorisch ping pong erfgoed. Hij krijgt van mij een ontheffing op grond van de mogelijkheden die de wetgeving daartoe biedt.
Onlangs kondigde Gert aan dat de Brinkie-site zijn werkgebied gaat verbreden. Van dorpscafé naar uitgaanscentrum. Vergeet nooit wie je eerste stamgasten waren, Gert. Ook Jans Druppien zorgde er telkens voor dat Klein Rieksie, Zwiene Geert en Ol’Domnee aan de stamtafel als eersten hun natje kregen ingeschonken. Proost! Op een gezegend en gezond 2006 met voor iedereen een geweldige ... uh ... performance, zal ik maar zeggen. Dan zit het wel goed.
Bennie.
30-12-2005
Ode aan een kasteelheer.
Harkstede, het moet ergens aan het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw zijn geweest. De door de gemeente Slochteren aangekondigde sluiting van De Roemte is actueel. Voor de activiteiten van Argus was er geen plaats meer.
Het is niet zomaar een woensdag. Peinzend loopt hij naar het raam. Een paar grijze haren in zijn baard verraden de sporen van een zorgelijke periode. Het onbeperkte opportunisme dat hij altijd uitstraalt kent van binnen duidelijk wel z’n grenzen. Buiten verschijnt een rood busje op de oprijlaan. Christien van der Heuvel parkeert haar mobiel vakkundig in de daarvoor bestemde vakken. Daar kunnen anderen een voorbeeld aan nemen, denkt hij meewarig. Onvermijdelijk gaat de linkerhand als begroeting omhoog. Het is half zeven. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Hij loopt alvast naar de keuken om een kop koffie voor haar en zijn eigen Koos in te schenken. Hij denkt ondertussen niet alleen aan het scheutje koffiemelk en de twee suikerklontjes maar ook aan de bijzondere band die ze samen hebben. Als het eerste damesteam een uitwedstrijd speelt dan rinkelt steevast vlot na afloop de telefoon: Christien zal nooit vergeten hem op de hoogte te houden. Het zijn de kleine dingen die het hem doen.
Veel te praten hebben ze dit keer niet. Met z’n drieën beseffen ze dat het deze keer zo vlak voor kerst een beetje een vreemde dag is. Slechts het tikken van het lepeltje tegen de rand van het kopje doorbreekt de stilte. Op het moment dat de telefoon rinkelt weerspiegelt zich de schim van een fietser in de ruiten van de kantine. De sporttas over het stuur. Ze weten wie het is. Met een kordate beweging gaat zijn rechter hand naar zijn linker vestzak. Zoals gebruikelijk meldt hij zich met zijn beste stem “De Roemte”, gevolgd door zijn achternaam. Zijn gezicht neemt bedenkelijke vormen aan. Hoe vaak heeft hij dat ding al niet verafschuwd? Jan en alleman belt maar, net alsof de beheerder van het multifunctioneel centrum geen betere dingen heeft te doen dan voor telefonist te spelen. En vanzelfsprekend moet de gelukkige van deze oproep weer achter uit het gebouw worden opgedoken. Onderweg begroet hij Frits Hok, de schim van daarnet. Die Frits is een goeie jongen denkt hij, oké wel met principes, maar eentje waar je op kunt bouwen. Alleen die schoenen onder die trainingsbroek. Dat zijn foute schoenen onder zo’n broek of andersom. Zonder die combinatie was hij al lang en breed het idool bij de plaatselijke meiden geweest. Misschien dat hij toch bewust voor die schoenen heeft gekozen en zoekt hij zijn brandende liefde verderop.
In de kleedkamer treft hij Joop Huisman diep gebogen over z’n bat aan. Joop hanteert de kwast van de lijmpot alsof het een lieve lust is. Teamgenoot Daan Jansma had de talenten van Joop al snel herkend en een basisplaats in de schildersploeg voor de nieuwe kantine kon dan ook niet uitblijven. Ook in de kleedkamer is er deze keer geen plaats voor de gebruikelijke grappen en grollen. Het is een beetje een rare dag. Toch nemen Joop en Frits zoals gebruikelijk nog even de wonderbaarlijke avonturen van Mans Lepelaar en Fritsje Kletsmeijer door. Die Kletsmeijer is me er eentje. De eerstejaars student econometrie vertoeft tegenwoordig meer in bibliotheken dan in kroegen. Hij kent vandaag de dag meer neoklassieke economen dan biermerken. Daar gaat de maatschappij nog veel plezier aan beleven, zo luidde de conclusie. Z’n prestaties op tafeltennisgebied hebben er niet veel onder te lijden: de service loopt nog.
Ondertussen is ook Douwe Berends met in zijn kielzog Derk van der Dreft en de Bofjes gearriveerd. Of liever gezegd andersom, want Douwe komt altijd als laatste van het viertal binnen. Zijn imago wordt weer eens bevestigd. Joop en Derk - die liefkozend Van der Greft wordt genoemd - kunnen het niet laten onderling een paar plaagstootjes uit te delen. Gelukkig zijn ze ook dit keer weer allemaal boven de gordel. Even verderop vliegen de winstpercentages in het rond als Frits met Gerard Struiksma debatteert over de vraag wie er nu uiteindelijk bij de heren van Argus 1 het meest recht heeft om na afloop van de competitie triomfantelijk, staande op een stoel, te gaan zwaaien naar alle clubgenoten. Het kan de rest van de vereniging niet zoveel schelen. Als ze maar zorgen dat ze in de derde divisie blijven, dan mogen ze allemaal een hele dag op een stoel staan juichen is de algemene opinie. Stoelen genoeg in De Roemte.
Klokslag vijf over zeven heeft Douwe de warming-up in de feestzaal in gang gezet. Drie emmers fungeren als regenton en samen met een enkele dweil verraden ze dat het dak betere tijden heeft gekend. Niemand maalt er om, misschien is het wel het passende decor voor de training van deze dag. Het gezelschap begeeft zich al pratend in paartjes door de zaal. Katrien Bof heeft in Loes van der Klei haar partner gevonden met Krista Schipper in hun slipstream. Katrien is in de zwevende hemel en dat straalt er van af. Ze heeft een nieuw geurtje ontdekt. Loes is er iets minder van onder de indruk en meldt dat die reuk haar bekend voorkomt van het toilet. Je weet wel, niet van het avondtoilet maar van het toilet hier vlak om de hoek. Krista weet dat te bevestigen. Na de warming-up gaan Frits en Katrien bij Bertje Flink in therapie: de korte service loopt niet. Bertje is specialist op dit gebied en zal het duo weldra uit hun lijden verlossen.
Er wordt hard gewerkt in de trainingszaal. Het zijn de momenten waarop hij even tot zichzelf komt. Samen met zijn eigen Koos zit hij op het hoekje van de stamtafel, de blik gericht op TV-Noord. Het is echter snel gedaan met de rust. Oi, joi, joi, joi klinkt het vanaf de gang. Als het de bekende sportpresentator Mark Smits niet is dan kan het niemand anders zijn dan de altijd goed gesoigneerde Charles P. Kamerheer junior. Met stijgende verbazing constateert Charles hoe zijn Meppels Worst langzamerhand afglijdt op de ranglijst van Super Argus naar een positie die beneden die van een heer van stand is. Het wel en wee van zijn clubselectie fluctueert met de wispelturigheid van het grillige natuurtalent Klossie. Gelukkig kent de humor van Klossie wel een ongeëvenaarde constantheid en dat is in het leven zeker zo belangrijk.
Veel tijd om zich te ergeren krijgt Charles deze keer niet. Er komt voornaam gezelschap. Een deel van het autochtone hart van de club is gearriveerd. De scherpe stem van Koert Harms heeft al een opmerking gemaakt en dan kan Ewoud van der Spek niet achterblijven. Nu moet je alert zijn want zeker die Van der Spek is niet voor één gat te vangen. Achter het sociale Yoep van het Hek brilletje gaat een karakter van het type recht door zee schuil. Van der Spek is gespecialiseerd in beursfilosofieën, competitiepercentages, ondoorgrondelijk bondsbeleid en vrouwelijke collega’s. Op onvoldoende gespreksstof is hij dan ook niet te betrappen. Onze eigen Yoepie is zeker een geen juppie denkt hij, wetende dat hij alle discussies al ruim op punten van de sympathieke dorpsgenoot heeft verloren. Van der Spek laat z’n slachtoffers graag nog een beetje spartelen. Zonder sparringpartners is het immers moeilijk trainen voor het echte werk. Vandaag is het de kans om Ewoud eens een poepie te laten ruiken. Hij heeft er de hele dag al op zitten broeden.
Na de training druppelen ze één voor één de kantine binnen. Rinus Kanbier als eerste. Hij doet z’n naam eer aan. De eerste halve liter wordt aan de stamtafel al snel gevolg door een tweede glas. Twee stoelen naar links heeft Ewoud inmiddels het debat met Henk Heertje geopend. Heertje is het nieuwe opperhoofd van de competitie. Vanzelfsprekend gaat het over de bond en wat er allemaal anders moet. Koert hoort het allemaal met lede oren aan. Het interesseert hem nauwelijks. Zolang het de vereniging niet onnodig geld kost vindt hij het goed. Telkens als hij Harms hoort, speelt op onverklaarbare wijze het woord ‘lôtjes’ door zijn hoofd, vreemd. Die Koert kent zijn emotionele momenten, maar heeft het hart op de millimeter nauwkeurig op de juiste plaats zitten, weet hij uit eigen ervaring.
Even verderop heeft Bertje Flink inmiddels de meest strategische positie aan de bar veroverd. Hij zit zogezegd in pole position. Met een zekere regelmaat gaat zijn blik naar links. Tevreden heeft hij in z’n rechter ooghoek geconstateerd dat Berends aan een perenijsje likt. De tijd van de teamoverleggen is al weer even voorbij. Niets lijkt een goed gesprek met Loes meer in de weg te staan. Bertje heeft alvast een split voor haar besteld en bedenkt met welke opmerking hij de tweespraak zal openen. Het feest kan en zal beginnen.
Maar aan elk feest komt ooit een eind. Het lijkt wel symbolisch. Van achter de bar klinkt “het is … de allerrrrrhoogste tijd”. Nog nooit klonk er zoveel weemoed door in z’n stem. Eigenlijk meent hij er niets van. Deze tijd mag nooit voorbijgaan!
Harkstede, De Roemte, Argus, grote successen en een fantastische beleving, met Henk en Koos in een spilfunctie. Waarin een klein dorp groot kan zijn. Het is een tijdsbeeld met voor iedereen prachtige herinneringen. Henk was veel meer dan een spil die De Roemte op de hem kenmerkende manier beheerd. Zijn gedrevenheid, enthousiasme en opportunisme vormden ook de ingrediënten waardoor menig belangrijke wedstrijd uit verloren positie toch nog werd gewonnen. En ging de eer toch een keer onverhoopt naar de tegenstander, dan was Henk er altijd wel met een paar troostende woorden en een oppepper. Een team dat uit moest spelen, kreeg steevast door middel van een lichtelijk gebalde vuist mee dat er gestreden moest worden. Bij terugkomst was er dan de goedkeurende knik van, ‘yes, zie je wel’. Een ritueel dat kenmerkend was voor de eenheid en de onderlinge steun. Ik hoop dat ook voor Koos, familie en kennissen al deze fijne herinneringen een steun in de rug zullen zijn.
Bennie.
(klik hier voor de rolverdeling)
22-12-2005
Op glad ijs ...
Bij Studio Sport heerst koorts, schaatskoorts wel te verstaan. Een paar weken geleden konden we via de kijkbuis op prime time de wereldbekerwedstrijden in Zout Meer Stad gadeslaan. De lijst voor de sprintafstanden kende meer dan zestig deelnemers en we mochten ze allemaal live aanschouwen. Uit welk Verwegistan ze ook kwamen. Bij een sport met de prestatie-dichtheid van schaatsen is dat een hele opgave, dat kan ik jullie verzekeren. Ik durf te beweren dat Tammenga tegen Nguyen vele malen boeiender is. Ik bedoel dan wel achter de groene of blauwe tafel en niet op schaatsen. En meer geïnteresseerde toeschouwers dan in De Borgstee waren er ook al niet. Zout Meer Stad loopt niet bepaald warm voor ijs, maar dat is logisch zou een veelgeprezen voetbalanalyticus zeggen.
Hoe durf ik te beweren dat schaatsen een niet ver ontwikkelde sport is. Frank Snoecks en Herbert Dijkstra bekogelen ons toch met superlatieven voor het ene na het andere pr, baan- of wereldrecord. Hoog- of laaglandbaan, luchtdichtheid, luchtvochtigheid en al dan niet een hoge drukgebied in de buurt, de records vallen als rijpe appelen van de bomen. Dat is het hem nu net. Bij een echt ontwikkelde sport gebeurt dat niet. Pak de lijst met wereldrecords van de 100 meter sprint in de atletiek er maar eens bij of van welke andere mondiale sport dan ook.
Een nog treffender voorbeeld van de beperkte evolutie van het schaatsen vind ik in het volgende. Mensen die overstappen vanuit het skaten of het shorttracken doen binnen de kortste keren geslaagde pogingen om onze schaatshelden van de bovenste trede van het schavotje te stoten. In welke andere sport kan dat? Zie je Roger Federer na een jaartje tafeltennissen al van Timo Boll winnen? Ik denk het niet! Zouden onze korfballers straks in Peking in staat zijn het U.S. Dreamteam een loer te draaien? Zie je Wim Scholtmeijer al onderhands van eigen helft, over de grote graaiende handen van vijf Amerikaanse multimiljonairs, de bal keer op keer feilloos in de basket werpen? Af en toe droom ik er van. Kom je een paar Colombianen of Bolivianen tegen die de weg naar Thialf vragen, stuur ze a.u.b. de verkeerde kant op. In die landen blijken ze pas echt goed te kunnen skeeleren. Laat ze niet de geweldige sfeer van onze schaatstempel te pakken krijgen.
De Nederlandse trainers worden als de meesters van de techniek beschouwd. Als het een jurysport was zouden we ongetwijfeld nog steeds onovertroffen zijn, we schaatsen wel mooi en vloeiend. Het dubbele afzetmoment van Chad Heddrick (mentaal een soort Sjaak Polak op schaatsen), het wipje en de bochtentechniek van Davis zullen niet in de vaderlandse leerboeken te vinden zijn. Maar het gaat wel hard. Roepen we niet al langere tijd dat de Duitse dames zo hoekig schaatsen, ze winnen wel. Zal het te maken hebben met de naam van de sport? Schaatsen heet in die landen ‘speedskating’ en ‘Eisschnelllaufen’, met de nadruk op dat het snel moet gaan.
Doe niet zo negatief Douwes, zul je denken. Draag dan eens iets bij aan de evolutie van de schaatssport als je het allemaal zo goed weet. Oké, daar komt ie dan. Geen klapsschaats, geen dure investeringen in onderzoek, maar een advies dat nog geld oplevert ook. Weg met het rondetijdenbord! Naar analogie van Henk Gemser hoort een schaatser in gesprek te gaan met het ijs. Ben je eindelijk in gesprek met het ijs, staat er iemand met zo’n bord voor je snoet te wapperen. Iemand in concentratie ga je niet storen! Controle over jouw handelingen vind je juist in het loslaten van die controle, dat is de paradox. Probeer maar eens bewust gecontroleerd te tafeltennissen, dan sta je met de kont naar achteren een balletje te prikken of te blokken. Door aan het voorkomen van fouten te denken ga je bang spelen, en jawel, juist onnodige fouten maken.
Nee, weg met de controle over de rondetijden. Hard schaatsen doe je met je hart en in gesprek met het ijs. Zie je Pieter van den Hoogeband al als een giraffe zijn hoofd boven het water van de nieuwe Tongelreep uitsteken om in een race even een splittijdje tot zich te nemen. In onze eigen sport geldt Lord Fly, alias Sir John oftewel Jan de Ridder als een visionair en innovator, maar ik heb hem nog nooit met de vingertjes omhoog of naar beneden over de rand van het center court zien hangen om zijn pupillen van DTK aan te geven hoe ze ten opzichte van een schema op weg naar de 11 liggen. Als coach breng je jouw eigen speler niet in de denkstand. De aandacht mag niet ontglippen naar goed of fout, het verleden of de toekomst, maar blijft in het hier en nu. Bij het tafeltennissen wordt een onjuiste aandachtsstijl meteen afgestraft, bij het schaatsen blijkbaar nog niet. Michael Boogerd had die man met het rondetijdenbord allang de tribune opgestuurd. Hij werd gek van de oortjes in de toch veel onoverzichtelijker wielerkoers en het zogenaamde op communicatie rijden. Boogerd liet zich in ieder geval niet afleiden van zijn eigen gevoel. Zullen de schaatsers eigenlijk wel op dat bord letten, vraag ik mij nu plotseling af. Staat die man er omdat hij er graag bij wil horen en moeten we het tafereel als folklore beschouwen?
Is de bovenproportionele aandacht van de media voor het schaatsen wel eerlijk? Nee dat niet, maar wel functioneel. Het maakt in Nederland van een B-sport volkssport nummer twee, publiciteit genereert sponsoring en dat is de basisvoorwaarde voor een adequaat beleid en toekomstige successen. Successen in de sport vormen de trots van een land. We hebben in dat opzicht veel aan het schaatsen te danken. Dat kunnen we er ook van leren. Verkoop je sport en club goed naar buiten. Het afgelopen jaar heb ik, noodgedwongen van buitenaf, kunnen meegenieten hoe TTV Tabak Bouwmaterialen alleen al via de media leeft. Met bijzondere dank aan o.a. Ewold, Frank, Gert, Jeroen, Rick, Trieneke en wat mij betreft ook de Rijmpiet. Een voorbeeld waar Slochteren trots op kan zijn.
De KNSB is koninklijk, net als o.a. de bond van de voetballers, de gymnasten, de tennissers en die van onze trouwe viervoeters. De NTTB niet, zou dat er iets mee te maken hebben. Hoe kom je als bond eigenlijk aan dat voorvoegsel. Hebben onze pingpongende voorouders in het verleden iets verkeerd gedaan? Wie kan het mij vertellen? Het lijkt mij een mooie huiskamervraag voor bij de kerstboom. Ik moet in ieder geval passen.
Met deze column begeef ik mij op glad ijs. Ik zal het maar verklappen, ik kan namelijk helemaal niet schaatsen. Schaatsliefhebbers zullen dan ook ongetwijfeld zeggen, dat ik uitgegleden ben. Maar toch ... ik durf het te betwijfelen. Wel zit ik de komende weken aandachtig voor de buis als onze helden zich op het gladde ijs begeven, op weg naar olympische roem. Succes raakt ook mijn trots, dat wel natuurlijk. Wat de schaatsers zijn in de mondiale sportwereld, is TTV Tabak Bouwmaterialen momenteel in het vaderlandse tafeltennis. Eventjes niet op het allerhoogste podium, maar een presentatie waaraan weinigen kunnen tippen. Ook dat maakt mij trots.
Prettige kerstdagen.
Bennie.
'Ode aan een kasteelheer', is door de columnist al geschreven ten tijde van de overgang uit De Roemte naar De
Borgmeren, maar werd nog nooit gepubliceerd. Naast Henk en Koos Ridderbos doen in het verhaal de volgende clubgenoten
achtereenvolgens hun intrede:
| Christien van der Heuvel: | Jantien van Dijken |
| Frits Hok: | Frank Schuur |
| Joop Huisman: | Jaap Schuurman |
| Daan Jansma: | Jan Danes |
| Mans Lepelaar: | Herman Messchendorp |
| Fritsje Kletsmeijer: | Frank Niemeijer |
| Douwe Berends: | Bennie Douwes |
| Derk van der Dreft: | Erik van der Greft |
| De Bofjes: | Jan en Cathry Hof |
| Gerard Struiksma: | Gert Storteboom |
| Loes van der Klei: | Lucie van der Veen |
| Krista Schipper: | Kirsten Kapteijn |
| Bertje Flink: | Gert Brink |
| Charles P. Kamerheer junior: | Roy Charles Patrick Zimmerman van Woesik junior |
| Klossie: | Raymondo Bosch (alias Bossie) |
| Koert Harms: | Harm Koerts |
| Ewoud van der Spek: | Ewold Hamminga |
| Rinus Kanbier: | Alof Canrinus |
| Henk Heertje: | Henk Hommes |
25-11-2005
Two Shots of Happy
Nooit geweten dat "Gente di Mare" het favoriete liedje van Bettine Vriesekoop is. Gisteravond vertelde ze het in een
tv-programma over geluk.
Ik was alvast in bed gekropen, in afwachting van Klaas Vaak. Met een kroes warme chocolademelk binnen handbereik zapte ik
langs het tv-aanbod. Op Nederland-3 was Arnon Grunberg uitgebreid op zoek naar geluk. Een expert had berekend dat mensen in
Denemarken, Malta en Zwitserland de gelukkigste ter wereld zijn en een pokerspeler zei dat een zweem van geluk in hem begint
op te borrelen bij een knock-out inzet van 30.000 dollar.
Nadat Grunberg met een engelachtig gezicht een paar balletpassen had geprobeerd, bevonden we ons opeens in de
hoofdstedelijke Tempo-Teamzaal (ik zag het aan dat vreemde lila-groene verfje aan de muur). De schrijver sloeg een kleine
rally met La Vriesekoop en kwam snel tot de slotsom aller intellectuelen: bij tafeltennis moet je niet nadenken, dat is het
beste.
Toppunt van geluk, is dat een mystieke eenwording met het celluloid? De gevierde kunstenaar en de diva waren het eens:
filosofische onzin!
De afgelopen weken kan ik de radio niet aanzetten of ik hoor Matt Dusk, eveneens op zoek naar geluk, met behulp van de
song "Two Shots of Happy". Wij, pingpongers aller landen, hebben helemaal geen two shots nodig. Wij zijn met veel minder
tevreden.
Ieder van ons heeft een truc-speciaal in z'n spelletje in voorraad. Toch?
Het is simpel. Een zo'n slag kan de tafeltennisser urenlang tot de gelukkigste mens op aarde maken.
Ton Mantoua
(Ton Mantoua (Amsterdam, 1947) was jarenlang als redactielid en columnist actief voor bondsblad Tafeltennis Magazine. Hij publiceerde series over internationale tafeltennisgeschiedenis. Vooral zijn E.K.-, W.K.- en Top Twaalf-artikelen trokken de aandacht. In meerdere delen van het land helpt Ton bij het maken van club- en afdelingsbladen. Hij schrijft in het OTC-bulletin en in het Amsterdamse weekblad Tafeltennisreporter. Columns van zijn hand kan men vinden op sites van de afdelingen Holland-Noord, Oost, West en Zuid-West. Ton is secretaris van de sectie Vastlegging Historie NTTB, lid van de adviesgroep pr & communicatie en lid van het presidium van het Gilde van 21. Vorig jaar heeft hij meegewerkt aan de bundel "21 historische batverhalen", een boek over nostalgie in tafeltennis (uitgeverij Aspekt, Baarn).)
??-??-04: Het leven is mooi in het Groningse land
De afgelopen weken stonden de kranten vol met agressie en geweld. Het is tegenwoordig niet leuk om het nieuws te volgen; het lijkt wel of er alleen maar moorden en aanslagen gepleegd worden. Juist bij zoveel negativiteit is het belangrijk om bij jezelf en in je naaste omgeving het positieve te benadrukken. Daarom is het belangrijk om complimenten te geven, aardig voor elkaar te zijn en de leuke aspecten van het leven te benadrukken.
Waarom kom ik tot deze redenatie. Ron Jans heeft bij FC Groningen in de beginfase vooral gehamerd op de positieve dingen, ondanks de vele nederlagen en het negativisme in de media. Prompt volgde een goede serie. Bij mij op het werk benaderde mijn baas onlangs ook de sterke punten van de afdeling, ondanks dat er essentiële dingen verkeerd gingen. Iedereen had opeens nog meer plezier in het werk. Het zijn maar een paar voorbeelden om te laten zien dat een positieve instelling kan leiden tot betere prestaties en meer vreugde. Iemand neerhalen of alleen maar obstakels zien, dat is het meest eenvoudige wat er is en kom je niet verder mee.
Dat wil trouwens niet zeggen dat je de dingen die verkeerd gaan, niet meer mag veroordelen. Maar als er 20 procent verkeerd gaat, dan gaat er nog altijd 80 procent goed. En die 80 procent benadrukken kan tot inspirerende oplossingen leiden. Zo ook bij het coachen kan dit beslissend zijn of een speler een wedstrijd wint of verliest. Toen ik nog speelde en in mijn debuutjaar in de derde divisie de eerste vijftien partijen verloor, stapte opeens Kees Freye de zaal binnen. Ondanks dat Kees zelf als speler een hele zaal bij elkaar kon zeuren, kon hij als coach mij motiveren op de manier hoe ik hier boven heb beschreven. Ik won prompt dertien van de volgende vijftien partijen.
Als ik met mensen praat over verloren sportwedstrijden dan hoor ik vaak alleen maar de negatieve dingen. Als het slecht is, dan is het ook alleen maar slecht. Het kan echter niet zo zijn dat er geen positieve kanten aan een nederlaag kunnen zitten. Ook als rasechte Groninger heb ik geleerd om minder beren op de weg te zien en dat geeft simpelweg een eenvoudiger leven. Je voelt minder belemmeringen.
Dit schrijvende zie ik dat FC Groningen voor het linker rijtje gaat, Donar weer naar de koppositie in de eredivisie kruipt, maar ons eerste herenteam nog alle zeilen moet bijzetten om in de eerste divisie te blijven. Maar met het gouden handje van Jan, het servicegeweld van Eric en de blokmuur van Guido moeten we toch kunnen zegevieren. Leve het positivisme!!
Gek hè, dat we binnen de tafeltenniswereld niet van die vreemde ziektes hebben. We hoeven gelukkig onze batjes niet naar de overkant gooien en de balletjes doen hun werk zelf wel. Geen tafeltennisritus dus of hoe we het maar willen noemen. Afwijkend gedrag kennen we wel. Namen die me nu te binnen schieten zijn Gert Storteboom en Frank Schuur. Als we het gedrag van Jan Tammenga modaal noemen dan wijken zij af en met name bij het begin van de rally: de service. Of beter gezegd het eeuwige gestuiter van de bal voordat de bal in het spel wordt gebracht. Op spannende momenten kunnen tegenstanders daar behoorlijk gek van worden. Maar om te spreken van tafeltennisritus, nee dat gaat te ver.
Trouwens ik ben blij dat Andy Fordham The Lakeside won. Niet omdat ik hem een toffe gozer vind (ik ken hem immers niet) maar wel om het feit dat de dartsport nu eindelijk - en ik hoop het echt - weer het imago krijgt van een kroegsport. Want daar hoort het thuis. Het is geen topsport, dat bestaat niet als je je eerst vol laat lopen met bier en vervolgens nog akelig nauwkeurig de pijlen in het bord gooit. Andy exelleert dan ook het beste als hij de hele dag wat biertjes drinkt. Waar Barney zware gesprekken voert met zijn begeleidingsteam, zit 'The Viking' relaxed onderuit gezakt met lege bierflessen om zich heen. Hij traint niet, want hij heeft teveel voorbeelden in zijn omgeving dat dat extra stress oplevert tijdens wedstrijden. Darteritus staat vanzelfsprekend ook niet in zijn woordenboek.
Daarom is het goed dat hij won en niet perfectionist en 'Spa Rood-drinker' Barney. De dartsport is in al zijn eenvoud terug in de kroeg. Niets geen voer voor psychologen, gewoon gooien met die pijlen. Misschien dat Essers het ook maar bij de kroeg moet houden of gewoon wat meer biertjes gaan drinken!
Je zou zeggen dat Boot van een andere planeet komt. Hij is bikkelhard, recht door zee, soms vernederend, maar heeft altijd succes.
Ik vind hem begrijpelijk, omdat het eigenlijk heel simpel is. Bij hem moet je gewoon je uiterste best doen. Niet meer, niet minder. Keihard werken. Maar dat is toch ook het laatste wat je van een doorgewinterde en vetbetaalde topsporter mag verwachten? Boot’s visie kun je plaatsen onder topsport, maar juist die term kun je vaak tussen aanhalingstekens plaatsen.
FC Groningen is topsport, Donar ook, BV Veendam waarschijnlijk ook en schaatser Marianne Timmer kun je ook onder die noemer plaatsen. Maar wat te denken van onze eigen Varese. Nee, wij bedrijven dus geen topsport. Louter tussen aanhalingtekens, omdat we op het hoogste niveau spelen. Maar de randvoorwaarden zijn niet voldoende. We hebben geen goede zaal, we trainen niet elke dag en we worden niet betaald. Dat is niet erg. Daar heeft de club voor gekozen. Gelukkig generen we nog een hoop media-aandacht in de regio, dus we zullen het nog wel niet zo slecht doen.
Maar Boot zal dus nooit geen tafeltenniscoach kunnen worden. Bij Boot moet immers alles kloppen. Vanaf zijn eigen huis tot in de sportzaal. Bij Donar kloppen die dingen schijnbaar. Nu nog de spelers opvoeden, want die blijken volgens hem kleuters te zijn en weten niet wat topsport inhoudt. Topsport blijft een moeilijk en vluchtig begrip. Het kent geen definitie en iedereen geeft er zijn eigen invulling aan.
Gelukkig hebben wij Jan Hof en niet Ton Boot. Onze zaal kan die tirades ook niet hebben, want dan valt het kalk van de muren. En we hebben ook geen houten vloer. Ik zit er persoonlijk zelf ook niet op te wachten. Zijn visie op topsport kan dan wel realistisch zijn, zijn manier van aanpak is discutabel. En dan heb ik het vooral over het schreeuwen van hem, dat kan toch wel iets minder Ton. Trouwens FC Groningen hield open huis en ook Donar’s oren werden even gewassen. Daarom, wat is nu eigenlijk topsport.
Het was een moeilijke zomer. Althans dat denk ik. Niet alleen vanwege de hoge temperaturen, maar ook door de doorgevoerde bezuinigingen van het kabinet en natuurlijk die verdomde Euro. Ik zat de afgelopen maanden regelmatig op het terras in de binnenstad. Gezellig aapjes kijken onder het genot van een drankje. Maar eigenlijk moest ik die terrassen boycotten. Welke snotaap van een kelner durft nu 2 Euro te vragen voor een half glas IceTea, waar de ijsklonten nog de boventoon voeren. Het is niet te geloven. Uiteindelijk betalen we dan nog wel met z’n allen, maar eigenlijk is het niet meer te doen. Gelukkig vond ik later op het Zuiderdiep een tent die er maar 1.60 Euro voor durfde te vragen. Dat zal echter mijn kroeg niet worden, want ik zie daar alleen maar auto’s voor mijn neus langs razen.
Het is schering en inslag, de gesprekken over de Euro. Ik voorzie nog een lastige tijd, aangezien de lonen gematigd worden en het leven nog steeds duurder wordt. Gelukkig was er genoeg te genieten deze zomer. Het mooie weer bracht me regelmatig aan het water en regelmatig genoot ik van de Tour de France. Het duel tussen Ullrich en Armstrong, de vele valpartijen en slopende bergritten. 's Avonds raasde ik op de mountainbike rond Harkstede of op de tourfiets rond het Hoornse Meer en tussendoor maakte ik mijn uurtjes in de koelte van het AZG. Niets te klagen hoor, maar soms...
Nu is het nog genieten van een korte vakantie, maar ik ben al te blij dat het sportseizoen begint. Zal de FC echt veertiende worden? Hoe lang zal Ton Boot het volhouden bij Donar? Gaat Varese met het eerste herenteam promoveren? En onze nieuwe hal? Horen we daar nog iets van? Heerlijk om daar weer over te denken. Straks in onze eigen kantine onder het genot van een goedkoop biertje. Deze weken toch nog maar even op het terras. Echter van mijn laatste spaargeld.
Mooi is dat hè! Eindelijk weer eens een nationale sporter die zich durft te uiten en vol passie en emotie op de baan staat. Niets aantrekkend wat iedereen van hem denkt. Er gewoon voor gaan en niets verbergen. Verkerk is puur. Ik kan me niet voorstellen dat mensen dat niet leuk vinden. Emotie is nog steeds wat de sport leuk maakt, want voetballers die niet juichen na het maken van een doelpunt zijn juist saaie ’objecten’ in het veld. Daarom mag er best wel eens wat meer emotie getoond worden. Een basketballer die in de reclameborden springt, of een handballer die gaat knielen en zijn armen de lucht insteekt…waarom niet? We hebben al genoeg van die saaie sporters in Nederland die te ingetogen hun feestje vieren.
Daarom is het ook belangrijk dat Verkerk weer eens de mensen wakker schudt. Zijn vuist en gelaatsuitdrukkingen maken meer indruk dan de stoïcijnse blikken van Schalken en Krajicek. Dat maakt tennissen als kijksport nog net niet saai. Zal ik straks gaan kijken? Ik weet het niet. TV-kijken doe ik steeds minder: series interesseren me niet, voetballen is tegenwoordig ook geen echte kijksport meer en films duren me meestal te lang. Gelukkig moet ik straks nog een hapje eten en dan druk ik meestal de TV even aan. Dan zap ik in een minuut dertig zenders voorbij en weet ik precies waarom mijn TV steeds meer een sierobject wordt.
Ik heb wel een voordeel straks. Verkerk is op TV en hopelijk een winnende Verkerk. Dan weet ik zeker dat er een kans is dat ik blijf hangen. Want emotie is mooi, boeiend en is nodig om al die talloze nutteloze sporturen, -zenders en -programma’s nog een beetje interessant te houden. Daarom: Martin Verkerk forever!!!!!! (Verkerk verloor jammerlijk, halverwege haakte ik af).
Over de oorlog zullen we het maar niet hebben, dat is al een triest gegeven op zich. Ik volg het nog via teletekst, de beelden die tientallen malen herhaald worden boeien al niet meer. Zaterdagmiddag liep ik in de Stad. Het was er vermoeiend druk. De mensen kwamen op mij af en iedereen liep me in de weg. Snel vluchtte ik met mijn vriendin naar huis. Die avond zag ik dat FC Groningen met verschrikkelijk veel mazzel een punt uit Arnhem meenam. Het was ronduit slecht, maar blijkbaar kun je belabberd spelen en dan nog een punt halen. Kan de FC in een uitwedstrijd dan niet fatsoenlijk voetballen? Met een lichte kater ging ik tegen enen naar bed, ik hoorde het water van de Hoornse meer klotsen tegen de kade. Ik kwam helemaal tot rust.
Toen ik zondagmiddag thuiskwam, na 's ochtends twee uur te hebben gefietst, heb ik maar even met Jan Vlieg gebeld. Even checken of hij nog iets bijzonders had te vertellen. Niet echt dus, het waren allemaal oude koeien die uit de sloot werden gehaald. Zit de frustratie dan nog zo diep? Zelfs een middag op de bank zitten bij Midstars was niet bijzonder voor hem. Een knop omdraaien in je hoofd en coachen. Tegenwoordig gaat dat zo. Verstappen glibberde die middag ook nog van het asfalt, de Rabo's mistten de grote slag in de Ronde van Vlaanderen en toen ik ook nog eens zag dat ons eerste herenteam had verloren (hoe kan dat in godsnaam?) was mijn sportweekeinde wel weer heel geslaagd. Dus niet.
Later op de avond, na twee uur voor de krant te hebben gewerkt, haalde ik nog even een bakkie bij vriend Klaas Meijer. Gezellig een sterke bak drinken en over de veranderingen in het dorp praten. Alhoewel de cafeïne door mijn lichaam gierde, deed ik na twaalven mijn oogjes al dicht. Onrustig sliep ik die nacht, maar dat was niet vreemd. Ik miste het water, hoorde louter het geraas van auto's en kon het sportweekeinde moeilijk verwerken. Oh ja, ik sliep ik mijn eigen bed aan de Hoofdweg in Harkstede. Vandaar.
Misschien zijn er straks geen herkenningspunten meer, immers Harkstede en omstreken wordt redelijk volgebouwd en de horizon zal er waarschijnlijk versteend uit gaan zien. De molen en de kerktoren zullen met moeite nog gezien kunnen worden, maar daar houdt het dan ook mee op. De veranderingen zijn ingrijpend. Natuurlijk komt het er mooi uit te zien, maar wat te denken van tien jaar lang in een bouwput zitten. Het af en aan rijden van vrachtverkeer. Nee, daar word je niet vrolijker van.
En dan maar niet te hopen dat Harkstede opgeslokt wordt door huizen. Dan heb ik het vooral over
de dorpskern. Dan vind je Harkstede niet weer. Nu is het makkelijk. Je rijdt door een paar
landerijen of je nu uit het oosten of westen komt....Harkstede vind je wel. Straks is het weer
zoeken op de kaart. Of zal het meevallen? Maar misschien ligt er wel een nieuw herkenningspunt
bij onze nieuwe sporthal, die gebouwd moet worden naast de boerderij van Jo van Dam. Ja, waarom
daar geen paal van MacDonalds. Lekker een vette hap halen bij Jo. Een Hamburger Varese of een
Big Jo! Grote neonverlichting aan de weg waarop staat: 'Jo's fast-foodfarm'. Heister aan de patat
of Keen aan de hamburgers, Kobes die speciaal terugkomt voor die ene Kipnugget.....en dat allemaal
door die ene paal. Die paal van MacDonalds. Die veel besproken paal, mogelijk die enige
herkenningspunt die je straks feilloos naar Harkstede rijdt. Toch maar even met Jo praten....